Mobiel terreur

Met het risico dat ik, nog meer, overkom als een oude zemelaar, wil ik toch een irritatiemomentje aankaarten: het mobieltje.

De eerste draagbare telefoon stamt alweer vanuit de eerste wereldoorlog.  Een draagbaar houten kistje met wat draadjes, een hoorn en een spoel om contact te maken met de officieren die ver van het front in een zwaar verstevigde bunker zaten om de oorlog via de verrekijker te aanschouwen.

‘Roger, we kunnen hier wel wat hulp gebruiken,’ riep Charlie.

‘Begrepen, hoeveel bommen heb je nodig, over,’ vroeg Roger.

‘Duizend bommen en granaten zijn wel voldoende, over en uit,’ antwoordde Charlie.

‘Roger,’ zei Roger.

‘Nee Roger, Charlie, Roger,’ zei Charlie.

‘Wat?’

In de jaren ‘80 was het houten kistje doorontwikkeld tot een plastic hoorn die met een snoer vastzat aan een draagbaar tasje. Meer bedoelt voor de zakelijke medemens en verdomd handig als je onderweg die ene andere zakenman met zijn draagbare telefoon nodig had.

Vooral het feit dat je de draagbaar in de auto kon plaatsen en zodoende zelfs klanten kon bellen terwijl je in de file stond was iets waar menigeen jaloers op was. Er waren zelfs versie die alléén in de auto werden geplaatst, de autotelefoon.

Eind jaren ‘90 ging het opeens hard toen het apparaat handzamer en betaalbaar werd. Jan en Jeanette Modaal konden zich opeens een draagbare telefoon veroorloven, het apparaat was een stuk compacter alhoewel het nog steeds een halve koelkast was met een voelspriet en amper in je broekzak paste. De draagbare telefoon werd een gsm, of een mobiel en het land werd volgebouwd met al dan niet ziekmakende zendmasten om ook de mensen op de hei te bereiken. Je kon nu al zeker diverse vrienden uit de straat of zelfs een provincie verderop bellen en als je een goede gsm had kon je zelfs een kort berichtje sturen middels een SMS.

Na een periode waarin de mobiel steeds kleiner werd, zit er ondertussen een flinke tablet in je broekzak, als het al in je broekzak past. Niet alleen is een mobiel betaalbaar geworden, iedereen moet er ook minstens een hebben, en eigenlijk nog een voor het geval dat.

De mobiel is ontegenzeggelijk een extensie van onze armen geworden, een onmisbaar stuk gereedschap dat ons leven verrijkt maar in zekere zin ook ons leven in de weg staat. Eerlijkheid gebied natuurlijk te zeggen dat mijn mobiel bij mij ook zo ongeveer vastgegroeid zit in mijn linkerhand. Mijn wijsvinger is meer een swipevinger geworden dan een middel om in m’n neus te peuteren en ik moet echt om de vijf minuten checken of ik toch echt niet een berichtje van één van wereldwijde vrienden heb gemist.

Tegenwoordig heeft zo goed als elke 6-jarige een mobiel, want ja, ze moeten er toch mee leren omgaan en het is zo goed voor hun ontwikkeling. Via WhatsApp zijn we vrienden met onze zoons en dochters en verwachten van ze dat ze antwoord geven als de blauwe vinkjes verschijnen, een onnozele gedachten, praatte jij vroeger met je ouders?

Vriendjes met je ouders via Facebook is nog leuk als je tien bent, maar als 14-jarige wordt het toch wat pijnlijk om de dagelijkse beslommeringen van je ouders op je wall te moeten zijn, awkward. Ik bedoel, wist jij vroeger wat je ouders uitspookten?

Het eerste dat de kinderen van tegenwoordig zien bij de geboorte zijn diverse selfie sticks die nog net niet via het geboortekanaal de bevalling laten zien vanuit de ogen van de baby, ik zeg nieuwe rage.

Vroeger speelden we buiten en wisten onze ouders niet waar we waren, behalve ‘bij een vriend’. De enige manier waarop je moeder contact met je kon krijgen was door heel hard te roepen in de straat of met de draaischijf naar het huis van je vriendje te bellen om te horen te dat ze toch bij jouw thuis aan het spelen waren.

Ondertussen is het %@^*-ding zo met ons verbonden dat je op straat om de vijftig meter omver wordt gereden door tieners die wat anders aan het doen zijn dan zich bezig houden met de verkeersregels, vind ik om de 100 meter een twintiger op mijn motorkap die het te druk had met zijn vrienden op te hoogte te houden waar hij bleef dat hij niet doorhad op de verkeerde weghelft te rijden, lopen vaders en moeders met kinderwagen elkaar te Appen hoe hun kroost het zo leuk doet of hij irritant die ene vriendin toch is, zie ik senioren op een parkbankje zitten met een mobiel in de hand om te laten zien dat hún kleinkind zo bijzonder is en zitten zakenmensen tijdens vergaderingen de boodschappenlijst door te nemen met hun werkende partners of te chatten met hun kind op de BSO.

We lopen te schelden op onze kinderen die al Twitterend 4 breed op de fietspaden rijden terwijl veel van diezelfde mensen zelf al moeite hebben om het onding in hun zak te laten als ze aan het autorijden of met hun eigen kleine kinderen al Appent op de stoep rijden.

We zijn zo druk bezig met elkaar op de hoogte te houden via allerlei ´sociale´ media dat we vergeten sociaal te leven.

DEZE COLUMN IS EEN ONDERDEEL VAN: THRILLERLEZERS

Auteur: alexroessen

Leiden, 1973 Overdag besteed ik mijn tijd als bouwkundig tekenaar op een architectenbureau, maar 's avonds timmer ik aan de weg als schrijver van korte verhaaltjes of columns. Ik woon samen met mijn partner Yfke en onze kat Abby in de Duin- en Bollenstreek. Mijn zoon Jordi verblijdt ons zo nu en dan ook met zijn gezelschap en maakt ons gezinnetje compleet. Dit is mijn persoonlijke pagina, hier kun je korte verhaaltjes vinden, wekelijkse blogs of andere creatieve creaties.