Reflectie

Je zegt de woorden alsof je ze meent.
Jouw woorden geven mij het gevoel dat ik niets waard ben.
In jouw ogen besta ik niet. Mijn wereld doet er voor jou niet toe.
Ik heb geen bestaansrecht. Elk weerwoord een zucht wind.

Mijn ziel ligt open en bloot voor je ontzielende woorden.
De kracht achter nietszeggende woorden is verwoestend.
Het rukt mijn hart aan flarden. Mijn essentie is vergaan tot stof.
Je kijkt me aan, maar ziet me niet.
Ik sta recht voor je neus, met ingezakte schouders en kromme rug.

Het gaat niet om mij, mijn persoonlijkheid is niet belangrijk.
Morgen ben ik vergeten. Over een uur besta ik al niet meer.
De afwezige aandacht gericht op niemand anders.
Weerloos voelde ik me, ik liet het toe, geen kracht.

Ik mag er zijn. Ik ben er altijd geweest.
Wie ben jij om dat niet te erkennen. Ben ik iemand, zonder jouw erkenning.
Je onvermogen mij te zien zoals ik ben, laat mij zien wie ik niet wil zijn.
Je negeert mij, terwijl ik mijn rug recht en in stilte voor je sta te schreeuwen.

Het gaat niet om jou. Jouw woorden voeden mij.
Jouw gebrek aan empathie is Pokon voor mijn zelfvertrouwen.
Ik ben niet de persoon waarvan ik denk jij dat denkt dat ik die ben.
Jouw woorden laten mij mijn ziel zien en laten mij weten dat ik niet wil zijn wat jij van mij verlangt.
Ik kijk in je ogen en zie wat jij niet ziet: mijzelf.

555 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Intro

‘Ben je er klaar voor?’
Mijn borstelige wenkbrauwen kunnen niet voorkomen dat het zweet van mijn voorhoofd mijn ogen bereikt. Het zoute vocht brand in mijn ogen maar wrijven is geen optie. Uit angst dat de bewegingen teveel zijn voor het gevoelige goedje dat ik met me meedraag, blijf ik zo stil mogelijk staan tot de anderen klaar zijn en het stabiel genoeg is voor vervoer. Met rood doorlopen ogen knik ik in de richting van Erik, die mijn antwoord niet afwacht en zijn aandacht weer richt op de lampjes van het kastje dat om mijn middel is vastgebonden.
Achter me ontrafelt Barry de wirwar van draden die over mijn rug loopt om ze op het kastje aan te sluiten en de onomkeerbare verbinding met de explosieven te maken.
‘Kom op, Barry.’ Het geduld van Erik begint op te raken wanneer Barry voor de derde keer de draden opnieuw samenbindt. Nadat ook het vierde lampje op groen springt, steekt Erik zijn duim op naar Marco die even verderop verscholen op de uitkijk staat. Met de rug gekeerd naar de wind, een zakdoek voor zijn mond en een skibril op om geen zand in zijn ogen te krijgen, legt hij via de satelliettelefoon contact met de Opdrachtgever.
‘We zijn er klaar voor, over!’ Marco houdt zijn vrije hand voor de microfoon om nog enigszins verstaanbaar over te komen. De onophoudelijke woestijnwind maakt communicatie bijna onmogelijk.
‘Ga…k…’ De rest van het antwoord gaat verloren door de weersomstandigheden. Meer woorden zijn ook niet nodig, de opdracht is duidelijk: de drukte in en op de knop drukken.
Ik wrijf in mijn ogen, wat het eigenlijk alleen maar erger maakt, knoop mijn lange jas dicht, zet mijn bril op en mijn mondkap voor en wandel voor de laatste keer als Niemand de anonimiteit in.

631 totaal aantal vertoningen, 2 aantal vertoningen vandaag

Verlichting

Haar lichaam verstrakte en haar oogleden trilden. De angst voor wat er boven was, werkte zo verlammend dat ze zich niet durfde te bewegen.
     Meerdere malen had ze het geprobeerd. In haar eentje de trap op, in het donker. Ze ging al hyperventileren van de gedachte. Mama had gezegd dat ze zich niet zo moest aanstellen. Er was niets engs op de trap of op de overloop. Ze vond dat Marieke tijd probeerde te rekken en schreeuwde met de dag harder tegen haar wanneer ze huilend onderaan de trap stond omdat mama het licht van de overloop niet wilde uitdoen, zodat ze zelf in het donker naar boven moest.
     Marieke wist wel beter. Zij hoorde de monsters zwaar ademen, voelde hun aanwezigheid als ze in het donker over de overloop liep, klaar om haar te pakken als ze naar haar kamer liep. Het licht hield de monsters op afstand.
     'Stel je niet zo aan, Marieke. Schiet op,' riep mama vanuit de woonkamer.
     Marieke zette een voet op de onderste trede, pakte de leuning stevig vast, hield haar favoriete knuffel Jenny nog dichter tegen zich aan en keek nog een keer naar boven voor ze het licht van de overloop uit knipte. Met twee treden tegelijk vloog ze de trap op. Na een korte sprint over de overloop sprong ze in haar fort van kussens en trok de deken over haar heen. De gedaante op de overloop greep net mis. Ze had het gevoeld.
     Door een kier tussen haar kussens zag ze tot haar schrik dat het licht op de overloop brandde. Ze had het licht toch echt uitgedaan.
     'Marieke, doe het licht uit,' klonk het vanuit de verte.
     'Dat heb ik gedaan.'
     'Schiet op, ik zeg het niet nog een keer.'
     De moed zakte in Marieke´s eenhoornpantoffels. Aarzelend pakte ze Jenny en liep richting de trap. Zodra ze op de bovenste trede stond, knipperde het licht uit. Voor ze kon bedenken wat er aan de hand was, voelde ze een hand op haar schouder. Met een ruk draaide ze zich om en keek recht in haar eigen ogen. Vlak voordat ze wilde gaan gillen, legde haar spiegelbeeld een vinger op haar lippen en pakte Marieke bij haar hand. Samen liepen ze de trap af om het licht van de overloop uit te doen en terug te keren naar Marieke´s kamer.
     Marieke was nooit meer bang in het donker.

Deelnemer schrijfwedstrijd Heel Nederland Schrijft. 
Leuk verhaal? Klik hier en geef een duim omhoog op de pagina van Heel Nederland Schrijft.

De deadline – moord binnen een schrijverscollectief

 

Voor de vierde keer die week stond Emile aan de rand van het zwembad. De gasten zouden elk moment wakker worden en hun weg naar het zwembad vinden om de dagelijkse baantjes te zwemmen of voor hun yoga rituelen aan de rand van het bad. Elke ochtend was het hetzelfde liedje: ik wil fietsen, ik wil zwemmen, is het ontbijt al klaar.
Het leek zo’n goede beslissing; vertrekken uit het stressvolle Nederland, weg van iedereen. Maar nu was het genoeg geweest, elk jaar werden de gasten veeleisender: je kunt me toch wel even ophalen van het station, is het ver rijden naar die wijnproeverij? Het plezier was er al langere tijd van af.
Emile schoof met zijn voet de stenen van de rand van het zeil dat het zwembad bedekte. De bloedvlek op een van de stenen ontging hem, net als die aan de rand van het zwembad. Een schaduw onder het doek trok zijn aandacht. Hij had het reinigingsapparaat toch uitgezet gisteravond? Of was Ona onder het doek gekropen en in het water beland? Het enthousiasme van de Belgische border collie was moeilijk in toom te houden, maar ze zal toch niet…
Lees “De deadline – moord binnen een schrijverscollectief” verder

4,481 totaal aantal vertoningen, 5 aantal vertoningen vandaag

Tweestrijd

We hebben eigenlijk nooit echt een goede relatie gehad. Ik heb het net zo vaak met je willen uitmaken als dat we besloten om het toch nog maar eens te proberen. Vanaf het begin dat we elkaar kennen is het niet anders dan strijd geweest. Op het moment dat ik ergens met het kleine beetje zelfvertrouwen dat ik heb aan wil beginnen, ben jij het die mij ervan weerhoudt mijn doel te bereiken. Je saboteert elke poging tot zelfontplooiing, uit angst zonder mij door het leven te moeten. Zo vaak heb ik geprobeerd naar je toe te groeien, me aan te passen aan jou. Maar onze levenswegen lijken alleen maar evenwijdig aan elkaar te lopen, zonder tot een kruispunt te komen. Ik heb je aanwezigheid leren accepteren, zonder te realiseren of ik van je houd.

Ik heb je jarenlang genegeerd, onze relatie laten versloffen

In alle onschuld heb ik je ooit volledig vertrouwd. Ik geloofde in je en slikte alles wat je me wijsmaakte, zonder aan je egocentrische intenties te twijfelen. Maar je hebt me laten stikken, je liet het afweten op de momenten dat ik je nodig had, ik niet zonder je kon. Ik werd opgezadeld met jouw depressies, irrationele gedachtes, verlatingsangst en je dwangmatig gedrag iedereen het naar de zin te maken. Alles om de focus op jou te richten.

Ik heb je jarenlang genegeerd, onze relatie laten versloffen. Van warmte of aandacht was geen sprake. Ik zorgde niet voor je en gaf niet om je, ik vond mezelf belangrijker. Ik was kwaad op je, wilde van je af maar wilde niet alleen door. Ik durfde niet met je te praten, ik wist hoe je zou reageren als ik mezelf zou laten zien. Ik was bang voor de confrontatie met mezelf.

Ik kan niet zonder, ik heb het nodig

Ik heb geleerd met mijn tweestrijd samen te leven. Ik kan niet zonder, ik heb het nodig. Het houdt me nuchter wanneer ik in paniek ben, het heeft me geleerd dat niet elke prikkel een gevaar is. Het heeft me geleerd te accepteren wie ik ben, dat anderen van mij houden om wie ik ben.
De innerlijke strijd is van mij, veroordeeld tot de dood ons scheidt.
Ik heb geleerd dat er zonder licht geen duisternis is, dat er geen schaamte ligt in het tonen van je ware zelf. Dat ik ben wie ik ben, door de mensen die ik liefheb.
Dat het mogelijk is van jezelf te leren houden, door jezelf te accepteren.

780 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

De bellenblaasmeisjes

Vandaag begon eindelijk het weekend waar Marieke en Els al een jaar naar toe hadden geleefd. Dit was het weekend dat bij kasteel Keukenhof de historische veldslag zou worden nagespeeld.
Gisteravond hadden ze hun kleding nog een laatste keer gepast voor de grote spiegel in de slaapkamer van hun ouders. Lachend en dansend gingen ze de kamer rond terwijl ze bellen bliezen met hun bellenblazers. Vaders kleding hing al klaar over een stoel naast zijn bed, zijn musket stond tegen de stoel, klaar voor gebruik. Ondanks dat Marieke en Els vroeg naar bed werden gestuurd, sliepen ze door alle opwinding pas om elf uur.
Toch waren ze om zes uur alweer wakker. Bang om hun ouders wakker te maken, fluisterden ze over wat ze allemaal zouden gaan doen dit weekend.
'Het gaat een geweldig weekend worden,' fluisterde Marieke tegen Els.
'Ja, echt wel. Ik kan niet wachten om het hele weekend in mijn kostuum te lopen.' antwoordde Els zachtjes.
Vader had gezegd dat ze pas uit hun kamer mochten komen als hij ze geroepen had.
'Volgens mij is papa ook al wakker, ik hoor geluid van boven komen. Hij zal ons toch niet te lang laten wachten?' Els hield het bijna niet meer.
Maandenlang waren ze bezig geweest met kledingstukken ontwerpen en maken, met mama stad en land af voor de juiste stof, struinend door antiekwinkels op zoek naar een authentiek musket voor papa. En dat allemaal voor dit ene weekend. Toen ze vorig jaar hoorden dat het thema Amerikaanse Burgeroorlog zou zijn, waren ze gelijk begonnen met het bedenken van karakters en met uit te zoeken hoe de mensen leefden in die tijd.
Dit jaar zou de eerste keer worden dat ze aan zoiets zouden meedoen. Honderden mannen, vrouwen en kinderen die een weekend doorbrachten in kampementen, om na te spelen hoe het leven in de Burgeroorlog er aan toe ging. Veel van hun vriendjes en vriendinnetjes waren wel eens bij de Elf Fantasy Fair geweest, waar ook veldslagen worden nagespeeld. Zij vonden het geweldig om die mensen te zien vechten met zwaarden en pistolen, verkleed als ridders, elfjes, Harry Potters of als iemand uit de Lord of The Rings.
Moeder wilde er eigenlijk niets van weten, maar met behulp van papa's voorliefde voor geschiedenis hadden ze haar toch om weten te praten. Hij zou verkleed gaan als infanterist en meedoen aan de veldslag, terwijl Marieke en Els zouden helpen in het kampement met het verzorgen van de "gewonden".

Mama vond dat hele verkleedgedoe maar niks. Ze wilde best meehelpen met het maken van de kostuums, om de kosten een beetje te drukken, maar van zelf mee doen was geen sprake. Het was al belachelijk dat haar man voor schut wilde lopen in zo'n raar apenpak.
Ze had voor zichzelf en een paar vriendinnen een weekend weg geboekt in de buurt van Apeldoorn. Het hele weekend lekker sportief bezig zijn; zaterdagochtend met een kano varen, zaterdagmiddag fietsen door de Veluwse bossen en als dagafsluiting een musical in het stadstheater. 's Zondags vijftien kilometer wandelen en daarna met z'n allen uit eten.
'Laat die gekken maar verkleed rondlopen en lekker creperen in een tentje.'

Opeens klonk er hard gelach, gevolgd door een bonk. Vlak daarna het geluid van een schot. Het lawaai kwam van boven. Ondanks de waarschuwing van papa renden Marieke en Els de trap op om te kijken wat er aan de hand was. De slaapkamerdeur van hun ouders was nog dicht, maar er scheen wel licht door de deurspleet. Van achter de deur klonk een sniffend geluid.
'Mama!' riep Els. Mama gaf geen antwoord. De slaapkamerdeur wilde niet open toen Marieke de deurklink naar beneden duwde, alsof iets de deur blokkeerde. Met z'n tweeën lukte het om de deur open te duwen. Achter de deur zat papa in zijn Dragonderkostuum huilend op de grond.
Mama zat in bed met haar mobiel in de hand. In haar voorhoofd zat een gaatje, waaruit bloed stroomde. Op het bed lag de nog rokende musket, vlak daarnaast lag een schoteltje met daarop een omgevallen kaars en vers kaarsvet.
'Papa! Wat is er gebeurd?' Marieke en Els schreeuwden het uit, terwijl ze ontsteld naar hun vader keken.
'Ik, ik....ik weet het niet precies. Ik denk dat ik mama heb doodgeschoten.' Met waterige ogen staarde hij voor zich uit, 'Ik had de wekkerradio heel vroeg laten afgaan omdat ik jullie wilde verrassen door jullie wakker te maken in mijn kostuum. Mama was door de wekker wakker geworden en zat op bed met haar vriendinnen te praten via Facebook en foto's van mij in mijn kostuum te posten. Ik was net klaar met aankleden toen mijn favoriete liedje, Sex On Fire, op de radio speelde. Ik pakte mijn musket op en stak de kaars aan die ik op het bed had klaargezet, omdat ik jullie niet wilde wakker maken met het felle licht op de overloop. Ik wilde net het licht in de slaapkamer uit doen, toen mama opeens heel hard begon te lachen,´Harige Piemel! Dat is een Mama appelsap!´ zei ze. Ik schrok er zo van, dat ik mijn balans verloor en op de bellenblaas stapte die jullie op de grond hadden laten liggen. Ik liet mijn musket op het bed vallen en viel tegen de deur. De kaars moet de lont hebben aangestoken, want opeens ging de musket af!'
Later zag vader de laatste statuswijziging die hun moeder aan het typen was: "Moet je kijken. Het kind gaat soldaatje spelen met me dochters. Gelukkig hoef ik niet mee met dat zieli"

de vrijdagmiddagborrel

Freek was snel naar boven gevlucht en had zich met de kinderen verstopt in de linnenkast. Alicia en Hanna zaten snikkend ineengedoken naast hun vader. Zonder na te denken had hij de paniekknop in de kast ingedrukt. Freek had de knop laten installeren na de vorige uitbarsting van Petra. Hij kon niet weten dat hij de knop nu al moest gebruiken.
Petra was via de achterdeur thuisgekomen van haar werk en stond te schreeuwen in de keuken. ‘Hoe vaak heb ik nou gezegd je rotzooi achter je reet op te ruimen, randdebielen!’ schreeuwde ze luidkeels. ‘Laat mama het maar weer opruimen. Alsof ik godver niets anders te doen heb na een week werken!’
Freek wist al hoe laat het was toen hij haar in de tuin luid vloekend hoorde aankomen, nadat ze bijna over een achtergebleven speelgoedauto was gestruikeld. Elke vrijdagmiddag was het raak als Petra van de borrel thuiskwam. Met deze hittegolf was er niet veel nodig, elke misstap was er een teveel. In het begin van hun relatie kon hij haar nog wel aan. Het bleef meestal bij een onschuldige klap tijdens een dronken bui. Maar in de loop der jaren werden de buien, en de klappen, heviger.
Vaak raakte ze hem op de armen of de buik, zelden op zichtbare plekken. Als het dan toch tot een blauw oog kwam, gaf hij op zijn werk als uitleg dat hij een ongelukje had gehad tijdens het klussen. Hij had er nooit echt over durven praten, welke man wil nou toegeven dat hij zijn vrouw niet aan kan.
Vertrekken zat er ook niet in, waar moest hij heen met de kinderen? Toegeven dat hij mishandeld werd kon hij niet. Hij schaamde zich dood. Eigenlijk wilde hij ook niet weg. Ondanks de klappen hadden ze ook goede tijden gekend en Petra had al vaker gezegd te zullen stoppen met drinken, voor hem, voor de kinderen. Hij had ondertussen een olifantenhuid gekregen van alle klappen en alle verschrikkelijke ziektes die naar zijn hoofd werden geslingerd. Ach, de kinderen. Bibberend en snikkend zaten ze naast hem in de kast.
‘Waar zitten jullie,’ schreeuwde Petra vanuit de keuken.
‘Stil nou, laat mama niet horen dat we hier zitten,’ fluisterde hij. Als je eigen kinderen bang voor je zijn moet er toch iets verschrikkelijk mis zijn, dacht hij. Wat een stel egoïsten zijn we toch ook. Bij elkaar blijven. Voor wie, voor onszelf, voor de kinderen, om de schone schijn op te houden? En tegen welke prijs? De kinderen gaan hier aan onderdoor. Het was alsof hij zichzelf probeerde te overtuigen van wat hij eigenlijk al wist.
Ze moesten hier weg, maar hoe? Zodra ze door zou hebben dat ze in de kast zaten zouden ze in de val zitten.

Petra ging onverminderd tekeer in de keuken. De halve vaatwasser was ondertussen ingeruimd met gebroken stukken keramiek. Maandenlange frustraties kwamen in een walm van alcohol naar buiten. Zonder ook maar na te denken over wat ze zei, vloog de ene na de andere ziekte over haar lippen terwijl ze richting de hal liep.
Op het moment dat Freek Petra hoorde aankomen stond hij in de gang zijn oude tent in te pakken, terwijl de meiden boven hun rugzakken in het inpakken waren. Ze stonden op het punt een weekend te gaan kamperen bij de atletiekvereniging ter afsluiting van het seizoen.
‘Ik weet dat jullie thuis zijn. Luister naar je moeder en kom als de sodemieter tevoorschijn!’
Alicia en Hanna kropen nog dichter tegen hun vader aan, terwijl ze hun moeder met luide stappen de trap op hoorden komen. Vlak voordat ze de eerste stap op de trap had gezet, had ze zonder veel gevoel van richting in een openstaande tas gegrepen. Met een tentharing in de hand klauterde ze wankelend naar boven, krampachtig vasthoudend aan de leuning. Buiten adem en wild briesend kwam ze boven. Ze trapte hard tegen de kamerdeur van Alicia en strompelde haar kamer binnen. Wild om zich heen slaand, baande ze zich een weg door de kamer. Met een wild gebaar opende ze de kledingkast, waardoor de tentharing in de gordijnen bleef steken. Alsof ze verstrikt was geraakt in een net zwaaide ze wild met haar armen om los te komen.
Nadat ze zich ervan overtuigd had dat er niemand in de kamer was begaf ze zich naar de kamer van Hanna. ‘Kom tevoorschijn! Verstop je niet als een stelletje laffe mollen!’
Freek zag zijn kans schoon. Voorzichtig opende hij de kastdeuren en nam Alicia en Hanna bij de hand. Zachtjes begaven ze zich naar de overloop. Petra had Hanna’s kamer overhoop gehaald en alles binnen handbereik door de kamer gesmeten. Zo stil als ze konden liepen ze de trap af. De treden kreunden onder hun voeten. Op dat moment vloog de slaapkamerdeur open. Petra stond met een verwilderde blik boven aan de trap. Freek bleef verstijfd halverwege de trap staan en schreeuwde naar de meiden: ‘Rennen, naar buiten! Nu!’.
Half struikelend over de gereedstaande tassen renden ze naar buiten. Freek weerde de vuist van Petra af en kon zich nog net vasthouden aan de leuning. Petra verloor haar evenwicht en viel voorover de trap af. Met een klap kwam ze met haar hoofd op de stenen vloer, de rest van haar lichaam lag vreemd gebogen onderaan de eerste trede. Onder haar lichaam vormde zich een plas bloed, dat haar lichaam uitstroomde via een tentharing die in haar zij stak.

Buiten stonden Alicia en Hanna huilend bij een agente die op de oproep was afgekomen, terwijl de toegesnelde ambulancebroeders naar binnen renden. Freek zat op de grond naast Petra en hield snikkend haar hand vast en keek haar aan in haar uitdrukkingsloze ogen.
‘Laat ons niet alleen, we zullen voortaan alles opruimen.’

2,451 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Het mes snijdt aan twee kanten

Het broodmes zakt diep in het vlees. Geen sensatie, geen extase, maar verwarring. Waarom voel ik nu ook niets. Langzaam druk ik het mes dieper, totdat ik het bot van mijn pols raak. Een scherpe, brandende pijn overmant me. Heerlijk. Het bloed sijpelt via het lemmet langs mijn hand op de grond en vormt een plas. Een gevoel van gelukzaligheid. Ik leef. Sterf, verdomme. Ik voel de kracht uit mijn benen wegvloeien, eindelijk grip op mijn leven.
‘Wat sta je nou te dromen, Iris. Dat mes wordt niet vanzelf schoon. Hier, een theedoek. Treuzel niet zo, ik heb nog meer te doen.’ Ma smijt de theedoek in mijn gezicht, het mes valt op de grond. Ik zak door mijn knieën en raap het op. Ongeduldig staat ze met een net gesopt mes te wachten. Zal ik? Ik droog de messen en leg ze in de besteklade. Morgen, echt.

Lees “Het mes snijdt aan twee kanten” verder

3,449 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Recept van eigen deeg

De afzuigkap ratelt alsof het elk moment uit elkaar kan vallen. Aangevuld met het geluid van de gaspitten die onder de pannen bijna allemaal voluit staan, is het een kabaal in de keuken. De glazen deksel op de wok is beslagen, een dunne sliert stoom ontsnapt via het ontluchtingsgaatje. Ik haal de deksel van de pan om met de kunststof spatel het knetterende vlees te verspreiden en zet het vuur lager. De klompjes vlees sudderen verder in hun eigen vleesnat. Zal ik nog wat peper en zout toevoegen? Hoe eet je dit eigenlijk en waar zal dit naar smaken, vast naar kip. Wijn. Wijn is altijd een goed idee.
Met de spatel verdeel ik de bruinrode massa over de bodem van de wok. Ik overgiet het vlees als een volleerd chef-kok met een paar scheuten rode wijn. Het rode vocht baant zich een weg door de geultjes naar de bodem en zorgt ervoor dat het vlees in een bruinrode plas ligt. Snel plaats ik de deksel terug op de wok en neem een flinke slok van de overgebleven wijn, een geopende fles moet nu eenmaal leeg.

Het vlees heb ik 2 dagen geleden uit de vriezer gehaald om te ontdooien. 3 weken in de vriezer leek me wel voldoende, maar wat weet ik ervan, het is niet alsof ik dit vaker gedaan heb. Doordat ik de homp vlees door de vleesmolen heb gehaald, lijkt het net echt. Toen de donor er nog gebruik van maakte dacht hij er heel anders over.
Wat moest ik anders, ik kon dit toch niet ongestraft laten? De brutaliteit van zo’n ventje. Het moest maar eens over zijn met die grote mond. Mij tegenspreken, het lef.

Op het kleinste pitje staat een pannetje met rode saus zachtjes te pruttelen. Het recept heb ik op internet opgezocht. Een Duitse en Amerikaanse ervaringsdeskundige zeggen beiden dat dit een goede smaakversterker moet zijn. Op een derde pit staat al zeven minuten de pasta gaar te koken. Het kokende water is al bijna geheel verdampt, nog twee minuten en dan is alles gereed.
Na nog een slok rode wijn giet ik de pasta af, meng het met het lichtbruin gebakken vlees en bak het geheel nog een beetje aan.
Ik vul de diepe borden met pasta en overgiet het met de rode saus, voor de zekerheid strooi ik er een heel klein beetje geraspte kaas. Net niet genoeg naar haar smaak. Een schaaltje met geraspte kaas zet ik op tafel. Ik vul de glazen die op tafel staan met rode wijn die ik eerder al had geopend om te laten ademen. Je kunt geen wijn genoeg hebben, zeker nu niet. Ik maak het geheel af door de drie kaarsen aan te steken die in de kandelaar staan op het midden van de tafel.
Zal ze het verschil proeven?

‘Proost, lieverd. Op 15 jaar sinds onze eerste ontmoeting,’ zeg ik en ik hef het glas.
‘Proost,’ antwoord ze en we laten de glazen klinken.
Ze strooit wat geraspte kaas over de pasta en mengt alles door elkaar, wat ken ik haar toch goed.
‘Heerlijk. Verfrissend met dat vlees erdoor, weer eens wat anders.’ Een sliert gesmolten kaas hangt aan haar kin terwijl ze me verliefd aankijkt. Nog steeds zoveel liefde, zelfs na 15 jaar.
‘Ja, hé.’ Ik probeer zo gewoon mogelijk een hap te nemen. Smaakt prima.
‘Waar is je kind? Zou hij niet komen dit weekend, het is toch alweer vier weken geleden?’
‘Nee, die komt niet. Die heeft straf.’

672 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Het mes snijdt aan twee kanten (deel 1)

Het broodmes zakt diep in het vlees. Geen sensatie, geen extase, maar verwarring. Waarom voel ik nu ook niets. Langzaam druk ik het mes dieper, totdat ik het bot van mijn pols raak. Een scherpe, brandende pijn overmant me. Heerlijk. Het bloed sijpelt via het lemmet langs mijn hand op de grond en vormt een plas. Een gevoel van gelukzaligheid. Ik leef. Sterf, verdomme. Ik voel de kracht uit mijn benen wegvloeien, eindelijk grip op mijn leven.
‘Wat sta je nou te dromen, Iris. Dat mes wordt niet vanzelf schoon. Hier, een theedoek. Treuzel niet zo, ik heb nog meer te doen.’ Ma smijt de theedoek in mijn gezicht, het mes valt op de grond. Ik zak door mijn knieën en raap het mes op. Ongeduldig staat ze met een net gesopt mes te wachten. Zal ik? Ik droog de messen en leg ze in de besteklade. Morgen, echt.

Deel 2: 16 november

Deelnemer ‘De Pennen Zijn Geslepen’ AVROTROS

1,091 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag