Drijfzand – Recensie

Titel: Drijfzand
Auteur: Bibi Boom
Uitgever: Godijn Publishing
Uitgebracht: september 2016
255 pagina’s
ISBN 978-94-92115-11-9

De auteur
Bibi Boom (Amsterdam, 1983) schreef als kind zelf verzonnen verhaaltjes met in de hoofdrol de personages uit haar favoriete kinderserie: Alfred J. Kwak. Vanaf 2005 schrijft Bibi scenario’s voor haar andere grote hobby: levend rollenspel. In 2013 vatte ze het idee op om een boek te schrijven en probeerde dit middels crowdfunding uitgegeven te krijgen. Helaas vroeg het crowdfundingplatform net voor de voltooiing van de campagne faillissement aan en ging het gecrowdfunde geld verloren. Een bevriende schrijfster adviseerde om bij wijze van oefening aan zoveel mogelijk schrijfwedstrijden mee te doen. De eerste wedstrijd waaraan Bibi meedeed (Zwarte Passie, Godijn Publishing, 2015) werd gelijk door haar gewonnen.
Qua genre is Bibi niet erg honkvast; het enige dat haar verhalen met elkaar gemeen hebben, is dat het altijd fictie betreft en dat ze de lezer graag op het verkeerde been zet. Ondertussen werkt zij aan diverse korte verhalen, een erotische novelle, een psychologische thriller, een historische roman en aan het script voor een televisieserie.
Bibi woont in Midwoud met haar kat Tiramisu. (bron:Godijn Publishing)

jmf_20160922-0091-v2-1

“Drijfzand – Recensie” verder lezen

480 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

De pennen zijn geslepen 

Sinds donderdagavond 27 oktober 2016 wordt elke donderdag om 20.30 uur het nieuwe televisieprogramma ‘De Pennen zijn Geslepen’ van de AVROTROS uitgezonden. Een programma met bekende en voor mij minder bekende Nederlanders, met of zonder schrijfervaring, die op een soort schrijfvakantie zijn en onderricht krijgen in het schrijven van een moorddadig goed verhaal. Succesvol thrillerschrijfster Saskia Noort en literair agenten Paul Sebes en Willem Bisseling nemen de deelnemers bij de hand op reis in de wereld van de schrijver.

Aangezien er ook een schrijfwedstrijd aan verbonden is waaraan het gewone publiek kan meedoen, met als juryprijs een masterclass door Paul Sebes en Willem Bisseling in Spanje en als publieksprijs een cursus literair debuteren door dezelfde heren maar dan in Amsterdam, heb ik ook de digitale pen laten vloeien en mijn eerste 150 woorden ingeleverd, in de hoop bij de 10 finalisten te eindigen en mijn verhaal aan te kunnen vullen tot 750 woorden. Finalist of niet, het verhaaltje wordt in ieder geval afgemaakt.

Waar schrijven voorheen alleen voor geletterden was of voor degenen die met een beitel en een stuk steen wisten om te gaan, is door de komst van de leerplicht in de 19e eeuw en met de komst van het internet in de 20e eeuw, het schrijven steeds toegankelijker geworden. Of de kwaliteit van het schrijven daarmee verbeterd is, is nog maar de vraag. Waren er vroeger nog maar een paar boeken die door de monniken werden gekopieerd, tegenwoordig kan elke enthousiasteling via een copyshop zijn of haar monnikenwerk onder de mensen krijgen.

Op basis van een onderzoek van dagblad Trouw uit 2007 gebaseerd op 2629 ondervraagden, zouden er 1 miljoen Nederlanders zijn die zich met schrijven bezighouden, 90.000 hiervan zouden de ambitie hebben van schrijven hun beroep te maken. Een aanzienlijk aantal Nederlanders is dus op de één of andere manier met schrijven bezig. Van dagboek tot blog, van kort verhaal tot boek, er wordt wat afgeschreven.

Programma’s over boeken zijn er al een tijdje, waarin met de schrijver of de lezer wordt gesproken over het boek of het leven, maar programma’s over het vak schrijven zijn er een stuk minder. Hobbyisten die zich echt in het vak willen verdiepen zijn al snel gebonden aan cursussen, schrijfvakanties of zelfs de schrijversacademie – allemaal een flinke investering in je eigen vaardigheid, wat niet voor iedereen is weggelegd. Een televisieprogramma lijkt mij dan een goede toevoeging voor de eerste kennismaking met de schrijverswereld, zeker op de publieke zender. Het mocht eens tijd worden.

Ondertussen worden de ambitieuze deelnemers in de riante schrijfboerderij getrakteerd op een gesprek met een mevrouw die een moord gepleegd heeft, wat op mij enigszins bizar en choquerend overkomt, maar hoe kom je anders in het hoofd van een moordenaar? Kun je iemand zomaar veroordelen zonder de feiten te weten en hoe gerechtvaardigd is een moord eigenlijk? Is een moord überhaupt te rechtvaardigen? Het gesprek maakt overduidelijk diepe indruk op de deelnemers.

Na dit gesprek worden de schrijvers in opleiding meegenomen naar een in scene gezet plaats delict. Thrillerschrijfster en forensisch rechercheur Carina van Leeuwen laat haar aanstaande collega’s voor een keer onbelemmerd de plaats delict vervuilen, waar zijn de haarnetjes en handschoenen, en probeert de cursisten duidelijk te maken waar objectief naar gekeken moet worden, zonder gelijk conclusies te trekken, iets waar sommige deelnemers wat moeite mee hebben. De interessante les van Carina is ten einde en vervolgens ontfermen Paul Sebes en Willem Bisseling zich over de deelnemers, die ze voeden met de technische kant van het schrijven; de w’s, de p’s en de s-en. Een aantal deelnemers heeft wat moeite om bij de droge materie geconcentreerd te blijven. Om de aandacht er weer bij te houden wordt de dag zoals altijd bij een schrijfcursus afgesloten met wat schietoefeningen, als we er toch zijn.

Met een kladblok vol aantekeningen en taartdiagrammen, gaan de schrijvers aan de slag om hun eerste verhaaltje van 750 woorden te schrijven. Onder begeleiding van een misplaatst onheilspellend achtergrondmuziekje zien we de schrijvers zwoegen, schrijven en schrappen. Kwalificatie voor de volgende aflevering staat immers op het spel.

De jury buigt zich over de verhaaltjes en geeft een juryrapport nadat elke deelnemer zijn of haar verhaaltje heeft voorgelezen. De een heeft zijn fantasie gebruikt, de ander blijft dicht bij zichzelf en schrijft bijna autobiografisch. De een gebruikt humor – wat nog steeds controversieel blijkt te zijn, de ander schrijft bijna dichterlijk. Geen enkel verhaal is hetzelfde.

Uiteindelijk besluit de jury alle deelnemers door te laten gaan naar de volgende aflevering, zonder een echte winnaar van de aflevering te noemen. Een beetje een anticlimax. Als je dan toch een spelelement wilt maken van het programma, moet je dat naleven ook natuurlijk.

Ondanks de onduidelijke structuur, de misplaatste mysterieuze achtergrondmuziek en het gebrek aan vermaak in het programma ben ik toch benieuwd naar de volgende afleveringen, in de hoop op verbetering en nieuwsgierig naar het spelelement.

Mijn inzending voor ‘De pennen zijn geslepen’

Het mes snijdt aan twee kanten
Het broodmes zakt diep in het vlees. Geen sensatie, geen extase, maar verwarring. Waarom voel ik nu ook niets. Langzaam druk ik het mes dieper, totdat ik het bot van mijn pols raak. Een scherpe, brandende pijn overmant me. Heerlijk. Het bloed sijpelt via het lemmet langs mijn hand op de grond en vormt een plas. Een gevoel van gelukzaligheid. Ik leef. Sterf, verdomme. Ik voel de kracht uit mijn benen wegvloeien, eindelijk grip op mijn leven.
‘Wat sta je nou te dromen, Iris. Dat mes wordt niet vanzelf schoon. Hier, een theedoek. Treuzel niet zo, ik heb nog meer te doen.’ Ma smijt de theedoek in mijn gezicht, het mes valt op de grond. Ik zak door mijn knieën en raap het mes op. Ongeduldig staat ze met een net gesopt mes te wachten. Zal ik? Ik droog de messen en leg ze in de besteklade. Morgen, echt.

550 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Ochtendgebrabbel

Het schijnt goed voor je ontwikkeling als schrijver te zijn: ´s morgens een half uur tot een uurtje te schrijven. Ongegeneerd je gedachten laten vloeien uit je vingers, schrijfmeters maken. Vroeg in de ochtend zijn je gedachten nog het verst, onaangetast door invloeden van je omgeving; nog geen manlief, vrouwlief of kinderen die je ´lastig vallen´ met de dagelijkse beslommeringen. Nog geen televisie of ochtendkrant die je blik op de wereld beïnvloeden of je gedachten verontreinigen.

Na een paar weken ochtendschrijven lijkt al het gebrabbel misschien wel op elkaar, maar leer je jezelf steeds beter kennen als mens en als schrijver. Je komt erachter dat je wel erg loopt te zeuren over de kleine dingen in het leven of dat een specifiek onderwerp wel heel vaak voorbij komt. Schaam je er niet voor je eigen gebreken te benoemen, leg ze onder de loep, overdrijf lekker. Maak er geen proza van, schrijf gewoon zonder na te denken over komma’s, stijl of dat het überhaupt klopt wat je schrijft. Een moeilijke oefening voor de mooischrijvers.

Schrijf in stilte, laat je niet afleiden door invloeden van buitenaf. Dat is ieder geval het advies. Maar ik kan eigenlijk niet zo goed tegen stilte, ik word daar heel zenuwachtig en onrustig van. Complete stilte leidt mij af. Ik kan ook niet werken in stilte, ik moet altijd een achtergrondgeluid hebben. Voor mij is dat vaak rockmuziek; stevige gitaren, een lekkere drumsolo, een schreeuwende zanger of zangeres, of soms lekker Gayradio opzetten voor een paar uurtjes dansmuziek. Heel vroeger maakte ik huiswerk begeleidt door klassieke muziek van Bach en Mozart terwijl ik 1 en 1 probeerde op te tellen. Ik weet niet of ik nu nog de rust in mij heb om dit te kunnen. Wel vind ik het heerlijk om met de muziek van Enya of Loreena McKennitt te werken, voor een uurtje of twee, staafje wierook aan en ontspannen maar, daarna toch weer even een uurtje snoeiharde gitaren natuurlijk of de lekkere stem van Josh Homme.

Wanneer in de ochtend moet je dan schrijven? Zodra je wakker bent? Wanneer ben je wakker genoeg om zeker een half uur achter elkaar te schrijven, niet noodzakelijkerwijs samenhangend, maar toch enigszins bewust van wat je schrijft. Voor mij begint de ochtend meestal al om half vier in de nacht. Niet omdat ik een ouderdomskwaal heb, maar gewoon omdat ik een verrot slaappatroon heb; een symptoom van chronische vermoeidheid, kapot zijn maar niet kunnen slapen. Onze Abby helpt daarbij ook niet. Het leefpatroon van onze kat houdt in dat half vier in de nacht tijd is om buiten in onze tuin de behoefte te doen, tuurlijk joh, waarom heb je anders een kattenbak?. Daarom zit er dus om half vier een kat op me te miauwen tot ik wakker word. Vervolgens heb ik tot zes uur een bijbaan als menselijk kattenluik *plaats hier het geluid van een zweep*.

Sommigen van ons hebben eerst een paar potten koffie nodig om goed te kunnen functioneren (ik noem geen namen), anderen zoals ik zijn wakker en gaan. Van kinds af aan werd er voor gezorgd dat op tijd opstaan nooit een probleem zou zijn; de wekker gezet om zeven uur, om vijf voor zeven stond mijn moeder al op de deur te kloppen: ‘Het is bijna zeven uur, de wekker gaat zo, opstaan!’ Dit is helaas blijven hangen in mijn systeem; zet ik de wekker om zeven uur, ben ik om zes uur al wakker om zeker te weten dat ik om een minuut voor zeven uur de wekker uit kan zetten. Zucht.

Schrijven zodra je wakker is dus een rekbaar begrip. Je kunt ook even wachten tot je bij je positieven bent, douchen, ontbijtje erbij en wachten tot je gedachten op gang zijn gekomen. De kans dat er dan een kind of partner meekijkt waardoor wat op papier eindigt niet meer je eerste gedachten zijn is dan wel een stuk groter, en weer een stukje dat gaat over dat je geen tijd voor jezelf hebt, de kinderen wel erg vroeg wakker waren en de kat je weer vroeg wakker maakte. Het is maar goed dat je niet veel zinnigs hoeft te schrijven in de ochtend.

Ochtendschrijven in stilte, een utopie voor velen.

1,391 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag