Het kerstdiner

Lodewijk nam even een adempauze. Met de palm van zijn linkerhand veegde hij de bloedspetters van zijn gezicht, pakte het cadeau met zijn naam erop vanonder de kerstboom en ging hijgend op de bank zitten. Hij dacht dat het deze keer makkelijker zou gaan. Met zijn plakkerige vingers scheurde hij het papier aan stukken. Ze hadden zich verzet, hij nam het ze deze keer niet eens kwalijk.
   ‘Ach, kijk nou. Deodorant en een kaartje; Fijne kerst van Harry en Mathilde. Kom op, Harry. Dat had beter gekund,’ zei hij en keek naar Harry, die aan de eettafel zat.
   Harry zei iets onverstaanbaars.
   Lodewijk stond weer op en plaatste de met bloed besmeurde kerstkaart op de schoorsteenmantel naast de andere wenskaarten. Hij raapte een stoel op, ging naast Harry aan tafel zitten, pakte een overgebleven glas rode wijn en nam er een flinke slok van.
   Harry keek hem met wijd opengesperde ogen aan en snoof hard toen Lodewijk zijn arm om hem heen sloeg. ‘Mooi uitzicht?’ fluisterde Lodewijk in zijn oor.
   De tape om zijn mond voorkwam dat Harry kon reageren. Met tranen in zijn ogen keek hij naar Mathilde. Het levenloze lichaam zat op de stoel naast hem. Wat voor het diner nog zijn vrouw was, was nu nauwelijks herkenbaar als mens. Harry bewoog wild op zijn stoel en probeerde zich los te wringen. Het touw sneed nog dieper in zijn polsen en enkels, hij kermde van de pijn.
   ‘Wat is er, buurman? Zit het touw te strak?’ Lodewijk stond op en pakte zijn bijl. Deze keer zou er niemand ontsnappen.

‘Wat leuk, een uitnodiging van de buurman.’ Mathilde toonde het kaartje aan Harry, die zijn aandacht meer bij zijn smartphone had.
   ‘Kerstdiner bij de buurman. Moet dat echt? We wonen hier nu bijna een jaar en ik heb die vent nog nooit gesproken. De gordijnen zitten altijd dicht, het is alsof hij niemand wil zien.’ Harry wreef verder met zijn duim over het schermpje.
   ‘Nou ja, het is toch aardig. Leren we de man wat beter kennen. Mopperkont.’
   Mathilde had Lodewijk een keer gesproken, toen ze drie maanden in hun nieuwe huis woonden. Tijdens de middagwandeling liep ze met de hond langs het hek en zag ze de buurman in de tuin spitten.
   ‘Druk in de weer, buurman?’
   ‘Ja, ja. Altijd even ontspannen na een hapje eten. Hoe bevalt het nieuwe huis?’
   ‘Prima, hoor. We hoefden gelukkig niet veel te doen, fijn dat alles al gestoffeerd en gemeubileerd was.’
   ‘Merel en Harm waren nette mensen, inderdaad. Net als de buren van verderop. Vrolijk Pasen nog, hé.’ Lodewijk stak zijn schop in de aarde en verstrooide het over een vers bedekt gat.
   ‘Jullie ook.’ Mathilde zwaaide naar Lodewijk en naar de vrouw die voor het raam stond te zwaaien. Lodewijk liet de schop vallen en wandelde rustig terug naar het huis.

Maaike raapte de post op van de deurmat.
   ‘Kijk, Hendrik. Een kaartje van de buurman van twee huizen verder. Of we bij hem willen komen brunchen op eerste paasdag.’

Het kerstdiner – Sweek

Er is al dagen niet naar me omgekeken. De schuur biedt wel bescherming tegen de gure wind, maar weinig tegen de vrieskou. De dunne quilt helpt amper en ik verga van de honger.
De ruimte in de schuur werd met de week krapper, mijn slaapplek raakte steeds verder ingesloten door de vele kerstcadeaus. Voor papa, voor mama, voor Mark, maar geen cadeau voor mij.
De afgelopen weken ging de deur steeds vaker van het slot en kreeg ik hoop weg te kunnen glippen, maar wanneer er weer een doos binnen was gezet, ging de deur weer snel dicht. Soms lieten ze wat eten achter, maar net zo vaak niet. Nu was het al een paar dagen stil.
Ze zullen me toch niet vergeten zijn?
Ik kijk door het raam naar buiten en zie mijn ouders en mijn broertje aan tafel zitten, het is kerstavond!
Lodewijk loopt in de tuin en worstelt zich door de sneeuw. “Het kerstdiner – Sweek” verder lezen

453 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Niemandsland, Kerst 1915

 

Een ijzige mist rolt over de loopgraven. 80 meter scheidt de aartsvijanden. Een onbegaanbaar stuk weiland, kapotgeschoten door artillerie dat vanachter de linies de vijand bestookte. Dikke Bertha’s die hun projectielen over de velden hebben uitgekotst en alles hebben vernietigd dat ooit menselijk was. Uiteengereten lichamen, verkoold, vergast, kapot geschoten. Soldaten in kleurige uniformen, esthetica voor functionaliteit. Gestorven met het hoofd omhoog, als er nog een hoofd was dat omhoog gehouden kon worden.
Stalen monsters, met uitstekende kannonen die dood en verderf joegen over de akkers, de vooruit gedreven vijand weggevaagd met vuurspuwende machines, geproduceerd om zo effectief mogelijk een einde aan leven te maken. Pure vernietiging, pure waanzin.

Afbeeldingsresultaat voor eerste wereldoorlog

De eerste houten vliegtuigen hadden laag over het slagveld gevlogen om de voortgang in kaart te brengen. Of eigenlijk om het gebrek aan vooruitgang te rapporteren aan het hoofdkwartier, dat zich op kilometers afstand van de voorste linies bevond. Een veilig onderkomen voor de officieren in hun smetteloze uniformen die poppetjes over een landkaart schoven. Spelen met mensenlevens. Het leven van een mens niets meer waard dan de gemene deler. Leven zonder betekenis. Een opoffering hier, voor een doorbraak daar.

Deze keer was de ijzige mist geen mosterdgasaanval, de dodelijke gele mist. Gevreesd door militairen van alle rangen. De mist die niet discrimineerde, maar iedereen gelijk maakte in de dood. Hevige stuiptrekkingen, stikken in je eigen braaksel. Zonder bescherming gedoemd. Wanneer de giftige wolk was weggetrokken, kreeg men het teken de vijand aan te vallen. De weg via Niemandsland was kort, maar vaak te lang om de overkant te halen. Zij die gek werden van angst, verstomd raakten door de onophoudelijke inslagen van de granaten, zij die hun vrienden voor hun ogen de dood ingejaagd zagen worden, lieten hun geweren vallen en draaide zich. Om neergeschoten te worden door hun eigen officier.

Maanden van gruwelijke veldslagen had 100 meter terreinwinst opgeleverd. 800.000 gesneuvelde soldaten, aan beide zijden. Hoeveel burgers en dieren er waren omgekomen, was niet bij te houden. Zij die konden, zochten hun heil ergens anders. Zij die niet konden, werden gedragen of op een houten kar gelegd om geduwd te worden. De winter was net zo dodelijk als het gas. De keuze was wreed: ga ik hier dood aan het gas, ga ik daar dood door honger en kou.
Honderdduizenden vonden een veilig heenkomen in een buurland dat neutraal was. Neutraal. Geen mening. Geen standpunt. Geen risico. Een vluchtelingenstroom die eindigde in kampementen in Zuid-Nederland. Een land zonder oorlog. Een veilig heenkomen. Steden die overspoeld werden door thuislozen, landlozen. Gedwongen vertrokken uit een verscheurd land.
Nederland, een goede buur, dat moest slikken dat sommige steden ‘opgezadeld’ werden met 100.000 vluchtelingen op een stad van 16.500 inwoners. Er zal vast veel over gepraat zijn, er zal best veel onvrede geweest zijn. Er zullen er zeker tussen hebben gezeten die zich niet aan de regels hielden, die van roven en moorden hun leven maakte.

Afbeeldingsresultaat voor kerst 1914

Vanuit de loopgraven klinkt een zacht gezang. De snijdende kou is verlammend en zorgt ervoor dat er niet gevochten kan worden. Kleine vuurtjes houden de mannen warm. De rantsoenen worden verorberd om het lichaam dat kleine beetje energie te geven om het zichzelf warm te houden. Het gezang neemt toe, de melodie herkenbaar. Kerstliederen, in alle talen.
Gezworen vijanden haken in en roepen naar elkaar.
Voorzichtig komen ze uit hun graven en wandelen over Niemandsland om elkaar de hand te schudden, een schouderklop, een sigaret delen. Samen over kerst te zingen. Ook al versta je elkaar niet, je begrijpt als geen ander.

Vandaag geen oorlog.

De man die gisteren nog op je vernietiging uit was, die rustig een bajonet tussen je ogen had willen steken, is nu degene die vraagt een partijtje voetbal te spelen.

De Duitsers winnen het potje voetbal, in de laatste minuut. Uiteraard.

Vandaag geen oorlog.
Vieren dat je leeft.
Een dialoog, gelach, heildronk,
Vrede voor een dag.

Morgen gaat de oorlog verder,
Bestoken we elkaar met granaten.
Als ik je morgen tegenkom,
Zal ik me niet inhouden.

Ik zal je niet herkennen.
Morgen ben je de vijand.
Dan is mijn vriend mijn vijand,
Wanneer hij me veroordeelt voor de vrede van vandaag.

354 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag