Ochtendgebrabbel

Het schijnt goed voor je ontwikkeling als schrijver te zijn: ´s morgens een half uur tot een uurtje te schrijven. Ongegeneerd je gedachten laten vloeien uit je vingers, schrijfmeters maken. Vroeg in de ochtend zijn je gedachten nog het verst, onaangetast door invloeden van je omgeving; nog geen manlief, vrouwlief of kinderen die je ´lastig vallen´ met de dagelijkse beslommeringen. Nog geen televisie of ochtendkrant die je blik op de wereld beïnvloeden of je gedachten verontreinigen.

Na een paar weken ochtendschrijven lijkt al het gebrabbel misschien wel op elkaar, maar leer je jezelf steeds beter kennen als mens en als schrijver. Je komt erachter dat je wel erg loopt te zeuren over de kleine dingen in het leven of dat een specifiek onderwerp wel heel vaak voorbij komt. Schaam je er niet voor je eigen gebreken te benoemen, leg ze onder de loep, overdrijf lekker. Maak er geen proza van, schrijf gewoon zonder na te denken over komma’s, stijl of dat het überhaupt klopt wat je schrijft. Een moeilijke oefening voor de mooischrijvers.

Schrijf in stilte, laat je niet afleiden door invloeden van buitenaf. Dat is ieder geval het advies. Maar ik kan eigenlijk niet zo goed tegen stilte, ik word daar heel zenuwachtig en onrustig van. Complete stilte leidt mij af. Ik kan ook niet werken in stilte, ik moet altijd een achtergrondgeluid hebben. Voor mij is dat vaak rockmuziek; stevige gitaren, een lekkere drumsolo, een schreeuwende zanger of zangeres, of soms lekker Gayradio opzetten voor een paar uurtjes dansmuziek. Heel vroeger maakte ik huiswerk begeleidt door klassieke muziek van Bach en Mozart terwijl ik 1 en 1 probeerde op te tellen. Ik weet niet of ik nu nog de rust in mij heb om dit te kunnen. Wel vind ik het heerlijk om met de muziek van Enya of Loreena McKennitt te werken, voor een uurtje of twee, staafje wierook aan en ontspannen maar, daarna toch weer even een uurtje snoeiharde gitaren natuurlijk of de lekkere stem van Josh Homme.

Wanneer in de ochtend moet je dan schrijven? Zodra je wakker bent? Wanneer ben je wakker genoeg om zeker een half uur achter elkaar te schrijven, niet noodzakelijkerwijs samenhangend, maar toch enigszins bewust van wat je schrijft. Voor mij begint de ochtend meestal al om half vier in de nacht. Niet omdat ik een ouderdomskwaal heb, maar gewoon omdat ik een verrot slaappatroon heb; een symptoom van chronische vermoeidheid, kapot zijn maar niet kunnen slapen. Onze Abby helpt daarbij ook niet. Het leefpatroon van onze kat houdt in dat half vier in de nacht tijd is om buiten in onze tuin de behoefte te doen, tuurlijk joh, waarom heb je anders een kattenbak?. Daarom zit er dus om half vier een kat op me te miauwen tot ik wakker word. Vervolgens heb ik tot zes uur een bijbaan als menselijk kattenluik *plaats hier het geluid van een zweep*.

Sommigen van ons hebben eerst een paar potten koffie nodig om goed te kunnen functioneren (ik noem geen namen), anderen zoals ik zijn wakker en gaan. Van kinds af aan werd er voor gezorgd dat op tijd opstaan nooit een probleem zou zijn; de wekker gezet om zeven uur, om vijf voor zeven stond mijn moeder al op de deur te kloppen: ‘Het is bijna zeven uur, de wekker gaat zo, opstaan!’ Dit is helaas blijven hangen in mijn systeem; zet ik de wekker om zeven uur, ben ik om zes uur al wakker om zeker te weten dat ik om een minuut voor zeven uur de wekker uit kan zetten. Zucht.

Schrijven zodra je wakker is dus een rekbaar begrip. Je kunt ook even wachten tot je bij je positieven bent, douchen, ontbijtje erbij en wachten tot je gedachten op gang zijn gekomen. De kans dat er dan een kind of partner meekijkt waardoor wat op papier eindigt niet meer je eerste gedachten zijn is dan wel een stuk groter, en weer een stukje dat gaat over dat je geen tijd voor jezelf hebt, de kinderen wel erg vroeg wakker waren en de kat je weer vroeg wakker maakte. Het is maar goed dat je niet veel zinnigs hoeft te schrijven in de ochtend.

Ochtendschrijven in stilte, een utopie voor velen.

1,376 totaal aantal vertoningen, 5 aantal vertoningen vandaag