Later als ik groot ben

Als kind word je regelmatig gevraagd: ‘Wat wil jij worden als je later groot bent?’ Al snel kom je dan uit bij politieman, brandweerman, piloot, ridder of draak! Heldhaftige beroepen, die in de praktijk uiteraard een stuk minder heldhaftig zijn dan het romantische beeld dat we er als kind van hebben; in mijn harnas door de man of vrouw van mijn dromen uit een torentje gered worden zoals de sprookjes ons doen geloven, schijnt in de praktijk maar weinig voor te komen – maar hier spreekt de cynische volwassene.
Ouder wordend kijk je als kind niet veel verder voor inspiratie dan het beroep van je ouders. Mijn vader was timmerman/machinaal houtbewerker, mijn moeder werkte in de schoonmaak in het ziekenhuis en later in de bloemen. Ik wilde eigenlijk ook de bouw wel in, maar dan liever niet de steigers op: ik wilde architect worden. Het leek mij een erg romantisch idee om gebouwen te ontwerpen en door de stad te lopen om te kunnen zeggen: ‘Kijk zoon, zie je dat gebouw? Die is van mij.’
Ik hield vroeger ook heel erg van tekenen; ik tekende vooral stripfiguren na uit de Donald Duck of Wordt Vervolgd, iets heel anders dan gebouwen tekenen. Dat ik iets met tekenen wilde doen was voor mij wel snel duidelijk. Bij de Donald Duck werken was misschien ook wel leuk geweest, maar daar vond ik mijzelf niet creatief genoeg voor.

“Later als ik groot ben” verder lezen

253 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Ochtendgebrabbel

Het schijnt goed voor je ontwikkeling als schrijver te zijn: ´s morgens een half uur tot een uurtje te schrijven. Ongegeneerd je gedachten laten vloeien uit je vingers, schrijfmeters maken. Vroeg in de ochtend zijn je gedachten nog het verst, onaangetast door invloeden van je omgeving; nog geen manlief, vrouwlief of kinderen die je ´lastig vallen´ met de dagelijkse beslommeringen. Nog geen televisie of ochtendkrant die je blik op de wereld beïnvloeden of je gedachten verontreinigen.

Na een paar weken ochtendschrijven lijkt al het gebrabbel misschien wel op elkaar, maar leer je jezelf steeds beter kennen als mens en als schrijver. Je komt erachter dat je wel erg loopt te zeuren over de kleine dingen in het leven of dat een specifiek onderwerp wel heel vaak voorbij komt. Schaam je er niet voor je eigen gebreken te benoemen, leg ze onder de loep, overdrijf lekker. Maak er geen proza van, schrijf gewoon zonder na te denken over komma’s, stijl of dat het überhaupt klopt wat je schrijft. Een moeilijke oefening voor de mooischrijvers.

Schrijf in stilte, laat je niet afleiden door invloeden van buitenaf. Dat is ieder geval het advies. Maar ik kan eigenlijk niet zo goed tegen stilte, ik word daar heel zenuwachtig en onrustig van. Complete stilte leidt mij af. Ik kan ook niet werken in stilte, ik moet altijd een achtergrondgeluid hebben. Voor mij is dat vaak rockmuziek; stevige gitaren, een lekkere drumsolo, een schreeuwende zanger of zangeres, of soms lekker Gayradio opzetten voor een paar uurtjes dansmuziek. Heel vroeger maakte ik huiswerk begeleidt door klassieke muziek van Bach en Mozart terwijl ik 1 en 1 probeerde op te tellen. Ik weet niet of ik nu nog de rust in mij heb om dit te kunnen. Wel vind ik het heerlijk om met de muziek van Enya of Loreena McKennitt te werken, voor een uurtje of twee, staafje wierook aan en ontspannen maar, daarna toch weer even een uurtje snoeiharde gitaren natuurlijk of de lekkere stem van Josh Homme.

Wanneer in de ochtend moet je dan schrijven? Zodra je wakker bent? Wanneer ben je wakker genoeg om zeker een half uur achter elkaar te schrijven, niet noodzakelijkerwijs samenhangend, maar toch enigszins bewust van wat je schrijft. Voor mij begint de ochtend meestal al om half vier in de nacht. Niet omdat ik een ouderdomskwaal heb, maar gewoon omdat ik een verrot slaappatroon heb; een symptoom van chronische vermoeidheid, kapot zijn maar niet kunnen slapen. Onze Abby helpt daarbij ook niet. Het leefpatroon van onze kat houdt in dat half vier in de nacht tijd is om buiten in onze tuin de behoefte te doen, tuurlijk joh, waarom heb je anders een kattenbak?. Daarom zit er dus om half vier een kat op me te miauwen tot ik wakker word. Vervolgens heb ik tot zes uur een bijbaan als menselijk kattenluik *plaats hier het geluid van een zweep*.

Sommigen van ons hebben eerst een paar potten koffie nodig om goed te kunnen functioneren (ik noem geen namen), anderen zoals ik zijn wakker en gaan. Van kinds af aan werd er voor gezorgd dat op tijd opstaan nooit een probleem zou zijn; de wekker gezet om zeven uur, om vijf voor zeven stond mijn moeder al op de deur te kloppen: ‘Het is bijna zeven uur, de wekker gaat zo, opstaan!’ Dit is helaas blijven hangen in mijn systeem; zet ik de wekker om zeven uur, ben ik om zes uur al wakker om zeker te weten dat ik om een minuut voor zeven uur de wekker uit kan zetten. Zucht.

Schrijven zodra je wakker is dus een rekbaar begrip. Je kunt ook even wachten tot je bij je positieven bent, douchen, ontbijtje erbij en wachten tot je gedachten op gang zijn gekomen. De kans dat er dan een kind of partner meekijkt waardoor wat op papier eindigt niet meer je eerste gedachten zijn is dan wel een stuk groter, en weer een stukje dat gaat over dat je geen tijd voor jezelf hebt, de kinderen wel erg vroeg wakker waren en de kat je weer vroeg wakker maakte. Het is maar goed dat je niet veel zinnigs hoeft te schrijven in de ochtend.

Ochtendschrijven in stilte, een utopie voor velen.

1,041 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Hoeveel van jezelf kun je in een column stoppen?

Degenen die mij kennen weten als ik eenmaal ga zitten en begin te praten, ik zonder schroom mijn hele hebben en houwen op tafel leg aan iedereen die het wil horen. Achteraf beschouwd niet altijd slim, maar op dat moment denk ik niet na over de schade die zo´n gesprek kan aanrichten. Natuurlijk vertel ik niet alles aan zomaar iedereen die voorbij loopt op straat – hoewel het misschien wel makkelijker leeft als je andere mensen echt zou kennen. Maar de mensen die ik al wat langer ken en vertrouw of tijdens intakegesprekken voor medische hulp – waar nu eenmaal van je verwacht wordt je open te stellen – weten dat ik zo ben. Men blijft er verbaasd over wat ik allemaal te vertellen heb en ik vertel het alsof het algemene kennis is. Ik heb ook genoeg meegemaakt om over te kunnen vertellen. We hebben allemaal persoonlijk drama genoeg.
Of een column de juiste plaats is om hierover te discussiëren, leidt soms tot een innerlijk debat en tot wat goed overleg met anderen die er neutraal tegenaan kunnen kijken – ik ben in het gelukkige bezit van diverse ‘voices of reason’: zul je dit wel, weet je zeker dat je… Hoewel de intenties goed zijn, ik genoeg te delen heb en soms stiekem al teveel van mezelf in de column stop – ik zeg stiekem, ik bedoel expres, won deze week het innerlijk debat het van de goede intenties.

“Hoeveel van jezelf kun je in een column stoppen?” verder lezen

233 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

De kunst van het schrijven

Tijdens de enorm gezellige en, niet onbelangrijk, informatieve schrijfcursus van Marja West afgelopen weekend in het Drentse plaatsje Spijkerboor, kwam uiteraard het schrijversvak volop ter sprake. Uiteraard werden er nog veel meer interessante onderwerpen besproken, maar what happens in Spijkerboor, stays in Spijkerboor. Of komen gewoon aan bod in een volgend blog.

Aan de eettafel, genietend van een van de culinaire hoogstandjes van Marja’s man Gé, werd het onderwerp hulpmiddelen aangekaart. De een gebruikt een elektrisch hulpmiddel, de ander doet het nog ouderwets met de linker- of rechterhand.
De ene schrijver zweert nog bij de ouderwetse typemachine, de ander kan echt niet meer zonder een laptop. De ene schrijver heeft het behang bedekt met gele Post-its, de ander heeft een ingewikkeld digitaal karakterdossier en bewaart zijn of haar werk op de harde schijf en een back-up in de cloud. Menig schrijver kan wel vertellen over die ene keer dat de computer crashte en de helft van het bijna uit te geven verhaal onherstelbaar beschadigd bleek te zijn.
Als bedenker van verhaaltjes of gedichtjes is het wel zo handig om tijdens momenten van inspiratie, die altijd komen aanwaaien op de meest ongelegen tijdstippen, zo snel mogelijk je gedachten op te kunnen schrijven. Al ging het maar om een paar steekwoorden, zodat je op een geschikter ogenblik kan proberen te achterhalen wat voor briljants je ook alweer bedacht had. Het is soms net als met dromen; sommigen worden wakker en kunnen de hele droom herbeleven, de meesten zijn compleet vergeten wat de droom ook alweer was. Op zich ook lastig, iets proberen te herinneren wat eigenlijk nooit heeft plaatsgevonden. Het onbehagelijke gevoel dat de droom je geeft, blijft vaak wel hangen. Zo lijkt het ook te gaan met vlagen van inspiratie: je creëert iets wat nooit heeft plaatsgevonden, probeer het je dan maar te herinneren als het jou uitkomt.
Eigenlijk zou ik gewoon een toiletpot als bureaustoel moeten gebruiken, de meest geweldige ideeën komen nu eenmaal als je op de wc zit, maar dat terzijde.
Om de ongeplande momenten van inspiratie een loer te draaien, is het dus handig om een schriftje bij je te hebben om je ongeordende gedachtes op een rijtje te zetten. Maar ja, het land doortrekken met je knapzak gevuld met schriften is niet altijd even handig. Het zou wel een stuk eenvoudiger zijn om de schrijvers te herkennen in de massa als ze er allemaal als Douwe Dabbert uitzagen.
Een smartphone vind ik persoonlijk een handig apparaatje voor het opslaan van je gedachtewolkjes, en veel makkelijker op te bergen in je binnenzak dan een bijvoorbeeld een multomap. Op de meeste mobieltjes is wel een tekstverwerker te vinden, al zijn er hier en daar nog een paar uitzonderingen te vinden die alleen maar kunnen bellen met hun mobiel, zó 2015.
De komende generaties schrijvers zullen waarschijnlijk nog meer terugvallen op de elektronische hulpmiddelen. Het met de pen iets opschrijven op papier is sterk aan het teruglopen. Goed voor het milieu natuurlijk, maar of dit nu ook echt een verbetering van de algemene ontwikkeling en gezondheid is, waag ik te betwijfelen. De wachtkamer bij de fysiotherapeut is al tot de nok toe gevuld met aankomende schrijvers en dichters om hun smartphone-ellebogen, WhatsApp-vingers en RSI door overmatig tabletgebruik te laten behandelen.
De kwaliteit van het handschrift gaat zienderogen achteruit. Nog een paar jaar en we weten alleen nog uit de geschiedenisboeken dat er in onze tijd met de hand werd geschreven, of dat we last hadden van een sms-duim was, zó 2006. Zouden zelfs de monniken de kunst van kalligrafie verleerd zijn? Hoelang zal het nog duren voordat de moderne geloofsboeken eruit zien als een WhatsApp-gesprek?
Bijkomend voordeel is wel dat het doktershandschrift hierdoor ook langzaam uitsterft, net als het spijkerschrift, hanenpoten en andere onleesbare hiërogliefen verdwenen.
Een taal ontwikkelt zich. Net als hoe we deze taal overbrengen. De Egyptenaren liepen nog rond met stenen tabletten, stalen pin en klopper en je moest heel veel geduld hebben voor je een reactie terug had van je geliefde: Amarna, anno 1330 BC: *Tik? Tik, tik* ‘Hou je nog van me? Groetjes, Anchesen. Thebe, anno 1323 BC. *Tik! Tik..tok* ‘Jaha! Groetjes, Toetan..aarrrgh. Het is nog maar van kortgeleden, dat een kidnapper pas kon communiceren met de ongeruste familieleden van het slachtoffer nadat hij zijn krant had ontvangen, de uitgeknipte krantenkoppen op een A4-tje kon plakken en een paar dagen moest wachten voordat de post was bezorgd. Tegenwoordig kan iedereen een bedreiging binnen enkele tellen hebben overgebracht. Grenzen vervagen.
Toch is alle vooruitgang op taalgebied niet altijd ten goede.

 

‘Me’ is hier een goed voorbeeld van. Slecht gebruik van het woord, populair onder de jeugd en nu zodanig ingeburgerd, dat we het dan maar als geaccepteerd taalgebruik moeten zien. Onze oerouders zouden zeker en vast ook rillingen over hun rug krijgen als zij ons hoorden spreken of onze verhaaltjes zouden lezen, maar er zijn grenzen.

363 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag