Categoriearchief: Blog

De tienerjaren voorbij

Afgelopen dinsdag was het 14 februari.
Ja duh, hoor ik je denken.
14 februari was ook Valentijnsdag.
Zo dan, nog meer nutteloze feitjes?
Verwacht niet dat je nu een slijmerig romantisch Valentijnsverhaaltje voorgeschoteld krijgt. Ik kan best romantisch zijn – het is alweer een tijdje geleden, maar daar gaat het nu even niet om. ‘Wij’ geven niets om Valentijnsdag. ‘Dat zeg jij. Je partner zegt wel dat ze er niets om geeft maar als jij met je rug naar haar toe ligt, valt ze huilend in slaap wanneer er weer een Valentijnsdag voorbij gaat zonder een Valentijnskaart of bos bloemen.’
Vroeger, toen deden wij er zo nu en dan wel eens aan. Maar toch meer ook omdat het een soort van verwacht wordt, sociale druk. Nu is het meer een dag die je opgedrongen wordt omdat het zo fijn tussen kerst en Pasen past, zodat de schappen in de winkel maandenlang met chocolade gevuld kunnen blijven.
Dat is niet waar deze column over gaat.

Lees verder De tienerjaren voorbij

 3,515 total views

Ultralex of Ultralinks

De radicalisering van de blanke medemens begint steeds ernstigere vormen aan te nemen: waar er voornamelijk wordt gekeken naar mensen met een afwijkende huidskleur, ander geloof en andere normen en waarden, vind ik het net zo beangstigend hoe de blanke medemens tekeer gaat in mijn directe omgeving op sociale media en in de journaals en hoe dat stilletjes normaal wordt gevonden. Inlevingsvermogen in en acceptatie van de medemens lijkt steeds verder buiten het bereik te liggen van de gemiddelde blanke man en vrouw. Verwensingen, al dan niet met terminale afloop, vervuilen de onderlinge relatie. Communicatie mondt veelal uit in een tirade waarbij de 140 karakters vaak niet eens gehaald worden. Zelfs politieke (wereld)leiders kunnen de drang niet weerstaan om hun beperkte woordenschat of creatief geknipte plaatjes te delen, die gretig als voor waarheid worden aangenomen door hun achterban. Dat vrouwen nog meer als tweederangsburgers worden gezien, dat homoseksuelen terug de kast in moeten of naar kampen worden gestuurd om ze te genezen, dat kunst en wetenschap wordt afgeschaft, dat klimaatverandering als een fabeltje wordt gezien uit economisch belang en dat vrijheden worden beperkt is voor veel stemmers bijzaak. Zolang er maar wat verandert.

De middelen om het doel te bereiken worden steeds heiliger
Van beide kanten van de politieke middenweg worden de uitingen steeds grover en de vergelijkingen steeds grimmiger. Enige tolerantie voor alles dat anders is, lijkt ver te zoeken. De middelen om het doel te bereiken worden steeds heiliger: nieuwe trends als ´alternatieve waarheid´, ook wel liegen en kiezersbedrog genoemd, zijn een zorgwekkende ontwikkeling die de komende 8 jaar alleen maar vaker je tijdlijn zullen vullen. Hoe vaak mijn tijdlijn ondertussen al gevuld is met vergelijkingen met het Duitsland van de jaren '30 en '40 van de vorige eeuw is ontelbaar. Geleerden en minder geleerden die onze tijd naadloos passen in de tijd dat een heel volk de schuld kreeg van een crisis en iedereen die afweek het land ontvluchtte of als eindoplossing gereduceerd werd tot niet-mens.
 
Voornamelijk de linkerkant van het midden laat zich ongegeneerd gaan in het maken van deze vergelijkingen. Zelfs National Geographic heeft alle videobanden uit de schappen getrokken en zendt nu rond de klok documentaires uit over de Tweede Wereldoorlog. Toeval, of handig ingespeeld in de sentimenten van deze tijd?
Rechts roept natuurlijk al jaren moord, brand, hel en verdoemenis en lijkt nu steeds meer naar het midden van het politieke landschap te zijn geklommen. Mensen die voorheen gezien werden als matig rechtse stemmers hebben ongevraagd een aanhang gekregen die er vrede mee heeft wanneer 2030 en het nieuwe 1930 wordt: iedereen die anders is laten registreren, grenzen op slot, onder dwang mensen het land uitzetten, vrijheden ontzeggen, desnoods met geweld.

een diepe economische crisis en een ongezonde obsessie de schuld hiervan niet binnen de grenzen te zoeken maar af te schuiven op alles wat juist naar binnen wil komen
De angst om terug te keren naar de periode van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog lijkt een gezamenlijke angst te zijn van zowel links als rechts: volgens rechts zitten we daar al jaren doordat we iedereen zomaar binnenlaten, volgens links gebeurt dat juist wanneer we de vrijheid beperken.
De vergelijkingen met die tijd zijn overigens ook net zo beangstigend: een diepe economische crisis en een ongezonde obsessie de schuld hiervan niet binnen de grenzen te zoeken maar af te schuiven op alles wat juist naar binnen wil komen. Door anderen als niet gelijken te stellen, zelfs te bestempelen als een ander ras, een afwijking van het gangbare ras, profileert men zichzelf als beter en absoluut.

Aanvoerders van de rechterkant van het midden zoals Wilders, Trump, Le Pen en Farage of andere marionetten die voeden op angst, weerhouden zich er niet van om schaamteloze leugens en onwaarheden te gebruiken - overigens kunnen beide kanten dit goed, geloof niet altijd alles wat je leest. Veel lezers van de 140 karakters hebben er geen behoefte aan om berichten te controleren op waarheid: een gruwelijke slachting in Bowling Green door IS wordt snel voor waarheid aangezien, Amerikaanse vlaggen verschijnen op Facebook voor iets dat niet heeft plaatsgevonden. De politieke schade is al aangericht. In Bowling Green heeft inderdaad een massaslachting plaatsgevonden: op 25 februari 1643 zijn zeker 110 inheemse bewoners afgeslacht door Nederlanders in wat toen Nieuw Amsterdam heette, inclusief vrouwen en kinderen. Kinderen werden voor de ogen van hun ouders gevierendeeld, lichaamsdelen werden in het water of op het vuur gegooid (ooggetuigenverslag van David Pietersz de Vries). Laten we eerlijk zijn, 'wij' als blanke mens zijn al eeuwenlang een stel hufters geweest.

 

De komende tijd zal, zeker na de komende verkiezingen in een aantal Europese landen, er nog vaker buiten onze grenzen gekeken worden en vooral de drang ontstaan om ons terug te trekken. Grenzen dicht, terugtrekken uit Europa, niet-Nederlanders eruit. Geïnspireerd door 'The Grand Poobah' zullen er vergelijkbare pogingen in Nederland gedaan worden. De toon is al duidelijk merkbaar tijdens interviews: een mediahetze tegen rechts, de media die onwaarheden verspreid, zelfgecreëerde alternatieve waarheden waarbij partijleiders demonstreren met extremisten. De toon is gezet, zet je schrap.

 
Het zal blijken of de angst voor een globale fascistische beweging terecht is of dat de anti beweging krachtig genoeg is een nieuwe duisternis te voorkomen. Is Europa volwassen genoeg om in vrede te leven of is de uiterlijke houdbaarheidsdatum verstreken?

KnutselLex

Ik ben niet handig. Ik geef het toe, herken je zwakte. Sterker nog, ik ben nogal onhandig. Waar sommige mannen geboren worden met een hamer in de hand, is deze bij mij waarschijnlijk in de baarmoeder blijven steken. Zelfs mijn Noorse nichtje van zes lijkt geboren te zijn met de Noorse versie van een Zwitsers zakmes en draait haar hand er niet voor om een kampvuurtje te stoken met een stok en touw uit haar knapzak na een langlauftrip over de Noorse bergen.
Natuurlijk, ik heb het vroeger zeker geprobeerd, dat handig zijn: fietsen uit elkaar halen, sleutelen aan een brommer, een langspeel platenspeler uit elkaar halen. In dingen uit elkaar halen was ik een topper, als het een schoolvak zou zijn geweest was ik zonder twijfel de klassenpresident.
Uiteindelijk moest alles ook weer in elkaar, en daar zat vaak het probleem. Zonder fotografisch geheugen was het onmogelijk alles weer op dezelfde plek te krijgen. De platenspeler kon alleen nog maar op 45 toeren draaien, in mono geluid, de brommer ging alleen nog maar linksaf en de fiets ging verder als een eenwieler.
´Begin er maar niet aan, dat lukt je toch niet.´ Het was de waarheid, maar ik had liever toch wat anders gehoord.
Als tiener hoorde je natuurlijk een brommer te hebben. Aangezien wij thuis alles met de fiets deden, mijn ouders hebben nooit een rijbewijs gehaald – mijn vader had de mogelijkheid die tijdens zijn diensttijd op kosten van de regering te halen, maar hij was tegen dienst en dienstplicht dus nam op die manier wraak – was geautomatiseerd vervoer niet iets waar ik echt interesse in had. Zo ook sleutelen aan een brommer mijn interesse niet had, het was een gebruiksvoorwerp, meer niet. Als het kreng niet wilde starten, belde ik de ANBB en nadat de tank weer gevuld was, vervolgde ik mijn fietspad naar school. Ik had er niets mee.
Hetzelfde heb ik met auto’s. Niets. Nou ja, sommige zijn mooi om naar te kijken, dat wel. Maar om te zeggen dat ik mijn eigen wagenpark zou willen hebben, nee dank je. Doe mij er maar eentje die het gewoon doet, liefst een elektrische.
Ook nu heb ik een hotline met een hulplijn. Wanneer het onding weer eens ziek, zwak en misselijk is, sta ik al op de brug van de werkplaats. Ik heb er niets mee. Dat ding moet rijden en verder niet zo moeilijk doen. Ik zou ook zeker zakken als ik opnieuw mijn rijbewijs zou moeten halen. In ‘mijn tijd’ was het genoeg om te weten waar de motor zat en hoeveel wielen je nodig had, vervelend als je in een Robin Reliant of Volkswagen Kever moest afrijden. Tegenwoordig moet je de halve motor uit je hoofd kunnen tekenen, en terecht overigens.
Toch kijk ik heel graag naar autoprogramma’s zoals Top Gear of Wheeler Dealers. Ik snap er niets van, maar het ziet er erg interessant uit. En zij krijgen het wel allemaal aan de praat, na 500 uur klussen.
Toch koos ik ervoor een technisch beroep te ‘studeren’. Met mijn theoretische achtergrond van de MAVO, werd al snel duidelijk dat handig zijn niet voor mij was weggelegd. In de werkplaats moesten wij wekelijks opdrachten doen, al of niet in groepsverband. Een muurtje metselen, een kozijn maken, een trap maken. Van die handige vaardigheden waar je in de toekomst iets aan zou hebben, als je met de trap je kozijn in je eigen gemetselde muur zou willen schoonmaken. Bij het inleveren van de trap bleek je alleen naar beneden te kunnen lopen, het kozijn paste zo in een gebouw van Gaudi en het muurtje leek geïnspireerd op de scheven grachtenpanden van Amsterdam. Mijn Barbie droomhuis werd ondertussen goed gevuld met alle meubels die ik verprutste.
Gelukkig had ik genoeg vaardigheid om tekeningen te maken. Als je het zelf niet kan maken, kun je in ieder geval iemand anders uitleggen hoe het wel moet. Ik zou zo een leraar kunnen zijn. Nee, echt. Lijkt me leuk.

De afgelopen weken viel er genoeg te doen in ons nieuwe huis. Gelukkig heb ik genoeg handige mensen om me heen zodat de schilderijen ieder geval recht hangen, en er geen onderdelen overblijven bij het weer in elkaar zetten van de meubelstukken. Handig joh, mensen die kunnen klussen.

 3,002 total views

BaardLex

Om mijn mannelijkheid te vergroten, ben ik een aantal maanden geleden project ‘Baard’ aangegaan. In mijn twintiger jaren riep ik altijd dat ik voor mijn dertigste een baard wilde, in mijn dertiger jaren stelde ik dit doel bij in de hoop voor mijn veertigste een volle baard te hebben. Helaas is mijn baardgroei nogal traag van begrip en bleven de baardharen een teruggetrokken leven leiden. Terwijl sommige mannelijke eenheden in mijn omgeving zich ’s morgens en ’s avonds moeten scheren om de volgende dag niet wakker te worden met een baard waar Sinterklaas jaloers op zou zijn, beperkte mijn scheerbeurten zich tot een keer per maand – als er al iets te scheren viel. Een zielige vertoning op de schaal van baard.
Op mijn 18e verjaardag kreeg ik van mijn ouders nog een scheerapparaat als overgangsritueel van jongen naar man *kuch*. Het vlas boven mijn lippen zag geen reden tot ongerustheid en bleef rustig een aantal jaren rondhangen. Hoe hard ik ook mijn best deed, hoe ik ook wenste en dacht aan een baard, ik kwam niet veel verder dan wat stoppels. Schuurpapier. En gladscheren is niets voor mij. Hoewel dit sociaal gezien meer de regel is, zeker in de zakenwereld, voelt glad zo verschrikkelijk raar aan. Het jeugdige uiterlijk staat mij niet. Een baard maakt je ouder, wijzer laat ik maar even achterwege en ter eigen interpretatie.

Aan adviezen had ik ook al niet veel. De een zei dat je helemaal niet moet scheren, terwijl de ander zei dat je elke dag moet scheren. Alsof je de baardharen kan trainen of sterker worden des te vaker je scheert. Ook diverse mannencrèmes en bezweringen boden geen oplossing, je gaat toch van alles proberen.

 

Ook hielp het niet dat ik altijd graag met mijn handen bezig ben. Uit verveling, onzekerheid of gewoonte moeten mijn vingers ergens aanzitten. Terwijl ik dit opschrijf, besef ik dat dit wel een beetje vreemd overkomt, het is niet zo dat mijn vingers een eigen leven leiden en zomaar ergens inzitten. Ik bedoel, zó vreemd ben ik nu ook weer niet. Maar tijdens overpeinzingen is het rustgevend om over een denkbeeldige baard te strijken, dus de weinige haartjes die er dan zaten sneuvelden al voordat ze ook maar volwassen konden worden omdat ze met haarzak en al eruit werden geplukt. Een gatenkaas als gevolg.

de baard kent vele vormen, levensstijlen en geaardheden

Anderhalf jaar geleden kwam ik via een vriendin in een groep voor baard- en snorliefhebbers terecht: The Dutch Beard and Mustache Association. Jazeker, internet heeft voor iedereen wel een plekje. Niet alleen voor de baarddragers, maar ook voor degene die graag met hun vingers door de baardharen van manlief kroelen. Een heerlijk gevarieerde groep mannen en vrouwen met een hart van goud. Als snel denk je aan de stereotype ruige, getatoeëerde bebaarde man die op zijn Harley Davidson. Gelukkig zijn die er ook, maar de baard kent vele vormen, levensstijlen en geaardheden. Ik heb het niet over de hype van baard en knot, waar zelfs Hugo Borst niet aan kan ontsnappen, maar de levensstijl die samengaat met de baard. Vooral de jaren ’50 en ’60-look vind ik persoonlijk een geweldige stijl. Ook de dames in ’50’s-look zijn zo onwijs gaaf om te zien.

ik zie wel waar de baard me naartoe leidt

Door goed advies, en vooral door ver van een scheerapparaat te blijven, ben ik de trotse eigenaar van een 7 cm lange baard, en ja ik heb het nagemeten. Om de 6 weken bezoek ik de barbier, ja echt. Als ik meer baard dan voedsel aan het kauwen ben, is de tijd aangebroken om de boel weer een beetje te fatsoeneren, inclusief bijpassende coupe. Bij zo’n kapper waar je alleen als man mag komen. Van mij hoeft dat niet zo, ik vind het zelfs jammer als mijn partner niet mee kan, aangezien zij het net zo leuk vindt als ik.
Na een behandeling van uur en een tas vol verzorgingsproducten voel ik me werkelijk een ander mens. Het planchet in de badkamer is ondertussen gevuld met flesjes baardolie, baardwax, baardkammen en speciale haarkammen om die rock and roll look te verkrijgen. Je moet er wat voor over hebben.

Nu nog de bijpassende levensstijl. Helaas maken sociale vaardigheden en onzekerheden het soms moeilijk om mezelf onder de mensen te begeven. De baard mag dan een mannelijk uiterlijk geven, het maakt me niet mannelijker.

Waar project ‘Baard’ eindigt weet ik niet, ik zie wel waar de baard me naartoe leidt. Zelf heb ik nog geen eindstijl gevonden, ik ben nog aan het ontdekken. In de regel heb ik nooit een stijl gehad. Het was een lapjesdeken aan stijlen, een non-stijl. Dus is het een ontdekkingsreis om een stijl te vinden die bij mij past. Misschien als de baard voor m’n ogen waait, is het tijd om te stoppen. Of ik tegen die tijd mannelijker ben geworden? Ik vrees het niet.

 1,680 total views

ForensLex

Na een zeer ontspannen eerste week van het nieuwe jaar, die voornamelijk bestond uit bankhangen en copy/paste – binnenkort wordt duidelijk waarom – is het weer tijd om de dagelijkse sleur te herstellen: 8 uur per dag in een onnatuurlijke houding op een stoel zitten in een stoffig, slecht geventileerd kantoor met een verstoorde werksfeer. Yay, motivatie.

Doordat we buiten de dorpsgrenzen zijn gaan wonen, had ik al gezegd dat we zijn verhuisd, ben ik nu een forens geworden. Voorheen bestond mijn reistijd van huis naar werk uit 5 minuten wandelen van voordeur tot voordeur, van file was alleen sprake als een stel ouderlingen breeduit over het voetpad langs de geparkeerde auto’s waggelde. Ik heb ooit zelfs nog een kortere reistijd gehad: ik woonde en werkte in hetzelfde gebouw en hoefde alleen de voordeur van het appartement te sluiten en de voordeur van het kantoor te openen, ideaal als je om 5 voor 8 wakker wordt en om 8 uur op kantoor moet zijn. Nu bedraagt mijn reistijd 47 minuten met het openbaar vervoer, 35 minuten met de ouderwetse stadsfiets of 13 minuten met de auto. Nog steeds niet wereldschokkend, maar wel een flinke verandering in de dagelijkse routine: eerder opstaan, later thuis. Wat een drama.

Ik zit altijd vol wilde plannen en goede voornemens

Om het nieuwe jaar goed te beginnen, heb ik mij voorgenomen regelmatig met de fiets naar werk te rijden. De kilometers die ik dan maak kan ik registreren bij fietsclub Le Champion, bekend van de Amsterdam Marathon. Aan het einde van het fietsseizoen zou ik dan 4000 kilometer bij elkaar gefietst kunnen hebben, als ik elke werkdag met de fiets zou gaan, als. De afgelopen jaren bleef het aantal kilometers beperkt tot ongeveer 800 kilometer op de racefiets. Als ik zin had, de wind precies goed stond –geen wind dus en het niet regende, pakte ik zo nu en dan de racefiets. Ik zit altijd vol wilde plannen en goede voornemens, maar mij ertoe zetten is vaak nogal een probleem: ik wil best fietsen, maar je wordt er zo moe van. Ik wil best dat plankje ophangen, maar ik moet eerst zelf nog even op de bank hangen.

Ik ben een beetje in een ritme gekomen, waarbij alles zonder al te veel moeite moet en ik al moe ben door er alleen maar aan te denken. Ik heb even geen motivatie meer om mijn best te doen. Als er iets kapot gaat heb ik de neiging om het weg te gooien en het te vervangen door een nieuw exemplaar, terwijl achteraf blijkt dat er een sensor verschoven was of dat een naald en draad net zo’n goede oplossing was. Gemakzucht. Gebrek aan motivatie.

Om mezelf op te rapen zette ik de eerste fietstocht toch door, ondanks dat Fabio op de oprit zijn best deed mij te verleiden met een autoritje. Het hele weekend zat ik op Teletekst en Buienradar de weersvoorspelling in de gaten te houden – ik wil best op de fiets naar mijn werk, of toch niet, ik moet op zijn minst droog op mijn werk aankomen. Aangezien het 10 jaar geleden is dat ik voor het laatst op de fiets naar mijn werk moest, heb ik niet eens een regenpak. Bij regen pak je immers de auto, een paraplu of blijf je gewoon binnen zoals elk gezond denkend mens.

Na de fietsbanden op spanning te hebben gebracht en de gloednieuwe kilometerteller te hebben geïnstalleerd – ik moet natuurlijk wel weten hoeveel calorieën ik verbrand tijdens het fietsen, stap ik op en bind mijn rugzak met boterhamtrommel en appel op de rug. Buienradar voorspelde een droge rit, dus zonder al teveel tegenzin begin ik aan mijn episch avontuur van 8,8 kilometer.

zelfs het lichtje in de bovenkamer werkt niet

Vol goede moed zoef ik de wijk uit, de dynamo van mijn voorverlichting schreeuwt het uit – waarschijnlijk van schrik dat het na 10 jaar rust opeens moet functioneren. Via het onverlichte fietspad trek ik met mijn knapzak de mistige polder door en probeer de rand van het asfalt goed in de gaten te houden wanneer ik word verblind door een tegemoetkomende lotgenoot. Sommige bestuurders lijken graag de straten in het volgende dorp te willen zien liggen in plaats van de weg voor hun snufferd. Behendig ontwijk ik ook de in overvloed aanwezige onverlichte tegenliggers, die blijkbaar per seconde willen weten hoe het weer ervoor staat. Het enige licht dat zij bij zich hebben, is het oplichtende schermpje van hun mobiel, zelfs het lichtje in de bovenkamer werkt niet. Na zo’n 4 kilometer begint de dikke winterjas nat aan te voelen door het zweet dat over mijn rug gutst. De bankjes die op regelmatige afstand naast het fietspad staan zien er verleidelijk uit, maar ik praat mezelf niet om en bikkel door. Nog maar 4,8 kilometer te gaan. Het pad leidt me verder langs de zee van rode en witte lichtjes op de provinciale weg. De afslag die ik anders een kwartier eerder met de auto had genomen doemt voor me op, nu ben ik er bijna. Ik stap af, zet mijn capuchon op om me te beschermen tegen de regenbui die onder de radar was gebleven en met de fiets in de hand wandel ik de brug op. Nu is het een rechte weg naar de voordeur. De ijzige kou doet me niets meer, ik voel ook niets meer. De harde wind jaagt door mijn hersenen en lijkt alle verstopte gedachten op te waaien.

Hijgend en puffend zet ik de fiets in de voortuin van kantoor en zet hem op slot. Met capuchonhaar en een verwilderde baard waar de ijspegels aanhangen stap ik kantoor binnen. Mijn collega’s kijken verbaasd naar de voordeur als ik naar binnenstap.

‘Zo, voor de rest van het jaar met de auto.’

 2,722 total views

Opgeruimd staat netjes

2016 stond voor ons in het teken van de grote opruiming. Omdat mijn partner en ik al 2 jaar wisten dat we zouden gaan verhuizen, verslofte het onderhoud aan het huis waar we in woonden op bepaalde punten, je doet toch gewoon iets minder je best als je weet dat je binnenkort vertrekt. Aangezien het huis van de woningbouwvereniging was, kijk je er toch anders tegenaan dan wanneer het je eigen woning betreft. Voor de eerste keer in 43 jaar snap ik hoe dat voelt.

Het lijkt net op een slechte relatiebreuk; je weet dat het voorbij is, maar je moet het nog met elkaar uitzingen totdat je een eigen woonruimte hebt gevonden. Je bent op elkaar uitgekeken, gaat met tegenzin naar ‘huis’, wilt eigenlijk het liefst zoveel mogelijk weg zijn en de seks gaat zonder gevoel – als we er dan toch zijn, of haal ik nu iets door elkaar. Vreselijk. Sommige kunnen dat jaren volhouden, ik moet er niet meer aan denken.

Niet dat de relatie erg slecht was, daar niet van.
Het was een prima relatie – voor zover je een relatie met een huis kan hebben. Het voelde als een thuis voor 6 jaar; het was warm als we thuis kwamen, we gaven het dure vloerbedekking, het behang zat er strak op en we zorgde dat er een mannetje kwam die wist wat het nodig had als het zich niet lekker voelde; een getrimde heg hier, een likje verf daar, een doekje tegen het lekken. Pappen en nathouden. De provisorische reparaties die we zelf aan het huis deden waren prima om het leefbaar te houden, voor een tijdje. Maar je elke nieuwe reparatie stelde we uit; moet dat nu echt, kan dat niet wachten, nu even niet hoor. Op een gegeven moment werkt dat tegen je. Je krijgt alleen nog maar meer een hekel aan elkaar. Genegenheid voor elkaar slaat om in een hekel aan elkaar krijgen. Je scheldt wat af en smijt wat harder met de deuren.

Maar op een gegeven moment weet je dat het over is, dat het niet langer kan. De relatie – hoe kort die ook was – is voorbij. De heg staat er verloren bij, de insecten lopen verend over een dikke laag stof, alle krullen zijn door de kat van de trap gekruld, het gescheurde doek van de markies klappert moedeloos in de wind. Het mooie is er vanaf, de rimpels en kraaienpoten springen in het glazuur. Niet zo vreemd voor een huis van 65 jaar oud, dat al door tientallen anderen is uitgewoond. Een beetje ervaring is niet erg, maar het voelt toch wat ongemakkelijk wanneer je die penetrante geur van je voorgangers niet weg kunt krijgen. Als je kokhalzend de trapkast uitkomt, ga je toch vreemde dingen denken. Hoogtijd dus om de boel op te ruimten en in te ruilen voor een jonger exemplaar. In dit geval misschien twijfelachtig jong, nog niet eens ingewerkt. Een aantal onderdelen nog vers in de verpakking.

Tijd om nieuwe herinneringen te maken, om in een opgeruimd huis te wonen. Waar alles nog werkt, zonder het gezucht van 65 jaar dienst. Onbevlekt, geen achtergebleven bagage van voorgangers.

De wierook verwelkomt de geesten die ons stukje land hebben bewoond, we komen in vrede. Laat de nachtmerries van ons vorige leven de achtergebleven bagage zijn voor de nieuwe bewoners, wij hebben er lang genoeg mee rondgelopen.

2016 stond niet alleen in het teken van afscheid nemen, er moest ook schoongemaakt worden op geestelijk gebied. Bagage die al jaren met elke verhuizing meeging, en als een loden loost op mijn rug hing, vond dit jaar een plekje. Net als het huis, heb ik op een aantal punten het onderhoud laten versloffen, uitgesteld in de hoop dat er wel iemand langskwam die verstand van zaken had. Ik kocht wat mooie kleding, een ander uiterlijk, maar vanbinnen moesten er nodig wat reparaties gedaan worden. Al met al was 2016 een uitdagend jaar. Draken genoeg om te temmen, draken doden doe ik niet – zonde van die prachtige beesten.

Een fantastisch schrijfjaar; een geweldig schrijfweekend met Marja West, top 50 gehaald in een schrijfwedstrijd van Heel Nederland Schrijft, gepubliceerd, tof verhaal voor De Pennen Zijn Geslepen, 2 vervolgverhalen bij Thrillerlezers en heerlijke kleine verhaaltjes geschreven. Toffe auteurs ontmoet zoals Pjotr Vreeswijk en Max van Olden, en mijn doel van 1 boek per maand, bijna, gehaald. Het is misschien niet veel voor de gemiddelde lezer, maar ik ben er blij mee. Echte barkeepers heten Henk, De weg van het water, De verzamelaar, Falco en de gestolen Stympha’s en Drijfzand zijn mijn favorieten van het afgelopen jaar.

Voor nu neem ik het er nog even een paar dagen van, even uitrusten en bijkomen. De Alex-vormige afdruk in de bank zit – en ligt – past mij perfect. Ik ga nog even een paar dagen genieten van ons nieuwe huis, mijn eerste kilometers maken van het nieuwe jaar op de racefiets en leuke verhaallijnen verzinnen.

2017 wordt mijn schrijfjaar: begonnen met een minicursus van Marelle Boersma en in mei staat ons een schrijfweek met Marlen Beek-Visser te wachten, dus voor die tijd flink sleutelen aan mijn verhaal. Of gewoon slapen. Heel veel slapen…mmmmmm…slapen.

Een fijn 2017, maak er wat mooiers van.

 3,031 total views

Vallende sterren

Nog een dag te gaan en dan kunnen we een T-shirt kopen met de tekst ‘ik overleefde 2016’. Het is de goden verzoeken – als je daarin gelooft – maar durf te leven. Het lijkt wel of er dit jaar meer dan gemiddeld bekende en minder bekende personen overleden. Bijna wekelijks werd ik wakker met het nieuws dat er weer een jeugdheld was overleden. Ik durfde niet te slapen, uit angst wakker te worden met weer een stuk vergane jeugd.

In het begin van het jaar was ik nog diep geschokt en schreef ik als columnist nog hele digitale pagina’s vol, gewijd aan degene die ontvallen was. Halverwege het jaar was ik nog steeds geschokt maar bleven de toewijdingen achterwege – als columnist wil je niet bekend staan om de vele in memoriams, tenslotte schrijf ik niet voor een begrafenisvereniging. Nu aan het einde van het jaar is de schok en bedroefdheid nog net zo oprecht als in het begin van dit jaar en vraag ik me af wie 2017 haalt. Je zit bijna op de volgende klap te wachten.

De sterren lijken bijna dagelijks te overlijden, we raken een beetje necrologie moe: niet weer een, ook die nog, die kan er ook nog wel bij.

Redacties van de grote dagbladen hebben voor de zekerheid op papier al afscheid genomen van diverse grote namen, dan is het maar alvast geschreven en is het een kwestie van op de knop drukken als het zover is. Het kan immers niet veel langer duren, zeker niet in dit jaar. Het is immers makkelijker een necrologie aan te passen dan er eentje stel op sprong te moeten schrijven.

Degenen waarvan je dacht dat ze niet veel langer te leven hadden, zijn juist degenen die probleemloos het jaar zijn doorgekomen. Misschien willen ze niet tot de lugubere club van 2016 horen. Het blijven artiesten, altijd gevoel voor drama. De mensen waar je van vindt dat ze eigenlijk wel hadden mogen gaan – geef toe, iedereen denkt dat wel eens – zijn juist degenen die ons het leven nog 30 jaar zullen zuur maken. De vreselijkste mensen lijken onverwoestbaar.

Misschien komt het omdat ik steeds ouder word of omdat er steeds meer gedeeld wordt via sociale media, maar het was dit jaar wel extreem: herinneringen uit onze jeugd ontvielen ons in rap tempo. Idolen die decennia lang onze levenslijn volgden. Totale onbekenden die, zonder het zelf te weten, vaak zo belangrijk voor ons geweest zijn. Dat ene zinnetje in hun lied, dat tot onze ziel doordrong waardoor het voelde alsof ze je kenden.

Je hoorde er niet bij als je niet rouwde om de dood van een ‘ster’, of wanneer je jezelf niet veilig had gemeld op Facebook tijdens de aanslagen in Brussel of Berlijn, terwijl je in Amsterdam woont. Alles dood moet gedeeld worden. Alle leed is persoonlijk, totdat het gedeelde leed wordt.

Terugkijkend zal het volgens de statistieken niet meer dan een gemiddeld jaar zijn geweest, niet meer dan een normaal geworden hoeveelheid aan mensen overleed. Gewone mensen gaan nu eenmaal dood, het is wat we doen. Een ster is ook maar een mens.

Als je om twaalf uur nog maar eens 250 euro de lucht in ziet schieten, kijk dan eens voorbij het vuurwerk en zoek naar een vallende ster: een lichtpuntje in de nacht en denk eraan hoe wat echt belangrijk is.

Vier het einde van het jaar, gedenk hen die ons ontvallen zijn en wees blij dat ze deel hebben kunnen zijn van je leven. Denk aan de geschiedenis die je hebt gedeeld met ze; ouders, kinderen, familieleden, bekenden. Je kunt ook niet anders, de herinnering is altijd aanwezig. Iemand is pas vergeten als je niet meer aan hen denkt.

Gedenk niet alleen de mensen die op sociale media aandacht kregen, maar de vele honderdduizenden doden die zinloos zijn door vermoord door geweld, natuurrampen en oorlog: de vergeten doden, een artikel in de krant of een item in het nieuws. Zij die geen aandacht van ons kregen omdat wij te druk waren met onze eigen tijdlijn te vullen. De doden die net ver genoeg van ons vielen, zodat wij konden zeggen: ‘het komt wel steeds dichterbij.’ De duizenden kinderen die ons jaarlijks ontvallen; onderhandelingstegoed aan een vergaderingstafel van hen die zich beschaafd noemen. Bijkomende schade.

We rouwen om het verliezen van een stuk van onze eigen jeugd, uit angst ouder te worden. Ons goed recht, het is belangrijk voor ons, het heeft ons gemaakt wie we zijn. Herkenningspunten uit een ver verleden, die ons erop wijzen dat we niet het eeuwige leven hebben.

Bedenk dan ook dat onze kinderen over 30 jaar op hun jeugd terugkijken wanneer Geert Wilders of Donald Trump net zijn overleden of Justin Bieber na een kort ziekbed onverwachts op 52-jarige leeftijd overlijdt. Wanneer de kinderen van Aleppo niet meer dan een voetnoot in hun geschiedenis zijn, de geschiedenis waarin wij nog een toekomst kunnen spelen. De geschiedenis die onze generatie nog kan veranderen.

Bedenk niet alleen wat er dit jaar verloren is gegaan, denk eraan wat je volgend jaar kan bereiken. Jouw toekomst is de geschiedenis voor je kinderen.

Laat 2017 niet betekenisloos voorbij gaan.

 1,714 total views,  2 views today

Niemandsland, Kerst 1915

 

Een ijzige mist rolt over de loopgraven. 80 meter scheidt de aartsvijanden. Een onbegaanbaar stuk weiland, kapotgeschoten door artillerie dat vanachter de linies de vijand bestookte. Dikke Bertha’s die hun projectielen over de velden hebben uitgekotst en alles hebben vernietigd dat ooit menselijk was. Uiteengereten lichamen, verkoold, vergast, kapot geschoten. Soldaten in kleurige uniformen, esthetica voor functionaliteit. Gestorven met het hoofd omhoog, als er nog een hoofd was dat omhoog gehouden kon worden.
Stalen monsters, met uitstekende kannonen die dood en verderf joegen over de akkers, de vooruit gedreven vijand weggevaagd met vuurspuwende machines, geproduceerd om zo effectief mogelijk een einde aan leven te maken. Pure vernietiging, pure waanzin.

Afbeeldingsresultaat voor eerste wereldoorlog

De eerste houten vliegtuigen hadden laag over het slagveld gevlogen om de voortgang in kaart te brengen. Of eigenlijk om het gebrek aan vooruitgang te rapporteren aan het hoofdkwartier, dat zich op kilometers afstand van de voorste linies bevond. Een veilig onderkomen voor de officieren in hun smetteloze uniformen die poppetjes over een landkaart schoven. Spelen met mensenlevens. Het leven van een mens niets meer waard dan de gemene deler. Leven zonder betekenis. Een opoffering hier, voor een doorbraak daar.

Deze keer was de ijzige mist geen mosterdgasaanval, de dodelijke gele mist. Gevreesd door militairen van alle rangen. De mist die niet discrimineerde, maar iedereen gelijk maakte in de dood. Hevige stuiptrekkingen, stikken in je eigen braaksel. Zonder bescherming gedoemd. Wanneer de giftige wolk was weggetrokken, kreeg men het teken de vijand aan te vallen. De weg via Niemandsland was kort, maar vaak te lang om de overkant te halen. Zij die gek werden van angst, verstomd raakten door de onophoudelijke inslagen van de granaten, zij die hun vrienden voor hun ogen de dood ingejaagd zagen worden, lieten hun geweren vallen en draaide zich. Om neergeschoten te worden door hun eigen officier.

Maanden van gruwelijke veldslagen had 100 meter terreinwinst opgeleverd. 800.000 gesneuvelde soldaten, aan beide zijden. Hoeveel burgers en dieren er waren omgekomen, was niet bij te houden. Zij die konden, zochten hun heil ergens anders. Zij die niet konden, werden gedragen of op een houten kar gelegd om geduwd te worden. De winter was net zo dodelijk als het gas. De keuze was wreed: ga ik hier dood aan het gas, ga ik daar dood door honger en kou.
Honderdduizenden vonden een veilig heenkomen in een buurland dat neutraal was. Neutraal. Geen mening. Geen standpunt. Geen risico. Een vluchtelingenstroom die eindigde in kampementen in Zuid-Nederland. Een land zonder oorlog. Een veilig heenkomen. Steden die overspoeld werden door thuislozen, landlozen. Gedwongen vertrokken uit een verscheurd land.
Nederland, een goede buur, dat moest slikken dat sommige steden ‘opgezadeld’ werden met 100.000 vluchtelingen op een stad van 16.500 inwoners. Er zal vast veel over gepraat zijn, er zal best veel onvrede geweest zijn. Er zullen er zeker tussen hebben gezeten die zich niet aan de regels hielden, die van roven en moorden hun leven maakte.

Afbeeldingsresultaat voor kerst 1914

Vanuit de loopgraven klinkt een zacht gezang. De snijdende kou is verlammend en zorgt ervoor dat er niet gevochten kan worden. Kleine vuurtjes houden de mannen warm. De rantsoenen worden verorberd om het lichaam dat kleine beetje energie te geven om het zichzelf warm te houden. Het gezang neemt toe, de melodie herkenbaar. Kerstliederen, in alle talen.
Gezworen vijanden haken in en roepen naar elkaar.
Voorzichtig komen ze uit hun graven en wandelen over Niemandsland om elkaar de hand te schudden, een schouderklop, een sigaret delen. Samen over kerst te zingen. Ook al versta je elkaar niet, je begrijpt als geen ander.

Vandaag geen oorlog.

De man die gisteren nog op je vernietiging uit was, die rustig een bajonet tussen je ogen had willen steken, is nu degene die vraagt een partijtje voetbal te spelen.

De Duitsers winnen het potje voetbal, in de laatste minuut. Uiteraard.

Vandaag geen oorlog.
Vieren dat je leeft.
Een dialoog, gelach, heildronk,
Vrede voor een dag.

Morgen gaat de oorlog verder,
Bestoken we elkaar met granaten.
Als ik je morgen tegenkom,
Zal ik me niet inhouden.

Ik zal je niet herkennen.
Morgen ben je de vijand.
Dan is mijn vriend mijn vijand,
Wanneer hij me veroordeelt voor de vrede van vandaag.

 1,536 total views

Dol op regels

Nederland staat er om bekend ten onder te gaan aan regelgeving. Waarschijnlijk zal dit in andere landen niet veel anders zijn, maar in eigen land is het altijd erger dan in een ander land.

Voor alles lijkt wel een regeltje te zijn bedacht. Soms beperkende regels – een regel is sowieso beperkend – soms regulerende regels, sommigen met milde gevolgen bij het niet naleven van de regels, anderen met nog meer vrijheidsbeperkende opleggingen. Een aantal zijn natuurlijk eenvoudig te bedenken en gelden al sinds men met een hamer en beitel stukken rots kon bewerken: gij zult niet stelen, gij zult niet doden. Vrij duidelijk. Doe je dat toch dan wacht je een tegenprestatie. Gij doodt, dan zult gij moeten boeten. In de loop der jaren is de mate van straf wel wat veranderd. Van een paar zweepslagen, een steniging hier en daar tot een goede opknoping – ja, ja, zowaar een boektitelverwijzing.

Toen in 1870 de doodstraf in Nederland werd afgeschaft, kwam daar als alternatief een levenslange straf voor in de plaats. Niet 20 of 30 jaar, maar tot inden doet. Dat je na het uitzitten van tweederde van de straf weer vrij rond kan lopen is ook geregeld. Als je helemaal je best doet en je beste beentje voor zet, bestaat er een goede kans dat je misschien zelfs eerder je vrijheidsbeperkende leventje weer kunt oppakken.

Wikipedia heeft zelfs een lijst met alle levenslanggestraften van Nederland (Wikipedia zal waarschijnlijk zelfs een lijst hebben met hoeveel lijstjes er op Wikipedia zijn). Als je alle levenslanggestraften bij naam kunt noemen, is dit dus niet al vaak voorgekomen in 146 jaar. Wat een vredelievend volkje zijn wij toch.

3500 jaar geleden kon men amper 10 regels verzinnen waaraan je levensstandaard moest voldoen. Zaken die als sociaal geaccepteerd werden gezien en zaken die op zijn zachts gezegd afgekeurd werden. 2 rotsblokken, enkelzijdig gebeiteld, regelafstand 7, lettertype Gotisch werden van de berg gesjouwd en opgelegd aan de mensheid. 10 regels, zo moeilijk kon het toch niet zijn.

Wilde je iets doen waarvan je het vermoeden had dat daar afkeurend op gereageerd zou worden, was je met een korte blik op de stenen tablets snel klaar om te weten of je iets wel of niet moest doen. Deed je het toch dan wist je dat daar een straf op stond die je tot in het hiernamaals kon achtervolgen. Wat nou levenslang, boeten kreng.

Maar een gemiddeld mens kan maar vier dingen tegelijkertijd onthouden. 10 regels, dat is wel wat veel gevraagd. Niet doden en niet stelen staan op plek 6 en 8, dat gaat je nooit bijblijven. Eer je vader en moeder, die komt er zo nu en dan nog wel door. Verklaart een hoop waarom er zoveel mensen van het leven beroofd worden – twee geboden in een klap.

Ondertussen zijn er alleen al in Nederland zo’n 400 rotsblokken bijgekomen, dubbelzijdig gebeiteld met een pneumatische beitel, lettertype Arial Narrow en letterhoogte 6.66. Alleen heeft niet elke provincie dezelfde kopie ontvangen. Zelfs per gemeente kan het bewerkte rotsblok verschillen. Hier en daar zijn er blijkbaar wat exemplaren gebroken tijdens het transport en wat regels weggevallen of zijn sommige brokken zijn door elkaar geleverd: Gij zult niet doden maar zolang je niet vloekt, is het minder erg?

Elke gemeente schijnt zijn regeltjes te hebben. En soms lijkt het dat het naleven van die regeltjes afhangt van de stemming van degene die de regeltjes moet handhaven. In de bouw bijvoorbeeld, hebben wij veel te maken met een wirwar aan regeltjes, die ook nog eens in een taal staan omschreven die alleen begrepen kan worden als je een universitaire opleiding hebt afgerond. De ‘gewone’ burger valt niet uit te leggen dat jij geen uitbreiding mag bouwen, maar je overbuurman wel. Alleen maar omdat dit in een bestemmingsplan is vastgelegd. Of dat je best een dakkapel mag bouwen, maar alleen met vastgestelde maten. Niet te hoog, niet te breed en in de juiste kleur. Juiste kleur? Jazeker, er is ook iemand die over de kleur van jouw huis gaat. Fijn dat jij rood een mooie kleur vindt, maar als de welstandsgedelegeerde daar anders over denkt heb je pech.

Als er iets is waar Nederlanders een hekel aan hebben, dan is het wel wetjes en regeltjes. Maar nog meer aan handhaving van die regels. Als de altijd al aanwezige regeltjes opeens een nadelig effect hebben op onze dromen, op het moment dat we onze dromen willen realiseren, vinden we het maar onzin dat die regels er zijn. Als onze buurman iets wil realiseren dat nadelig voor ons kan uitpakken, zijn we maar al te blij als blijkt dat hij iets doet dat niet volgens diezelfde regeltjes is en hij terecht wordt gewezen op zijn daden.

Maar ook voor de kleinere zaken in het leven hebben we regel verzonnen: heb je een hond, dan mag deze alleen maar binnen de lijntjes poepen. Poept je hond ergens buiten de lijntjes, kun je een geldboete verwachten, terwijl de kat van de buren straffeloos je tuin aan het bemesten is. Heb je een openhaard, dan mag je binnenkort alleen nog maar stoken als er genoeg wind staat, niet te lang en je een beschermend pak aanhebt. Om de hoeveelheid fijnstof te verminderen komen er regels wanneer je de openhaard mag gebruiken. De openhaarden-brigade komt aan huis om te controleren waar die rookpluim vandaan komt en of je daar wel belasting over betaald hebt.

Regels zijn er om duidelijkheid te verschaffen wat acceptabel is en wat niet. Ik ben gek op regeltjes. Zonder regels zou er chaos zijn, ik heb een hekel aan chaos. Orde, regelmaat, duidelijkheid. In Nederland zijn wij er maar druk mee om overal regeltjes voor te verzinnen en het iedereen op die manier zoveel mogelijk naar de zin te maken. De een vrijer leven, door de vrijheid van iemand anders iets te beperken. Bevalt iets niet, dan kun je actie ondernemen zodat er afspraken over gemaakt worden, eventueel met gevolgen bij het niet nakomen van die afspraken. Je hebt inspraak en je mag zelfs bezwaar maken op die regels. Ook dat is geregeld. Heerlijk toch. Overtreed je die regels, ben je zelf verantwoordelijk voor de gevolgen. Dan had je die 400 rotsen maar moeten lezen.

Zonder regels zou je vrijheid er heel anders uitzien, maar ben je eigenlijk nog wel vrij als je door zoveel regels in je vrijheid wordt beperkt?

 2,295 total views

Kijk, daar gaat je tas!

Kun jij even op mijn tas letten?

Nee, nee, deze week niet weer een stukje over mijn verrichtingen als Annie. Hoewel, toch een klein beetje. Een Annie is nu eenmaal altijd in functie, maar er zijn momenten dat ik twijfel over het nut van mijn diensten en ik de onbeheersbare behoefte voel om mijzelf tijdelijk uit de functie van tasjesbewaker te ontheffen, zonder de eigenaar van de tas op de hoogte te brengen. Maar ja, plichtsgetrouw als ik ben zal ik dat nooit doen en zal ik mijn taak vol overtuiging uitvoeren, ook wanneer iemand opeens besluit zich onwettig mij van een tas te ontdoen.

Tot op heden heb ik het geluk gehad nog maar een keer met geweld te maken hebben gehad en dan eigenlijk ook niet eens echt. Tijdens een middagje hangjongeren met mijn vriendin in een trappenhuis, liep een, wat een paar seconden later bleek, criminele leeftijdsgenoot ons voorbij de trap af. Niets vermoedend zaten wij hinderlijk in de weg verliefde pubers te zijn toen de boef zich omdraaide en de punt van een mes in onze richting wees en ons aansprak: ‘Je geld of je leven’. Gast, hoe cliché kun je het hebben? Met een rugzak vol vertrouwen – *kuch* en natuurlijk omdat ik mijn meisje wilde beschermen *kuch*- antwoordde ik stoer: ‘Ik heb geen geld, neem dan mijn leven maar, dat is nog minder waard.’ Het had een briljant begin kunnen zijn van de volgende succesvolle cartoon serie van Marvel Comics, behalve dat er geen kind bij was om ons te wreken en de wereld van alle schurken te bevrijden gekleed in een vleermuiskostuum. Schijnbaar overbluft brak de ploert zijn wandaad af en liet ons verder met rust, het kan ook nog steeds een grapje zijn geweest.

Op het moment zelf dacht ik er niet echt bij na, ik zag de ernst er niet van in. Achteraf gezien niet een van de slimste dingen om te zeggen onder bedreiging. Ik kreeg ook op mijn kop van mijn vriendin hoe ik het in mijn hoofd haalde zo te reageren, terecht. Noem het maar jeugdige onschuld, of gewoon stom.

In dit geval liep het goed af. Het had net zo goed met een messteek kunnen aflopen vanwege mijn bijdehante opmerking, voor mij en in het slechtste geval voor ons.

Als dit het ergste geval van geweld is dat je hebt meegemaakt, op een doodsbedreiging na maar zonder doodsbedreiging hoor je er tegenwoordig niet meer bij, weet je eigenlijk niet wat het is om met geweld om te gaan of beroofd te worden, of nog ergere denkbare criminele zaken. Gelukkig hoef je niet alles mee te maken om er een voorstelling van te kunnen maken. Met een levendige fantasie kun je zelf wel bedenken hoe het zou moeten zijn en hoe je zou reageren. De realiteit is vaak grimmiger en zeker minder heldhaftig. Vaak krijg je niet eens de tijd om de held uit te hangen.

10 seconden is alles dat nodig is om je te beroven, van je eigendommen of je leven. Je let niet op door je dagelijkse routine, wordt even afgeleid door iemand die je net lang genoeg bezighoudt, terwijl zijn partner in criminaliteit achter je rug je rugzak weggrist. Dag identiteit.
10 seconden, niet eens tijd genoeg om te beseffen wat er aan de hand is, tot het te laat is en de meneer aan de deur toch iets andere bedoelingen heeft en zijn handlanger opeens tevoorschijn komt om je met een stuk ijzer te bewerken.
10 seconden, terwijl je snel nog even je kinderen onder de douche zet na een dagje strand terwijl je het eten alvast opzet en je halverwege de trap opeens een inbreker tegenkomt die door de altijd openstaande achterdeur hun weg naar binnen wel erg makkelijk wisten te vinden, en je zijn maatje de tuin uit ziet rennen met je portemonnee en je laptop.

Wat rest is het gevoel van wantrouwen. Beroofd zijn van goederen is niet eens het ergste, een laptop is vervangbaar, een paspoort is opnieuw aan te vragen en pinpassen zijn te blokkeren. Maar het wantrouwen naar anderen toe, dat er iemand is die zich je spullen toe-eigent. Dat er zelfs iemand naast je bed kan staan terwijl je niets in de gaten hebt, of in de kamer van je kind heeft gestaan. Ik zou er nog minder van kunnen slapen, verschrikkelijk. Je niet meer op je gemak voelen in je eigen huis. Elk afwijkend geluid is verdacht, terwijl het gewoon de koelkast is die aanslaat of de kat die krullen van de trap krabt.
Of ik dan zo’n held ben om achter de onverlaat aan te rennen? Ik vrees het niet, behalve als ze aan je naasten komen, dan wel, waarschijnlijk.

En moet je dan verwachten dat de nationale politie werk van je digitale aangifte maakt? Aangifte moet, altijd. Maar de aangifte-slushpile van de nationale politie is nog erger dan bij menig uitgeverij. Het delict valt onder kleine criminaliteit, terwijl de impact valt onder trauma. De Zware Jongen kan ondertussen al in het buitenland zitten, of gewoon in de straat verderop wonen. Bovendien zijn alleen maar je spullen van je beroofd, je ademt nog, er zijn ergere dingen.

‘Let je op mijn tas?’ wordt gevraagd als we met z’n vieren uit eten zijn in een restaurant. Rare vraag toch als om met 3 personen een tas in de gaten te houden. Wat is er zo bijzonder aan die tas. Is het juist niet verdacht om met z’n drieën naar een tas te zitten staren, dat daagt alleen maar criminelen uit die misschien gewoon onschuldig een avondje uit waren in hetzelfde restaurant en niet eens de intentie hadden om het verkeerde pad te kiezen die avond. Maar een tas die door drie personen wordt bewaakt moet wel heel bijzonder zijn.
‘Ja, hoor. Ik zal goed toekijken wanneer je thuis ontvreemd wordt.’

 2,440 total views,  2 views today