Als een gans in het water

Ik fietste met een meisje,
Een meisje uit de buurt.
We vluchtte met haar gansje,
Dat door haar vader naar de slacht zou zijn gestuurd.

Ze tierde en ze trapte de kiezels uit het pad.
Tot ze bij de vijver kwam en tot haar grote schrik,
Haar vader nog altijd niet geweken had,
We fietste hem omver, die schurk, die ploert, die gemenerik.

Nu liggen we hier tevree en stil in het gras,
Haar gansje veilig, trappelend van plezier.
Haar vader, die haar de les belas,
Overpeinsd zijn leven als poelier.

887 totaal aantal vertoningen, 5 aantal vertoningen vandaag

Wijzen naar het het Oosten

Schoten klinken in de nacht,
Dappere strijders trekken ten strijde.
Dwaze ogen turen in de zwarte wereld,
Op zoek naar opgeschoten wild.

Een kreet van hoop,
Wordt gesmoord met een doffe knal.
Bebloede wegen,
Vormen een nieuwe rode zee.

Ooit kon een mens lopen over water,
Nu baant men zich een weg door de lijken.
Een zee week terug met een enkele handbeweging,
De mensheid deint nergens meer voor terug.