Aftasten

‘Welkom, dames en heren. Vandaag is het dan eindelijk zover, de grote finale. De zaal is afgeladen, er is geen enkele lege plek te zien. De spanning is met een mes te snijden. De twee kemphanen treffen hun laatste voorbereidingen. De kampioen van vorig jaar zit met zijn ogen dicht geconcentreerd op zijn kruk, terwijl zijn coach op hem inpraat. De uitdager in de andere hoek springt op en neer en probeert de huidige kampioen van zijn stuk te brengen, maar de routinier trapt daar niet in. De psychologische oorlogsvoering laat hem ongemoeid, wat op zich weer een uitstekende psychologische verdediging is dat duidelijk effect heeft op de uitdager. Hij lijkt behoorlijk van zijn stuk gebracht.’

“Aftasten” verder lezen

298 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Opruimwoede

Casper stapt geluidloos de slaapkamer binnen. Schuifelend langs de rand van het bed telt hij het aantal passen naar zijn kant van de onverlichte kamer. De pijnlijke blauwe plek op zijn scheenbeen herinnert hem nog aan misrekening na de vorige ruzie. Zachtjes hijgend van de klim naar boven, ontknoopt hij zijn blouse en broek en schuurt zachtjes tegen de muur.
De ruzie was fel geweest, hij had met dingen gegooid, zoals hij vaker deed. Iris vergaf hem altijd.
Vloekend struikelt hij over een onverwacht obstakel naast het bed. Niet bij zinnen om zichzelf op te rapen, valt hij op de grond in een diepe slaap.

Iris hoorde hem zwaarhijgend de slaapkamer binnengaan. Casper kon nooit zachtjes doen, zeker niet als hij met de jongens had gedronken en hij in een kwade bui was. Toen ze het gekraak van de bovenste trede hoorde, had ze het dekbed nog verder over zich heen getrokken. Ze was ondertussen gewend om in de logeerkamer te slapen, na de zoveelste ruzie.
Ze hoorde hoe hij tegen de muur botste, waarschijnlijk in een poging zich van zijn kleding te ontdoen en voelde de houten vloer trillen toen haar aanstaande ex over de ingepakte koffers struikelde. Morgen begon de grote schoonmaak.

436 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Het kerstdiner

Lodewijk nam even een adempauze. Met de palm van zijn linkerhand veegde hij de bloedspetters van zijn gezicht, pakte het cadeau met zijn naam erop vanonder de kerstboom en ging hijgend op de bank zitten. Hij dacht dat het deze keer makkelijker zou gaan. Met zijn plakkerige vingers scheurde hij het papier aan stukken. Ze hadden zich verzet, hij nam het ze deze keer niet eens kwalijk.
   ‘Ach, kijk nou. Deodorant en een kaartje; Fijne kerst van Harry en Mathilde. Kom op, Harry. Dat had beter gekund,’ zei hij en keek naar Harry, die aan de eettafel zat.
   Harry zei iets onverstaanbaars.
   Lodewijk stond weer op en plaatste de met bloed besmeurde kerstkaart op de schoorsteenmantel naast de andere wenskaarten. Hij raapte een stoel op, ging naast Harry aan tafel zitten, pakte een overgebleven glas rode wijn en nam er een flinke slok van.
   Harry keek hem met wijd opengesperde ogen aan en snoof hard toen Lodewijk zijn arm om hem heen sloeg. ‘Mooi uitzicht?’ fluisterde Lodewijk in zijn oor.
   De tape om zijn mond voorkwam dat Harry kon reageren. Met tranen in zijn ogen keek hij naar Mathilde. Het levenloze lichaam zat op de stoel naast hem. Wat voor het diner nog zijn vrouw was, was nu nauwelijks herkenbaar als mens. Harry bewoog wild op zijn stoel en probeerde zich los te wringen. Het touw sneed nog dieper in zijn polsen en enkels, hij kermde van de pijn.
   ‘Wat is er, buurman? Zit het touw te strak?’ Lodewijk stond op en pakte zijn bijl. Deze keer zou er niemand ontsnappen.

‘Wat leuk, een uitnodiging van de buurman.’ Mathilde toonde het kaartje aan Harry, die zijn aandacht meer bij zijn smartphone had.
   ‘Kerstdiner bij de buurman. Moet dat echt? We wonen hier nu bijna een jaar en ik heb die vent nog nooit gesproken. De gordijnen zitten altijd dicht, het is alsof hij niemand wil zien.’ Harry wreef verder met zijn duim over het schermpje.
   ‘Nou ja, het is toch aardig. Leren we de man wat beter kennen. Mopperkont.’
   Mathilde had Lodewijk een keer gesproken, toen ze drie maanden in hun nieuwe huis woonden. Tijdens de middagwandeling liep ze met de hond langs het hek en zag ze de buurman in de tuin spitten.
   ‘Druk in de weer, buurman?’
   ‘Ja, ja. Altijd even ontspannen na een hapje eten. Hoe bevalt het nieuwe huis?’
   ‘Prima, hoor. We hoefden gelukkig niet veel te doen, fijn dat alles al gestoffeerd en gemeubileerd was.’
   ‘Merel en Harm waren nette mensen, inderdaad. Net als de buren van verderop. Vrolijk Pasen nog, hé.’ Lodewijk stak zijn schop in de aarde en verstrooide het over een vers bedekt gat.
   ‘Jullie ook.’ Mathilde zwaaide naar Lodewijk en naar de vrouw die voor het raam stond te zwaaien. Lodewijk liet de schop vallen en wandelde rustig terug naar het huis.

Maaike raapte de post op van de deurmat.
   ‘Kijk, Hendrik. Een kaartje van de buurman van twee huizen verder. Of we bij hem willen komen brunchen op eerste paasdag.’

Het kerstdiner – Sweek

Er is al dagen niet naar me omgekeken. De schuur biedt wel bescherming tegen de gure wind, maar weinig tegen de vrieskou. De dunne quilt helpt amper en ik verga van de honger.
De ruimte in de schuur werd met de week krapper, mijn slaapplek raakte steeds verder ingesloten door de vele kerstcadeaus. Voor papa, voor mama, voor Mark, maar geen cadeau voor mij.
De afgelopen weken ging de deur steeds vaker van het slot en kreeg ik hoop weg te kunnen glippen, maar wanneer er weer een doos binnen was gezet, ging de deur weer snel dicht. Soms lieten ze wat eten achter, maar net zo vaak niet. Nu was het al een paar dagen stil.
Ze zullen me toch niet vergeten zijn?
Ik kijk door het raam naar buiten en zie mijn ouders en mijn broertje aan tafel zitten, het is kerstavond!
Lodewijk loopt in de tuin en worstelt zich door de sneeuw. “Het kerstdiner – Sweek” verder lezen

412 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

De Leespatrouille – Editio

Ik nader het kruispunt bij de Utrechtsebaan. Het is zaterdagochtend, kwart over acht en het is rustig op de weg. Mijn partner naast mij kijkt op van zijn boek en neemt een slok koffie uit zijn kartonnen beker van het fastfood restaurant. Mijn maag draait zich om door de sterke koffiegeur die de auto vult wanneer hij de deksel van de beker haalt om al roerend zijn vierde zakje suiker in de koffie op te lossen. Uit frustratie zet ik de volumeknop van de radio nog wat hoger, misschien kan ik de geur overstemmen met wat stevige gitaarmuziek, net als dat ik de routeplanner beter begrijp wanneer de muziek zachter staat.
‘Shit.’ Aan de overkant van het kruispunt zie ik twee motoragenten voor het verkeerslicht staan.
‘Shitterdeshit. Leg weg, snel.’ Ik maak een slaande beweging richting Erik en sla de koffiebeker bijna uit zijn hand. Koffie gutst over de rand van de beker en landt op zijn schoot. “De Leespatrouille – Editio” verder lezen

461 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Elke berg heeft zijn huisje

Het Limburgse landschap is ermee bezaaid, kleine kapellen gewijd aan de Moeder aller moeders.

Tijdens de zoveelste beklimming op de fiets van de croix de Nondeju begreep ik waarom.

Vloek, uitroepteken, miljaar, wat een lijdensweg.

Een schietgebedje, op naar de volgende creatie van Moeder natuur.

334 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Reflectie

Je zegt de woorden alsof je ze meent.
Jouw woorden geven mij het gevoel dat ik niets waard ben.
In jouw ogen besta ik niet. Mijn wereld doet er voor jou niet toe.
Ik heb geen bestaansrecht. Elk weerwoord een zucht wind.

Mijn ziel ligt open en bloot voor je ontzielende woorden.
De kracht achter nietszeggende woorden is verwoestend.
Het rukt mijn hart aan flarden. Mijn essentie is vergaan tot stof.
Je kijkt me aan, maar ziet me niet.
Ik sta recht voor je neus, met ingezakte schouders en kromme rug.

Het gaat niet om mij, mijn persoonlijkheid is niet belangrijk.
Morgen ben ik vergeten. Over een uur besta ik al niet meer.
De afwezige aandacht gericht op niemand anders.
Weerloos voelde ik me, ik liet het toe, geen kracht.

Ik mag er zijn. Ik ben er altijd geweest.
Wie ben jij om dat niet te erkennen. Ben ik iemand, zonder jouw erkenning.
Je onvermogen mij te zien zoals ik ben, laat mij zien wie ik niet wil zijn.
Je negeert mij, terwijl ik mijn rug recht en in stilte voor je sta te schreeuwen.

Het gaat niet om jou. Jouw woorden voeden mij.
Jouw gebrek aan empathie is Pokon voor mijn zelfvertrouwen.
Ik ben niet de persoon waarvan ik denk jij dat denkt dat ik die ben.
Jouw woorden laten mij mijn ziel zien en laten mij weten dat ik niet wil zijn wat jij van mij verlangt.
Ik kijk in je ogen en zie wat jij niet ziet: mijzelf.

317 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Intro

‘Ben je er klaar voor?’
Mijn borstelige wenkbrauwen kunnen niet voorkomen dat het zweet van mijn voorhoofd mijn ogen bereikt. Het zoute vocht brand in mijn ogen maar wrijven is geen optie. Uit angst dat de bewegingen teveel zijn voor het gevoelige goedje dat ik met me meedraag, blijf ik zo stil mogelijk staan tot de anderen klaar zijn en het stabiel genoeg is voor vervoer. Met rood doorlopen ogen knik ik in de richting van Erik, die mijn antwoord niet afwacht en zijn aandacht weer richt op de lampjes van het kastje dat om mijn middel is vastgebonden.
Achter me ontrafelt Barry de wirwar van draden die over mijn rug loopt om ze op het kastje aan te sluiten en de onomkeerbare verbinding met de explosieven te maken.
‘Kom op, Barry.’ Het geduld van Erik begint op te raken wanneer Barry voor de derde keer de draden opnieuw samenbindt. Nadat ook het vierde lampje op groen springt, steekt Erik zijn duim op naar Marco die even verderop verscholen op de uitkijk staat. Met de rug gekeerd naar de wind, een zakdoek voor zijn mond en een skibril op om geen zand in zijn ogen te krijgen, legt hij via de satelliettelefoon contact met de Opdrachtgever.
‘We zijn er klaar voor, over!’ Marco houdt zijn vrije hand voor de microfoon om nog enigszins verstaanbaar over te komen. De onophoudelijke woestijnwind maakt communicatie bijna onmogelijk.
‘Ga…k…’ De rest van het antwoord gaat verloren door de weersomstandigheden. Meer woorden zijn ook niet nodig, de opdracht is duidelijk: de drukte in en op de knop drukken.
Ik wrijf in mijn ogen, wat het eigenlijk alleen maar erger maakt, knoop mijn lange jas dicht, zet mijn bril op en mijn mondkap voor en wandel voor de laatste keer als Niemand de anonimiteit in.

351 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Verlichting

Haar lichaam verstrakte en haar oogleden trilden. De angst voor wat er boven was, werkte zo verlammend dat ze zich niet durfde te bewegen.
     Meerdere malen had ze het geprobeerd. In haar eentje de trap op, in het donker. Ze ging al hyperventileren van de gedachte. Mama had gezegd dat ze zich niet zo moest aanstellen. Er was niets engs op de trap of op de overloop. Ze vond dat Marieke tijd probeerde te rekken en schreeuwde met de dag harder tegen haar wanneer ze huilend onderaan de trap stond omdat mama het licht van de overloop niet wilde uitdoen, zodat ze zelf in het donker naar boven moest.
     Marieke wist wel beter. Zij hoorde de monsters zwaar ademen, voelde hun aanwezigheid als ze in het donker over de overloop liep, klaar om haar te pakken als ze naar haar kamer liep. Het licht hield de monsters op afstand.
     'Stel je niet zo aan, Marieke. Schiet op,' riep mama vanuit de woonkamer.
     Marieke zette een voet op de onderste trede, pakte de leuning stevig vast, hield haar favoriete knuffel Jenny nog dichter tegen zich aan en keek nog een keer naar boven voor ze het licht van de overloop uit knipte. Met twee treden tegelijk vloog ze de trap op. Na een korte sprint over de overloop sprong ze in haar fort van kussens en trok de deken over haar heen. De gedaante op de overloop greep net mis. Ze had het gevoeld.
     Door een kier tussen haar kussens zag ze tot haar schrik dat het licht op de overloop brandde. Ze had het licht toch echt uitgedaan.
     'Marieke, doe het licht uit,' klonk het vanuit de verte.
     'Dat heb ik gedaan.'
     'Schiet op, ik zeg het niet nog een keer.'
     De moed zakte in Marieke´s eenhoornpantoffels. Aarzelend pakte ze Jenny en liep richting de trap. Zodra ze op de bovenste trede stond, knipperde het licht uit. Voor ze kon bedenken wat er aan de hand was, voelde ze een hand op haar schouder. Met een ruk draaide ze zich om en keek recht in haar eigen ogen. Vlak voordat ze wilde gaan gillen, legde haar spiegelbeeld een vinger op haar lippen en pakte Marieke bij haar hand. Samen liepen ze de trap af om het licht van de overloop uit te doen en terug te keren naar Marieke´s kamer.
     Marieke was nooit meer bang in het donker.

Deelnemer schrijfwedstrijd Heel Nederland Schrijft. 
Leuk verhaal? Klik hier en geef een duim omhoog op de pagina van Heel Nederland Schrijft.

De deadline – moord binnen een schrijverscollectief

 

Voor de vierde keer die week stond Emile aan de rand van het zwembad. De gasten zouden elk moment wakker worden en hun weg naar het zwembad vinden om de dagelijkse baantjes te zwemmen of voor hun yoga rituelen aan de rand van het bad. Elke ochtend was het hetzelfde liedje: ik wil fietsen, ik wil zwemmen, is het ontbijt al klaar.
Het leek zo’n goede beslissing; vertrekken uit het stressvolle Nederland, weg van iedereen. Maar nu was het genoeg geweest, elk jaar werden de gasten veeleisender: je kunt me toch wel even ophalen van het station, is het ver rijden naar die wijnproeverij? Het plezier was er al langere tijd van af.
Emile schoof met zijn voet de stenen van de rand van het zeil dat het zwembad bedekte. De bloedvlek op een van de stenen ontging hem, net als die aan de rand van het zwembad. Een schaduw onder het doek trok zijn aandacht. Hij had het reinigingsapparaat toch uitgezet gisteravond? Of was Ona onder het doek gekropen en in het water beland? Het enthousiasme van de Belgische border collie was moeilijk in toom te houden, maar ze zal toch niet…
“De deadline – moord binnen een schrijverscollectief” verder lezen

2,732 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag