De Leespatrouille – Editio

Ik nader het kruispunt bij de Utrechtsebaan. Het is zaterdagochtend, kwart over acht en het is rustig op de weg. Mijn partner naast mij kijkt op van zijn boek en neemt een slok koffie uit zijn kartonnen beker van het fastfood restaurant. Mijn maag draait zich om door de sterke koffiegeur die de auto vult wanneer hij de deksel van de beker haalt om al roerend zijn vierde zakje suiker in de koffie op te lossen. Uit frustratie zet ik de volumeknop van de radio nog wat hoger, misschien kan ik de geur overstemmen met wat stevige gitaarmuziek, net als dat ik de routeplanner beter begrijp wanneer de muziek zachter staat.
‘Shit.’ Aan de overkant van het kruispunt zie ik twee motoragenten voor het verkeerslicht staan.
‘Shitterdeshit. Leg weg, snel.’ Ik maak een slaande beweging richting Erik en sla de koffiebeker bijna uit zijn hand. Koffie gutst over de rand van de beker en landt op zijn schoot. “De Leespatrouille – Editio” verder lezen

461 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

De deadline – moord binnen een schrijverscollectief

 

Voor de vierde keer die week stond Emile aan de rand van het zwembad. De gasten zouden elk moment wakker worden en hun weg naar het zwembad vinden om de dagelijkse baantjes te zwemmen of voor hun yoga rituelen aan de rand van het bad. Elke ochtend was het hetzelfde liedje: ik wil fietsen, ik wil zwemmen, is het ontbijt al klaar.
Het leek zo’n goede beslissing; vertrekken uit het stressvolle Nederland, weg van iedereen. Maar nu was het genoeg geweest, elk jaar werden de gasten veeleisender: je kunt me toch wel even ophalen van het station, is het ver rijden naar die wijnproeverij? Het plezier was er al langere tijd van af.
Emile schoof met zijn voet de stenen van de rand van het zeil dat het zwembad bedekte. De bloedvlek op een van de stenen ontging hem, net als die aan de rand van het zwembad. Een schaduw onder het doek trok zijn aandacht. Hij had het reinigingsapparaat toch uitgezet gisteravond? Of was Ona onder het doek gekropen en in het water beland? Het enthousiasme van de Belgische border collie was moeilijk in toom te houden, maar ze zal toch niet…
“De deadline – moord binnen een schrijverscollectief” verder lezen

2,732 totaal aantal vertoningen, geen vertoningen vandaag

Recept van eigen deeg

De afzuigkap ratelt alsof het elk moment uit elkaar kan vallen. Aangevuld met het geluid van de gaspitten die onder de pannen bijna allemaal voluit staan, is het een kabaal in de keuken. De glazen deksel op de wok is beslagen, een dunne sliert stoom ontsnapt via het ontluchtingsgaatje. Ik haal de deksel van de pan om met de kunststof spatel het knetterende vlees te verspreiden en zet het vuur lager. De klompjes vlees sudderen verder in hun eigen vleesnat. Zal ik nog wat peper en zout toevoegen? Hoe eet je dit eigenlijk en waar zal dit naar smaken, vast naar kip. Wijn. Wijn is altijd een goed idee.
Met de spatel verdeel ik de bruinrode massa over de bodem van de wok. Ik overgiet het vlees als een volleerd chef-kok met een paar scheuten rode wijn. Het rode vocht baant zich een weg door de geultjes naar de bodem en zorgt ervoor dat het vlees in een bruinrode plas ligt. Snel plaats ik de deksel terug op de wok en neem een flinke slok van de overgebleven wijn, een geopende fles moet nu eenmaal leeg.

Het vlees heb ik 2 dagen geleden uit de vriezer gehaald om te ontdooien. 3 weken in de vriezer leek me wel voldoende, maar wat weet ik ervan, het is niet alsof ik dit vaker gedaan heb. Doordat ik de homp vlees door de vleesmolen heb gehaald, lijkt het net echt. Toen de donor er nog gebruik van maakte dacht hij er heel anders over.
Wat moest ik anders, ik kon dit toch niet ongestraft laten? De brutaliteit van zo’n ventje. Het moest maar eens over zijn met die grote mond. Mij tegenspreken, het lef.

Op het kleinste pitje staat een pannetje met rode saus zachtjes te pruttelen. Het recept heb ik op internet opgezocht. Een Duitse en Amerikaanse ervaringsdeskundige zeggen beiden dat dit een goede smaakversterker moet zijn. Op een derde pit staat al zeven minuten de pasta gaar te koken. Het kokende water is al bijna geheel verdampt, nog twee minuten en dan is alles gereed.
Na nog een slok rode wijn giet ik de pasta af, meng het met het lichtbruin gebakken vlees en bak het geheel nog een beetje aan.
Ik vul de diepe borden met pasta en overgiet het met de rode saus, voor de zekerheid strooi ik er een heel klein beetje geraspte kaas. Net niet genoeg naar haar smaak. Een schaaltje met geraspte kaas zet ik op tafel. Ik vul de glazen die op tafel staan met rode wijn die ik eerder al had geopend om te laten ademen. Je kunt geen wijn genoeg hebben, zeker nu niet. Ik maak het geheel af door de drie kaarsen aan te steken die in de kandelaar staan op het midden van de tafel.
Zal ze het verschil proeven?

‘Proost, lieverd. Op 15 jaar sinds onze eerste ontmoeting,’ zeg ik en ik hef het glas.
‘Proost,’ antwoord ze en we laten de glazen klinken.
Ze strooit wat geraspte kaas over de pasta en mengt alles door elkaar, wat ken ik haar toch goed.
‘Heerlijk. Verfrissend met dat vlees erdoor, weer eens wat anders.’ Een sliert gesmolten kaas hangt aan haar kin terwijl ze me verliefd aankijkt. Nog steeds zoveel liefde, zelfs na 15 jaar.
‘Ja, hé.’ Ik probeer zo gewoon mogelijk een hap te nemen. Smaakt prima.
‘Waar is je kind? Zou hij niet komen dit weekend, het is toch alweer vier weken geleden?’
‘Nee, die komt niet. Die heeft straf.’

458 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag