Alle berichten van alexroessen

Leiden, 1973 Overdag besteed ik mijn tijd als bouwkundig tekenaar, maar 's avonds timmer ik aan de weg als schrijver van korte verhaaltjes en als medebeheerder van een boeken blog. Ik woon samen met mijn partner Yfke en onze kat Abby in de Duin- en Bollenstreek. Mijn zoon Jordi verblijdt ons zo nu en dan ook met zijn gezelschap en maakt ons gezinnetje compleet. Dit is mijn persoonlijke pagina, hier kun je korte verhaaltjes vinden of andere creatieve creaties.

Bah onzin

Bah onzin

Het gevoel overvalt me, als een tijger die zijn prooi stilletjes nadert en het op een onbewaakt moment bespringt. Zonder er erg in te hebben, is het daar opeens en ik kan het niet meer van me afschudden. Hoe hard ik ook tegenwerk, het monster krijgt steeds meer grip op me. Ik heb geen andere keus dan me er aan over te geven, het toe te laten: het kerstgevoel, bah.

Ik heb er een verschrikkelijke hekel aan: verplicht vrolijk zijn, kerstliedjes zingen, jolijt en plezier. Wat een onzin. Ik probeer het zoveel mogelijk te negeren, maar er is geen ontkomen aan. De buren die onlangs aan het einde van onze doodlopende straat zijn komen wonen – of aan het begin van de hel, zoals ik het vanaf dat moment ben gaan noemen – hebben hun huis sinds 6 december versierd in typisch Amerikaanse stijl: op het platte dak van de vrijstaande woning met aangrenzende garage staat een arrenslee met bewegende rendieren – inclusief Rudolf met een rode neus gemaakt van een zwaailicht die de buurman van zijn werk bij de brandweerkazerne heeft meegenomen. Naast de negen trappelende rendieren staat de kerstman die, bij gebrek aan een echte schoorsteen, zijn fluwelen zak met cadeaus keer op keer door een ontluchtingspijp probeert te forceren. Fel pulserende verlichting hangt aan de dakranden en aan de goten, alsof ze de grenzen van een landingsbaan markeren. In de tuin gaat het spektakel verder met sneeuwpoppen, zuurstokken en verschillende soorten kerstbomen.
Dagelijks wanneer de verlichting aan het einde van de straat aangaat, slaan de stoppen door in mijn huis. Na drie dagen heb ik het opgegeven mijn wekkerradio opnieuw in te stellen, van slapen komt toch niets meer terecht. De verduisterende gordijnen in mijn slaapkamer bieden geen enkele bescherming tegen deze overdaad aan kerstsfeer. Nachtenlang lig ik wakker. Als ik niet in bed lig, zit ik op de bank met opengesperde ogen in een helder verlichte woonkamer. ‘Kerst, wat een onzin. Het wordt nooit meer zoals het was. Kon ik nog maar een keer … Ach, laat maar.’
Ik weet precies wanneer welk lampje uit en aan gaat. ‘Zuurstok, nu. Kerstboom, nu. Rendier … wacht even, nu.’ Met intervallen van vijf minuten lijkt het alsof de neus van Rudolf een politie-inval inleidt. Was het maar zo. De politie wil niets doen. ‘Kom op, meneer Klaus. Een beetje kerstsfeer kan geen kwaad. Het is maar tijdelijk. Maakt u zich niet zo druk. Ga maar met uw buren praten.’
Na nog een aantal slapeloze nachten ben ik er echt klaar mee. Op naar de poorten van de hel om met de duivel te spreken.

‘Hallo buurman!’ Aagje opent de deur in haar kerst-onesie. Spontaan krijg ik de neiging om mijn handen om haar keel te klemmen. Vanuit de woonkamer klinkt het gegil van kinderen. ‘Nick, kun je die kinderen even hun mond laten houden? Ik probeer met iemand te praten!’ schreeuwt ze de gang in. Het vriendelijke ongeschoren gezicht van Nick verschijnt als hij de tussendoor dicht doet. ‘Dag Norbert, wat kan ik voor je doen?’
‘Hoi Aagje. Ik heb een vraagje.’ – ik kan het niet laten – ‘Is het misschien mogelijk je kerstverlichting iets te minderen?’
‘Iets te minderen? Ik zou niet weten waarom.’
‘Nou, ik heb er slapeloze nachten van.’
‘Slapeloze nachten?’ Aagje herhaalt graag wat je zegt.
‘Ja. Ik kan nu al bijna anderhalve week niet slapen door die felle lampen.’
‘Felle lampen?’ – ik stop mijn handen in mijn jaszakken, en niet alleen om ze warm te houden – ‘Dat valt toch best mee? Niet zo chagrijnig, Norbert. Volgende week is het Kerstmis. Een beetje vrolijkheid is toch niet erg?’
‘Een beetje vrolijkheid wil ik best tolereren, Aagje. Maar dit gaat wel erg ver. Het lijkt de Wallen wel met dat rode licht.’
‘Nou zeg. Nu ben ik zeker niet meer van plan om er wat aan te doen. Vrolijk kerstfeest, hè.’ Zonder pardon smijt Aagje de voordeur dicht. ‘Nick, ik vroeg toch of je die kinderen van je stil wilde houden,’ klinkt het vanachter de deur.

Nog een paar nachten probeer ik verschillende manieren om toch wat nachtrust te krijgen: extra handdoeken voor de kieren het raam, nog een gezichtsmasker, oordoppen tegen het piepende mechanisme dat de Kerstman voortbeweegt. Niets helpt. Wanneer je je ergens aan stoort, kun je soms ook niets anders dan je daaraan storen. Ik word gek van elk geluid dat niet vanuit mijn eigen woning komt. ‘s Nachts ga ik in de tuin van de buren op onderzoek uit, op zoek naar de hoofdschakelaar om de verlichting uit te zetten, zonder succes. Ik twijfel nog de schakelkast van de hele wijk te saboteren, maar daarmee zou ik ook mezelf benadelen.
De kerstman op het dak kijkt me triomfantelijk aan, zijn rendieren lijken me uit te lachen als een stel hyena’s. Slag één is voor team Kerst.
Ik besluit het heft dan maar in eigen handen te nemen. Eerst verniel ik de verlichting van een aantal kerstbomen, maar de volgende dag zijn die alweer gemaakt. De nacht daarop gaan de zuurstokken eraan. Ook die zijn de dag erna alweer vervangen. Hoe komen ze toch zo snel aan al die spullen?
De nacht voor kerstavond knapt er iets bij mij na de zoveelste vruchteloze sabotagepoging. Ik moet het grover aanpakken. In het diepst van de nacht klim ik op het dak van de buren. Nadat ik alle zuurstokken heb gesloopt, verniel ik de lachende kerstman en maak de rendieren een kopje kleiner. Ik hoor gestommel vanuit het huis, even lijkt het alsof ik betrapt ben. Maar alles blijft rustig.

De volgende ochtend tegen het middaguur zie ik Aagje druk in de weer met wat zuurstokken. Voor de verandering is de verlichting al aangezet. Voorzichtig besluip ik haar, het knerpende geluid van de verse sneeuw onder mijn schoenen verraad me bijna maar gelukkig heeft ze een koptelefoon op. Met dekking van de tussengelegen buurtuinen kom ik langzaam dichterbij. Ze zingt zo hard mee met de muziek dat ze niets in de gaten heeft. Nick en de kinderen zijn nergens te bekennen. Vrolijk dansend op de muziek, zwerft ze door de tuin. Heeft ze dan echt geen andere kleding dan die achterlijke kerst-onesie? Doet ze het met opzet, om mij uit te dagen? Ik voel de woede van binnen verder groeien. Dit moet ophouden, nu!
Aagje pakt een van de omgevallen zuurstokken op en loopt daarmee naar de garage. Ik zet het op een rennen en voor ze zich kan omdraaien, grijp ik haar vast.
‘Aagje, gedraag je,’ sis ik. ‘Een kik en je gaat eraan.’ Vlak voordat ik mijn hand op haar mond kan leggen, schreeuwt ze hard: ‘Nick!’
De garagedeur vliegt open en Nick verschijnt in de deuropening. ‘Ho, wacht eens even,’ buldert hij met zware stem.
In de garage achter de imposante gestalte van Nick zie ik iets bewegen. Geweien? Een slee? Wat is hier aan de hand? Van schrik laat ik Aagje los.
Aagje draait zich naar me om en kijkt me liefdevol aan. ‘Norbert, waar is je gevoel voor kerst toch gebleven?’
‘Mijn kerstgevoel is jaren geleden al verdwenen. Wat is hier aan de hand en waarom heeft Nick zo’n belachelijk pak aan en sinds wanneer heef hij een baard?’
Nick loopt de garage uit, gevolgd door negen rendieren en een arrenslee. ‘Norbert. Snap je het dan niet? Hoe vaak je ook probeert kerst te saboteren, het zal je nooit lukken.’
‘Hoe weet je dat ik …?’
‘Norbert. Ik weet alles van je. Van de racewagen die je kreeg toen je vier jaar oud was, van de speelgoedtrein toen je acht was. Van de fiets die je vroeg, maar niet kreeg. Ik weet alles van jou. Hier, kom maar kijken.’
Voorzichtig loop ik langs de rendieren naar de arrenslee. Ik kan mijn ogen bijna niet geloven. Achter in de slee ligt een grote fluwelen zak, met daar half uitgevallen de fiets die ik wilde hebben toen ik acht jaar oud was.
‘Maar … Dit bestaat niet …’
‘Wat bestaat niet? De Kerstman? Natuurlijk besta ik, Norbert. Je hoeft alleen maar te geloven.’
‘Ja, goed. Maar wat moet ik nu nog met die fiets? Daar pas ik nu toch niet meer op?’
‘Eh, ja. Maar daar gaat het nu niet om. Ik probeerde meer een punt duidelijk te maken. Ga je mee?’ Nick neemt plaats in de arrenslee, pakt de teugels en slaat met een hand op de zitting.
‘Mee? Waarheen?’
‘Op reis, Norbert.. We moeten snel zijn. Het is bijna Kerstmis. Dit wilde je toch? Nog een keer kerst. ’
‘Hoe …’
‘Ik weet alles, Norbert. Kom op. We moeten gaan. ’
‘En Aagje dan? Ik wil zeggen dat het me spijt.’
‘Dat weet ze. Aagje weet nog meer dan ik. Ho! Ho! Ho!’

‘I’m dreaming of a white Christmas,’ zing ik hardop, terwijl ik met een glimlach de kerstverlichting in de tuin aanzet. Even verderop verschijnen Nick en Aagje in de voortuin.
‘Goedemorgen. Vrolijk kerstfeest!’ roep ik naar ze.
‘Goedemorgen, Norbert. Jij ook een vrolijk kerstfeest!’
In het raam van de overburen schuift het gordijn een stukje open en het verbaasde gezicht van de overbuurman verschijnt.
‘Vrolijk kerstfeest!’ roep ik zwaaiend naar hem.
Zonder wat te zeggen, sluit de overbuurman de gordijnen.
‘Kom op, buurman. Een beetje vrolijkheid kan geen kwaad.’

 334 total views,  2 views today

De steiger – Een kort zondagverhaal

DE STEIGER – EEN KORT VERHAAL

De steiger

Marceline de Waard is schrijfster van verhalen. Sinds 2017 plaatst zij elke zondagochtend een zondagverhaal op haar website. In 2019 verscheen Schandalig en andere zondagverhalen bij uitgeverij Ambilicious waarin een aantal van deze zondagverhalen werd gebundeld. Eerder dit jaar verscheen ook bij uitgeverij Ambilicious haar eerste roman Thuisreis.

Onlangs organiseerde Marceline een schrijfwedstrijd: schrijf een kortverhaal van 800 woorden met als thema Het gebeurde op een zondag. 13 inzendingen zullen in willekeurige volgorde als zondagverhaal verschijnen op haar website. Een mooi initiatief ter promotie van het kort verhaal.

Een van die verhalen is mijn inzending: De steiger.
Het verhaal
De walkman valt stil. Ik open het klepje en draai het cassettebandje om. Wanneer ik op ‘play’ wil drukken, hoor ik tussen het geklepper van het reclamedoek van schildersbedrijf Van der Kwast het dreunen van de steigerplanken. Het is zondag, de schilders kunnen het niet zijn.
Niet weer, denk ik bij mezelf.

Een verhaal vol jongensleed, met mooie details en dito spanningsopbouw maakt Alexander voor mij duidelijk waarom dat schip zo belangrijk is – Marceline de Waard

De plot is fictie, maar het verhaal is gebaseerd op gebeurtenissen uit mijn jeugd. Langdurig en systematisch pesten gaat nooit meer uit je systeem. Langzaam worden de steigers afgebroken en komt de façade tevoorschijn, aan de ziel zal altijd gewerkt worden.

Lees hieronder het kortverhaal De steiger. Kijk voor zondag- en andere verhalen van Marceline op www.marcelinedewaard.nl

De steiger

Het reclamedoek van schildersbedrijf Van der Kwast wappert wild aan de steigerdelen voor mijn slaapkamerraam op de tweede verdieping. Toen ik de naam voor het eerst zag, moest ik nog lachen; sommige achternamen passen zo goed bij het beroep. Na vier weken is het lachen me wel vergaan.
In de kamer hangt een penetrante verflucht. Het volume van mijn walkman staat voluit. Koen Wauters roept in mijn oren naar een meisje om bij hem achterop zijn fiets te springen. Hoewel ik me kan afsluiten van het lawaai van buiten, valt de stank niet te negeren – ondanks dat het raam openstaat.
Uit het etui met precisiemessen dat voor me ligt pak ik een mesje, dat ik naast een plastic kader op de snijmat plaats. Op de bouwtekening zoek ik het nummer dat overeenkomt met dat in het kader. De nummers zijn zo klein dat te lang staren een migraineaanval uitlokt, dat houd ik mezelf tenminste voor sinds die ene dag. Ik kijk nogmaals naar de bouwtekening van het VOC-schip om er zeker van te zijn dat de nummers overeenkomen. ‘Twee keer kijken, dan pas snijden,’ zei mijn vader altijd. Een foto van het houten geraamte op de Bataviawerf met mijn vader en mij op de voorgrond staat op een plank boven mijn bureau. Drie weken verven, drogen, snijden, vijlen, lijmen, bouwen en weer opnieuw bouwen. Ik had al eerder klaar kunnen zijn, als die migraineaanval er niet tussendoor was gekomen. Nog twee weken om het touwwerk uit te vogelen, dan is het eindelijk af. Een mooie start van mijn nieuwe collectie schaalmodellen en een mooie herinnering aan het bezoek van een maand geleden aan de replica in aanbouw.
De walkman valt stil. Ik open het klepje, draai het cassettebandje om en wil op ‘play’ drukken als ik tussen het geklepper van het doek het dreunen van de planken hoor. Het is zondag, de schilders kunnen het niet zijn. Niet weer, denk ik bij mezelf.

Het begon een week na ons bezoek aan de Batavia. De schilders waren naar huis, het reclamedoek wapperde die dag voor het eerst aan de steiger. Ik had net de punt van mijn kwast in een verfpotje (nummer 85, bruin) gedoopt, mijn gedachten er niet echt bij. Vanaf de steiger klonk plotseling gelach.
‘Kijk dan! Het kneusje zit te knutselen.’ Van schrik schoot ik uit met de kwast. De buurjongen, die na schooltijd elke kans pakte om mij te grazen te namen, stond breeduit lachend op de steiger. Hij had een nieuwe manier gevonden, de jacht was geopend. Bijna elke avond was het raak. Gebonk op het raam, gelach. Het was gekmakend, zelfs Koen Wauters kon mij niet meer helpen.
De week daarop lag het mes trillend in mijn hand, toen er op een avond weer hard tegen het glas werd geslagen. Opeens verscheen er een zwarte vlek voor mijn ogen. De nummers op de bouwtekening verdwenen voor mijn ogen. Geschokt staarde ik naar mijn hand, waar ook het mes langzaam verdween. Overal wat ik zag ging verscholen achter een groter wordende vlek. Vlug sloot ik de gordijnen. Huilend liet ik me op bed vallen. De hoofdpijn kwam later.
Drie dagen later rende ik van school naar huis, achtervolgd door dezelfde buurjongen. Ik gooide de voordeur achter me dicht en rende mijn kamer in. Maar hij was me te snel af, die middag stond het raam open om de grondverf te laten drogen. De Batavia vloog met de rest van mijn verzameling door de kamer. Ik kon opnieuw beginnen.

Ik zit klaar voor de dreun op het raam. De spanning is met een precisiemes te snijden. Mijn vader lacht me toe vanaf de scheepswerf. De laatste foto van ons samen. De ochtend erna was hij verdwenen, zonder gedag te zeggen. De treinmachinist had het nooit kunnen zien aankomen.
Buiten is het stil, op het klapperende doek na. Ik pak het mesje, sta op en ga naast het raam staan. Ik kijk naar buiten, maar zie niets. Ik kijk nog een keer. Twee keer kijken, dan pas snijden.
Een been verschijnt in het kozijn, twee handen grijpen zich vast aan de zijstijlen.
Zonder na te denken gooi ik mezelf op de buurjongen, samen vallen we op de steiger. Ik houd hem het mes op de keel en druk lichtjes door, druppels bloed lopen zijn T-shirt in. Geschokt duwt hij me van zich af. Zijn voet blijft hangen achter het doek als hij wil opstaan. Wild trappend bevrijdt hij zichzelf en sprint de steiger af.
‘Niemand komt tussen mij en mijn schip!’ schreeuw ik hem na.

Drie dagen later is de steiger verdwenen, iets afbreken gaat zoveel sneller dan iets opbouwen. Ik knoop de laatste tuigage aan een bolder en plaats het model naast de foto op de plank. Het begin is er.


Dank aan Marceline de Waard voor het initiatief voor deze schrijfwedstrijd en voor het promoten van het kort verhaal in het algemeen.

Lees hier meer van mijn (micro) verhalen

 1,407 total views

Opruimwoede

Geluidloos opent Casper de slaapkamerdeur. De kamer draait voor zijn ogen. Op zijn sokken schuifelt hij verder. ‘Sst, kijk uit voor het bed,’ fluistert hij. De blauwe plek op zijn scheenbeen herinnert hem nog aan de vorige ruzie. Zachtjes hijgend knoopt hij met een hand leunend tegen de kledingkast zijn blouse los.
De ruzie was fel geweest. Hij had dingen naar Iris gegooid, zoals hij vaker deed wanneer zij bij hem het bloed onder de nagels vandaan haalde. Hij bleef nooit lang kwaad op haar. Morgenochtend zou alles weer vergeven en vergeten zijn.
Vloekend struikelt hij over een obstakel naast het bed. Niet bij zinnen om zichzelf op te rapen, ligt hij op de grond en valt in een diepe slaap.

Iris hoorde hem zwaar hijgend de slaapkamer binnengaan. Casper kon nooit zachtjes doen, zeker niet als hij met de jongens had gedronken en in een van zijn kwade buien was. Ze vergaf het hem altijd. Toen ze het gekraak van de bovenste traptrede hoorde, had ze het dekbed nog verder over zich heen getrokken. Ze was het ondertussen gewend geraakt om in de logeerkamer te slapen. Hij wilde geen hulp, had hij geschreeuwd. Het flesje bier dat hij daarvoor nog in zijn hand had, vloog tegen haar hoofd. Woest was hij weggestormd.

Ze hoort hoe Casper tegen de kledingkast botst, waarschijnlijk in een poging zich van zijn kleding te ontdoen. De houten vloer trilt wanneer haar aanstaande ex over zijn ingepakte reistas struikelt.
Morgen begint de grote schoonmaak.

Vind dit microverhaal leuk? Klik dan hier om naar Sweek te gaan en het verhaal een like te geven. Bedankt!

 1,035 total views,  4 views today

Schaamteloos

Daar ligt hij, nog steeds. Onder een deken van sneeuw. IJspegels aan zijn baard.

Gisteren lag hij op hetzelfde bankje. Zou hij hulp nodig hebben?

Normaal gesproken loop ik met een grote boog om dat soort mensen heen, of kijk ik toevallig net op mijn telefoon naar niet bestaande berichtjes terwijl ik ze passeer. Zolang ik hen niet zie, zien zij mij ook niet.

Achter de man schraapt een opgeschoten tiener met zijn handen over de rugleuning en houdt de verse sneeuw in de kom van zijn handen. Een maat van hem stopt er nog iets in, maar ik kan niet goed zien wat het is. Met een grijns op zijn gezicht draait de jongen de sneeuw in zijn handen tot een sneeuwbal en strijkt er een aantal keren over. De witte glans verdwijnt als sneeuw voor de zon. Schichtig om zich heen kijkend loopt de jongen om het bankje.

Voordat ik doorheb wat er gebeurt, gooit hij de sneeuwbal vol in het gezicht van de man en rent hard weg zijn maat achterna.

De man komt langzaam overeind, zijn handen voor zijn gezicht houdend. De deken van sneeuw valt voor zijn voeten op de grond.

Ik zet een stap naar voren om de jongens achterna te rennen, maar verlies mijn grip als ik op een bevroren plas stap. Zwaaiend met mijn armen val ik achterover en land met mijn hoofd op de straattegels.

Wanneer ik mijn ogen open, staar ik naar een bebloede baard.

‘Meneer, heeft u hulp nodig?’

Vind jij dit microverhaaltje leuk? Klik hier om naar Sweek te gaan en klik op like. Bedankt!

 971 total views,  4 views today

Hulpeloos

‘Help!’
‘Wat is er?’
‘Niets.’
‘Waarom roep je dan om hulp?’
‘Nergens om, laat maar.’

‘Help!’
‘Wat is er nou?’
‘Niets, laat me toch.’
‘Ik vind het gewoon vreemd dat je zomaar om hulp roept terwijl er niets aan de hand is.’

‘Help!’
‘Ja, doei.’
‘Nee, echt. Help!’
‘Bekijk het maar. Ik kom niet nog een keer kijken.’
‘Kom nou. Ik meen het. Help me dan!’
‘Wat is er toch?’
‘Niets.’
‘Serieus!?’
‘Ik vind het gewoon moeilijk zelf om hulp te vragen, dus ik dacht laat ik oefenen. Blijkt dat ik ook moeite heb met het accepteren van hulp.’

Leuk? klik hier om Hulpeloos een like te geven bij Sweek en meer microverhalen te lezen

 1,261 total views,  4 views today

Kortverhaal: Doodse stilte

Dat ene telefoontje dat je niet hoopt te krijgen:
“Het gaat om Daisy.” Even zweeg de vrouwenstem aan de andere kant van de lijn. “Ze is weg.”

Lees hier het kortverhaal Doodse stilte

(Een kortverhaal, geschreven in de periode dat de stikstofcrisis nog het onderwerp van de dag was. Mijn verhaal van 1000 woorden geschreven voor de Hebban.nl Thriller wedstrijd, nu exclusief te lezen bij Bazarow voor het item Kreatief met corona. Ook met dank aan Thrilleracademie voor de constructieve feedback.)

 1,191 total views

Uitzichtloos (microverhaal)

Dag 5

Ochtend
Het is rustig op straat. Te rustig. Een auto reed voorbij, stopte voor het huis aan de overkant en reed weer verder. De vrouw die uitstapte liep nonchalant naar de voordeur en keek achterom. Zag ze mij? Ze klopte drie keer op de deur in een vreemd ritme en werd binnengelaten. Kort daarop hoorde ik het gegil van kinderen. Ik vertrouw het niet, maar wat kan ik doen? Moet ik om hulp bellen? Komt er nog wel hulp?

Middag
Steve ging naar buiten om het afval weg te brengen. Het leek een eeuwigheid te duren voordat hij weer terug was, of gaat de tijd trager in quarantaine? Ik vroeg hem of de wereld er anders uitzag buiten. Of er veel veranderd was. Of de lucht anders rook. Volgens hem niet, maar dat kan niet waar zijn. Er klopt iets niet. Hij is veranderd.

Avond
Ik had gelijk. Er klopte iets niet. Ik had het moeten zien, die blik in zijn ogen. Dezelfde staar als de vrouw aan de overkant. Alsof hij er niet meer was. Nu is het laat. Wat gebeurt er daar buiten? Wat is dit voor virus?
Ik probeerde hem te stoppen toen hij mij vanuit het niets aanviel. Ik wilde hem niets aandoen, maar dit was mijn man niet meer. Ik kon niet anders. Mijn god, de kinderen.

Bekijk dit verhaal op Sweek:

 836 total views,  2 views today

Luchtpost

Ik gooi de krant in de tuin en fiets zo hard als ik kan. De krantentassen slaan wild tegen het stalen frame wanneer ik staand op de pedalen over het stuur hang. Niet kijken, doortrappen.

Elke week is het raak. Dezelfde straat, zelfde tijd. Maar deze keer zullen ze me niet te pakken krijgen.

‘Daar heb je hem! Gooien. Nu!’

Ik voel dat iets mijn achterhoofd raakt. Snel fiets ik de hoek om en grijp naar de kraag van mijn winterjas.

Het gepiep in mijn oren overstemt het gelach achter me wanneer het vuurwerk in mijn kraag ontploft.

(uitgelichte foto: Pixabay / jerrymarx32)

 828 total views

Een raam vol bloemen

Een raam vol bloemen

Ik plaats mijn vinger op het raam en streel over de ijsbloemen. Ik tril, heviger dan gisternacht. De sprei om mijn bovenlichaam biedt nauwelijks warmte, toch trek ik het dichter tegen me aan. De radiator voelt koud tegen mijn benen.
Met een nagel krab ik wat ijs weg. De rook uit de schoorstenen aan de overkant stijgt in dunne slierten recht omhoog. ‘Zij wel.’
Het slepende geluid waar ik wakker van werd klinkt dichtbij. Door het gaatje zie ik mijn vader. De kerstboom achter zijn fiets heeft bijna alle naalden verloren.
Mijn tranen bevriezen voor ze mijn lippen bereiken.

 813 total views

Aangespoelde verhalen

Op 23 november verschijnt bij uitgeverij Droomvallei de korte verhalenbundel Aangespoelde verhalen.

Deze waddenbundel is een initiatief van Marelle Boersma en bevat 15 korte verhalen van 15 verschillende schrijvers, met als thema de Wadden. Van elke verkocht boek wordt 1 euro gedoneerd aan de zeehondenopvang.

Lees verder Aangespoelde verhalen

 754 total views,  2 views today