Categoriearchief: Verhalen

de vrijdagmiddagborrel

Freek was snel naar boven gevlucht en had zich met de kinderen verstopt in de linnenkast. Alicia en Hanna zaten snikkend ineengedoken naast hun vader. Zonder na te denken had hij de paniekknop in de kast ingedrukt. Freek had de knop laten installeren na de vorige uitbarsting van Petra. Hij kon niet weten dat hij de knop nu al moest gebruiken.
Petra was via de achterdeur thuisgekomen van haar werk en stond te schreeuwen in de keuken. ‘Hoe vaak heb ik nou gezegd je rotzooi achter je reet op te ruimen, randdebielen!’ schreeuwde ze luidkeels. ‘Laat mama het maar weer opruimen. Alsof ik godver niets anders te doen heb na een week werken!’
Freek wist al hoe laat het was toen hij haar in de tuin luid vloekend hoorde aankomen, nadat ze bijna over een achtergebleven speelgoedauto was gestruikeld. Elke vrijdagmiddag was het raak als Petra van de borrel thuiskwam. Met deze hittegolf was er niet veel nodig, elke misstap was er een teveel. In het begin van hun relatie kon hij haar nog wel aan. Het bleef meestal bij een onschuldige klap tijdens een dronken bui. Maar in de loop der jaren werden de buien, en de klappen, heviger.
Vaak raakte ze hem op de armen of de buik, zelden op zichtbare plekken. Als het dan toch tot een blauw oog kwam, gaf hij op zijn werk als uitleg dat hij een ongelukje had gehad tijdens het klussen. Hij had er nooit echt over durven praten, welke man wil nou toegeven dat hij zijn vrouw niet aan kan.
Vertrekken zat er ook niet in, waar moest hij heen met de kinderen? Toegeven dat hij mishandeld werd kon hij niet. Hij schaamde zich dood. Eigenlijk wilde hij ook niet weg. Ondanks de klappen hadden ze ook goede tijden gekend en Petra had al vaker gezegd te zullen stoppen met drinken, voor hem, voor de kinderen. Hij had ondertussen een olifantenhuid gekregen van alle klappen en alle verschrikkelijke ziektes die naar zijn hoofd werden geslingerd. Ach, de kinderen. Bibberend en snikkend zaten ze naast hem in de kast.
‘Waar zitten jullie,’ schreeuwde Petra vanuit de keuken.
‘Stil nou, laat mama niet horen dat we hier zitten,’ fluisterde hij. Als je eigen kinderen bang voor je zijn moet er toch iets verschrikkelijk mis zijn, dacht hij. Wat een stel egoïsten zijn we toch ook. Bij elkaar blijven. Voor wie, voor onszelf, voor de kinderen, om de schone schijn op te houden? En tegen welke prijs? De kinderen gaan hier aan onderdoor. Het was alsof hij zichzelf probeerde te overtuigen van wat hij eigenlijk al wist.
Ze moesten hier weg, maar hoe? Zodra ze door zou hebben dat ze in de kast zaten zouden ze in de val zitten.

Petra ging onverminderd tekeer in de keuken. De halve vaatwasser was ondertussen ingeruimd met gebroken stukken keramiek. Maandenlange frustraties kwamen in een walm van alcohol naar buiten. Zonder ook maar na te denken over wat ze zei, vloog de ene na de andere ziekte over haar lippen terwijl ze richting de hal liep.
Op het moment dat Freek Petra hoorde aankomen stond hij in de gang zijn oude tent in te pakken, terwijl de meiden boven hun rugzakken in het inpakken waren. Ze stonden op het punt een weekend te gaan kamperen bij de atletiekvereniging ter afsluiting van het seizoen.
‘Ik weet dat jullie thuis zijn. Luister naar je moeder en kom als de sodemieter tevoorschijn!’
Alicia en Hanna kropen nog dichter tegen hun vader aan, terwijl ze hun moeder met luide stappen de trap op hoorden komen. Vlak voordat ze de eerste stap op de trap had gezet, had ze zonder veel gevoel van richting in een openstaande tas gegrepen. Met een tentharing in de hand klauterde ze wankelend naar boven, krampachtig vasthoudend aan de leuning. Buiten adem en wild briesend kwam ze boven. Ze trapte hard tegen de kamerdeur van Alicia en strompelde haar kamer binnen. Wild om zich heen slaand, baande ze zich een weg door de kamer. Met een wild gebaar opende ze de kledingkast, waardoor de tentharing in de gordijnen bleef steken. Alsof ze verstrikt was geraakt in een net zwaaide ze wild met haar armen om los te komen.
Nadat ze zich ervan overtuigd had dat er niemand in de kamer was begaf ze zich naar de kamer van Hanna. ‘Kom tevoorschijn! Verstop je niet als een stelletje laffe mollen!’
Freek zag zijn kans schoon. Voorzichtig opende hij de kastdeuren en nam Alicia en Hanna bij de hand. Zachtjes begaven ze zich naar de overloop. Petra had Hanna’s kamer overhoop gehaald en alles binnen handbereik door de kamer gesmeten. Zo stil als ze konden liepen ze de trap af. De treden kreunden onder hun voeten. Op dat moment vloog de slaapkamerdeur open. Petra stond met een verwilderde blik boven aan de trap. Freek bleef verstijfd halverwege de trap staan en schreeuwde naar de meiden: ‘Rennen, naar buiten! Nu!’.
Half struikelend over de gereedstaande tassen renden ze naar buiten. Freek weerde de vuist van Petra af en kon zich nog net vasthouden aan de leuning. Petra verloor haar evenwicht en viel voorover de trap af. Met een klap kwam ze met haar hoofd op de stenen vloer, de rest van haar lichaam lag vreemd gebogen onderaan de eerste trede. Onder haar lichaam vormde zich een plas bloed, dat haar lichaam uitstroomde via een tentharing die in haar zij stak.

Buiten stonden Alicia en Hanna huilend bij een agente die op de oproep was afgekomen, terwijl de toegesnelde ambulancebroeders naar binnen renden. Freek zat op de grond naast Petra en hield snikkend haar hand vast en keek haar aan in haar uitdrukkingsloze ogen.
‘Laat ons niet alleen, we zullen voortaan alles opruimen.’

 3,890 total views

Het mes snijdt aan twee kanten

Het broodmes zakt diep in het vlees. Geen sensatie, geen extase, maar verwarring. Waarom voel ik nu ook niets. Langzaam druk ik het mes dieper, totdat ik het bot van mijn pols raak. Een scherpe, brandende pijn overmant me. Heerlijk. Het bloed sijpelt via het lemmet langs mijn hand op de grond en vormt een plas. Een gevoel van gelukzaligheid. Ik leef. Sterf, verdomme. Ik voel de kracht uit mijn benen wegvloeien, eindelijk grip op mijn leven.
‘Wat sta je nou te dromen, Iris. Dat mes wordt niet vanzelf schoon. Hier, een theedoek. Treuzel niet zo, ik heb nog meer te doen.’ Ma smijt de theedoek in mijn gezicht, het mes valt op de grond. Ik zak door mijn knieën en raap het op. Ongeduldig staat ze met een net gesopt mes te wachten. Zal ik? Ik droog de messen en leg ze in de besteklade. Morgen, echt.

Lees verder Het mes snijdt aan twee kanten

 5,189 total views

Recept van eigen deeg

De afzuigkap ratelt alsof het elk moment uit elkaar kan vallen. Aangevuld met het geluid van de gaspitten die onder de pannen bijna allemaal voluit staan, is het een kabaal in de keuken. De glazen deksel op de wok is beslagen, een dunne sliert stoom ontsnapt via het ontluchtingsgaatje. Ik haal de deksel van de pan om met de kunststof spatel het knetterende vlees te verspreiden en zet het vuur lager. De klompjes vlees sudderen verder in hun eigen vleesnat. Zal ik nog wat peper en zout toevoegen? Hoe eet je dit eigenlijk en waar zal dit naar smaken, vast naar kip. Wijn. Wijn is altijd een goed idee.
Met de spatel verdeel ik de bruinrode massa over de bodem van de wok. Ik overgiet het vlees als een volleerd chef-kok met een paar scheuten rode wijn. Het rode vocht baant zich een weg door de geultjes naar de bodem en zorgt ervoor dat het vlees in een bruinrode plas ligt. Snel plaats ik de deksel terug op de wok en neem een flinke slok van de overgebleven wijn, een geopende fles moet nu eenmaal leeg.

Het vlees heb ik 2 dagen geleden uit de vriezer gehaald om te ontdooien. 3 weken in de vriezer leek me wel voldoende, maar wat weet ik ervan, het is niet alsof ik dit vaker gedaan heb. Doordat ik de homp vlees door de vleesmolen heb gehaald, lijkt het net echt. Toen de donor er nog gebruik van maakte dacht hij er heel anders over.
Wat moest ik anders, ik kon dit toch niet ongestraft laten? De brutaliteit van zo’n ventje. Het moest maar eens over zijn met die grote mond. Mij tegenspreken, het lef.

Op het kleinste pitje staat een pannetje met rode saus zachtjes te pruttelen. Het recept heb ik op internet opgezocht. Een Duitse en Amerikaanse ervaringsdeskundige zeggen beiden dat dit een goede smaakversterker moet zijn. Op een derde pit staat al zeven minuten de pasta gaar te koken. Het kokende water is al bijna geheel verdampt, nog twee minuten en dan is alles gereed.
Na nog een slok rode wijn giet ik de pasta af, meng het met het lichtbruin gebakken vlees en bak het geheel nog een beetje aan.
Ik vul de diepe borden met pasta en overgiet het met de rode saus, voor de zekerheid strooi ik er een heel klein beetje geraspte kaas. Net niet genoeg naar haar smaak. Een schaaltje met geraspte kaas zet ik op tafel. Ik vul de glazen die op tafel staan met rode wijn die ik eerder al had geopend om te laten ademen. Je kunt geen wijn genoeg hebben, zeker nu niet. Ik maak het geheel af door de drie kaarsen aan te steken die in de kandelaar staan op het midden van de tafel.
Zal ze het verschil proeven?

‘Proost, lieverd. Op 15 jaar sinds onze eerste ontmoeting,’ zeg ik en ik hef het glas.
‘Proost,’ antwoord ze en we laten de glazen klinken.
Ze strooit wat geraspte kaas over de pasta en mengt alles door elkaar, wat ken ik haar toch goed.
‘Heerlijk. Verfrissend met dat vlees erdoor, weer eens wat anders.’ Een sliert gesmolten kaas hangt aan haar kin terwijl ze me verliefd aankijkt. Nog steeds zoveel liefde, zelfs na 15 jaar.
‘Ja, hé.’ Ik probeer zo gewoon mogelijk een hap te nemen. Smaakt prima.
‘Waar is je kind? Zou hij niet komen dit weekend, het is toch alweer vier weken geleden?’
‘Nee, die komt niet. Die heeft straf.’

 959 total views

Het mes snijdt aan twee kanten (deel 1)

Het broodmes zakt diep in het vlees. Geen sensatie, geen extase, maar verwarring. Waarom voel ik nu ook niets. Langzaam druk ik het mes dieper, totdat ik het bot van mijn pols raak. Een scherpe, brandende pijn overmant me. Heerlijk. Het bloed sijpelt via het lemmet langs mijn hand op de grond en vormt een plas. Een gevoel van gelukzaligheid. Ik leef. Sterf, verdomme. Ik voel de kracht uit mijn benen wegvloeien, eindelijk grip op mijn leven.
‘Wat sta je nou te dromen, Iris. Dat mes wordt niet vanzelf schoon. Hier, een theedoek. Treuzel niet zo, ik heb nog meer te doen.’ Ma smijt de theedoek in mijn gezicht, het mes valt op de grond. Ik zak door mijn knieën en raap het mes op. Ongeduldig staat ze met een net gesopt mes te wachten. Zal ik? Ik droog de messen en leg ze in de besteklade. Morgen, echt.

Deel 2: 16 november

Deelnemer ‘De Pennen Zijn Geslepen’ AVROTROS

 1,759 total views

Onherkenbaar

‘Hé, pa. Hoe gaat het vandaag?’ Ik sloot de deur van zijn verzorgingsappartement achter me en stapte langs de keuken de woonkamer in. M’n vader zat zoals altijd in zijn favoriete stoel, de draaistoel van lichtbruin ribfluweel die alle verhuizingen sinds de jaren ’70 heeft overleefd. Haar stoel, een laatste herinnering aan ma.
‘Pa, hoe gaat het me je?’ Geen reactie. Met zijn grauwe staar keek hij afwezig door het raam naar het park tegenover de flat. Waarschijnlijk zat hij al een tijdje zo naar de buitenwereld te kijken. Op zijn schoot lag een puzzelboekje, in zijn linkerhand hield hij een pen vast. Pa hield van kruiswoordpuzzels, het hield zijn hersenen gezond zei hij altijd. Ik gaf hem een kus op zijn wang, maar het drong niet tot hem door. Met een hand op zijn schouder doorbrak ik voorzichtig zijn trance.
‘Dirk, jongen. Ik hoorde je niet binnenkomen. Ben je er allang. Zal ik koffie voor je zetten?’ Als uit een diepe droom wakker geworden, probeerde pa uit zijn stoel te komen.
‘Peter, pa. Blijf maar zitten, ik zet zelf wel koffie.’ Ik raapte het puzzelboekje en de pen van de grond en liep naar de keuken.
‘Mooi, mooi. Goed je te zien. Dat is een tijd geleden, hé.’
‘Pa, Dirk is gistermiddag nog geweest.’
‘Gistermiddag?’ Even bleef het stil. ‘Nee, dat klopt niet. Ik krijg nooit visite.’
De ongewassen kopjes op het aanrecht vertelden een ander verhaal. Mijn broer Dirk en ik wisselden elkaar elke dag af. Dirk was alleen niet zo van het opruimen. Hij vond het ook heel zwaar om zijn vader zo te moeten zien. Hulpeloos, een schim van de energieke man die onze vader was toen we opgroeiden. Ik zette mijn koffiekopje op de salontafel naast het puzzelboekje, die van mijn vader op het tafeltje naast zijn stoel.
‘Dankjewel, Dirk.’ Het oude draaimechanisme van de stoel kreunde terwijl hij zijn kopje van het tafeltje pakte. ‘Heb je Peter de laatste tijd nog gezien. Ik hoor zo weinig van hem.’
‘Ik ben Peter, Pa.’
‘Hoe is het je vrouw?’
‘Merel is overleden, pa. Al 4 jaar geleden. Met Mark is alles goed.’
‘Ach, ach. Verschrikkelijk. Gecondoleerd.’
‘Ik zal het aan Dirk doorgeven.’ Ik dronk mijn koffie op, schreef in het dagboek dat ik geweest was en maakte de kopjes schoon. Ik gaf pa een zoen op zijn wang en lag het puzzelboekje en de pen op zijn schoot.
‘Tot overmorgen, pa.’ Ik legde mijn hand op de deurklink, een traan rolde over mijn wang.
Pa draaide zijn stoel weer naar het raam.
‘Dag, Dirk.’

 2,039 total views

de pijn blijft

De slaapkamer staat er nog steeds hetzelfde bij, alles op dezelfde plek, onveranderd, een tijdcapsule.
De muffe geur die hoort bij een jongenskamer is ondertussen verdwenen. Die lichte zure lucht van sportzweet, examenzweet, angst voor meisjes en overmatig gebruik van deodorant.
Het dekbed ligt half opengeslagen op de hoogslaper. Het hoofdkussen is alweer bijna helemaal teruggeveerd in originele staat, de vorm van zijn hoofd nog licht herkenbaar door de vele gel en andere haarproducten die achter zijn gebleven op de kussensloop. De geur is nog onmiskenbaar aanwezig als je het kussen dicht tegen je aanhoudt, zijn geur. Zo anders als de geur toen hij een kind was, die geur waar je als ouder van volschiet als je denkt aan de onschuld, het hulpeloze, als je kind je echt nog nodig heeft.
Op de matras ligt een kabel van zijn laptop, vergeten mee te nemen naar school.
Het kladblok op het bureaublad ligt open, de pen ernaast, klaar om het huiswerk te maken waar hij nooit zin in had, dat hij eigenlijk nooit maakte. De inkt van het handgeschreven bericht doorlopen.

Ik pak het kladblok van het bureau, ga op het bed zitten en lees het bericht voor de 150e keer. Ik ken elk woord, elke spatie.
Het was nooit een prater, de geschreven woorden heb ik niet meer van me kunnen afschudden- uitzichtloos, radeloos, machteloos, reddeloos. Onvermogen om uit te leggen wat hij dagelijks doormaakte, hoe ze hem kapot maakte.

Het is een jaar geleden. Hij stapte de deur uit. Op weg naar school. De dagelijkse busrit, schuilen in de massa, eenzaamheid in de menigte.
Ik heb het echt niet zien aankomen. Je denkt altijd dat het iemand anders overkomt.
‘Doe je je best,’ mijn laatste woorden. Inhoudsloze betekenis. Mijn gedachten bij de dagelijkse eentonigheid van mijn werk. Mijn werk dat altijd voor alles ging, vrienden, familie, gezin. Egoïsme boven eenheid.
‘Jaha,’ zijn laatste woord. Geen knuffel, geen zoen, geen liefde. Een tiener.
Om elf uur die ochtend ging de telefoon. Nooit aangekomen op school. Mobiel onbereikbaar. Zijn verbinding met de wereld verbroken, onzichtbaar, gevlucht uit de hel. Rugtas en laptop zijn nooit meer gevonden, zijn lichaam onder de brug. Alle dromen voorbij.
Het pesten een stap te ver.
Zichtbaar lijden recht onder mijn ogen, verborgen littekens openlijk gedragen, niet in staat een uitweg te vinden.
Ik druk mijn gezicht diep in het kussen. Ik kan niet verder, zonder hem.

Deelnemer van de schrijfwedstrijd ‘stel je voor…’ van Heel Nederland Schrijft.

Door de jury genomineerd tot de 50 beste inzendingen.

http://www.heelnederlandschrijft.nl/lezen/de-pijn-blijft-3192

 2,777 total views,  1 views today

Het Aardappelgevecht

Het aardappelschilmesje ligt los in mijn rechterhand, de aardappel in mijn linker. De aardappel voelt zwaar, alsof ik in de sportschool aan de gewichten sta te trekken. Ik verzamel moed om het laatste gevecht aan te gaan.
Met verkrampte vingers probeer ik het gedrocht te omsluiten, maar ze buigen niet ver genoeg, waardoor het ding onhandig los in de palm ligt. Voorzichtig probeer ik het misbaksel te scalperen. Diepe wonden verschijnen in de aardappel en in mijn ziel. De vernedering maakt dat het lijkt alsof ik een ui sta te pellen.
De kracht die nodig is voor elke haal is uitputtend. Mijn arm wordt zwaarder, mijn vingers doen zeer. Het aardappelschilmesje kan ik nog met moeite vasthouden. Bijna over de helft. Het gaat me lukken.
Met een paar ferme krachtsinspanningen ligt de aardappel naakt voor me op het aanrecht. De schil in flarden verspreidt over de vloer.

Aardappel, wat een naam. Het lijkt niet eens op een appel: waar is het klokhuis, waar is de rups, heb je een appel wel eens zien spruiten. En spruiten zien er niet eens uit als de tentakels van een aardappel.

De andere slachtoffers liggen al verdronken op de bodem van de pan, die op het aanrecht staat. De laatste horde. Ik dacht dat de slag gewonnen was. De pijn in mijn armen zwelt aan als ik de pan met water en de drie in stukken gesneden aardappelen op het gasfornuis zet, met een druk op de knop knettert het vuur aan. Gelukkig wordt groente tegenwoordig in potjes gekweekt en vlees in kant en klare lappen. Een braadpan met vet en een pannetje voor de groenten kost weinig energie.

40 minuten later word ik wakker op de bank en vraag me af of de buren aan het barbecueën zijn.
De vrouw aan de andere kant van de lijn herhaalt mijn bestelling: een patat en een broodje kroket, over 10 minuten ophalen.

 841 total views

Gevallen

Marnix moest een paar dagen naar het buitenland voor zijn werk. Hij was de enige die verstand van zaken had, hij had het systeem tenslotte zelf opgezet. Het kwam hem eigenlijk wel goed uit zo voor kerst. Afgelopen zomer had hij al twee weken in Londen doorgebracht om de Britten in te werken. Ze waren de eerste buitenlandse firma geweest die zijn zelfontwikkelde programma wilde gebruiken. Bij een succesvolle deal was de kans groot dat het Amerikaanse moederbedrijf ook zou investeren. De meeste vragen wist hij daarna via de mail of via Skype te beantwoorden, maar wegens bezuinigingen was de enige Brit die zijn systeem een beetje begreep ontslagen en was er een goedkopere Pakistaanse kracht ingehuurd. Hij had warme gevoelens overgehouden aan de korte zomeronderbreking en kon eigenlijk niet wachten. Ook de gedachten Sandra weer te zien bezorgde hem een warm gevoel. Ze hadden contact gehouden en ze had hem goede tips gegeven over het programma, en soms alleen maar geluisterd als Marnix thuis weer eens bonje had.

Irene was niet rouwig toen ze hoorde dat hij weer naar Engeland moest. De kinderen konden heus wel een paar dagen zonder hun vader en Irene al helemaal, het meeste werk thuis deed ze sowieso zelf. Marnix was er alleen nog maar voor de verhaaltjes voor het slapen gaan, daarna verstopte hij zich weer in zijn kantoor op zolder om tot middernacht door te blijven werken. “De rest van de wereld draait gewoon door als wij slapen.” Hij had het iedere keer als excuus gebruikt, Irene twijfelde of dat de echte reden was.
Om het gemis van hun vader te compenseren hadden ze voor Charlène een Vlaamse reus gekocht. Het enorme beest was bijna net zo groot als Charlène. Het buitenhok nam dan ook een groot gedeelte van het terras in, binnenblijven zag Marnix niet zitten.
´Dat is toch zielig als hij buiten zit in de kou, papa. Als het straks gaat vriezen heeft-ie het toch hasstikke koud.’ sliste Charlène.
‘Hij heeft een hele dikke vacht, ik denk dat hij een beetje winter wel kan doorstaan,’ wuifde Marnix het bezwaar weg. Je geeft zo’n kind een huisdier, gaan ze nog eisen stellen ook.
Tobias was wat makkelijker te paaien. Het nieuwste Playstation spelletje was genoeg om de jongen tevreden te houden. Eigenlijk was het tegen zijn principes om voor een 15-jarige een 18+ spelletje te kopen, maar nood breekt wet en zijn leeftijdsgenoten hadden het spel allang in huis. Dagelijks zat Tobias op zijn kamer voor zijn 40 inch tv te gamen. Het enige contact met de buitenwereld ging via de headset. ‘Ik heb vrienden genoeg als ik online ben, laat me met rust.’ Tobias kwam alleen nog naar beneden voor het avondeten en verdween dan snel weer snel zijn kamer in waar zijn vrienden al te horen waren via de headset. Precies zijn vader, dacht Irene.

Het leeftijdsverschil van tien jaar was eigenlijk te groot. Charlène was een nakomertje, Tobias een Bacardi & Cola teveel. Tobias zat al drie jaar in de puberteit, Charlène was daar als 5-jarige nog ver van weg, maar het vooruitzicht nog minstens vijftien jaar omgeven te zijn met puberende tieners en een afwezige vent zou elk weldenkende vrouw aan het drinken zetten.
Gebrek aan vrije tijd en rust in huis eiste zijn tol. Irene was om de haverklap ziek, had regelmatig last van hevige migraine en moest met regelmaat vrij nemen van haar fulltime baan bij het belastingskantoor. Gelukkig had ze fijne collega’s die haar werk overnamen als het weer eens mis was. Ontslag nemen zat er niet in, alles ging naar het gezin en naar het bedrijf van Marnix en zijn partner Pascal.

Marnix stapte in zijn slippers, pakte zijn winterjas met bontkraag en haalde een pakje sigaretten uit zijn binnenzak.
Irene stond in de keuken de vaatwasser in te ruimen en vulde het waterreservoir van het koffiezetapparaat. ‘Ging ze makkelijk slapen?’
‘Ze vindt het jammer dat ik weg moet maar het konijn maakt veel goed. Henk is een succes. Ze sliep al voordat ik het verhaaltje uit had.’ Charlène had de naam zelf gekozen, Henk zat bij haar in de klas en ze was een beetje verliefd op hem.
‘Hoe laat gaat de trein ook alweer?’ Het leek alsof Irene niet kon wachten tot hij weg zou zijn.
‘Om half tien vertrekt de trein, ik kan nog rustig een peukje en een mok koffie doen. Pascal heeft het treinkaartje voor me geregeld. We hebben niet eens geld voor een vliegticket. Volgende keer mag hij zelf op station Brussel overnachten.’
‘Heb je Tobias al dag gezegd?’
‘Hij zit te gamen met zijn headset op. Hij stak zijn hand op toen ik doei zei.’
Irene zuchtte en schudde haar hoofd. ‘Mannen.’ Ze gaf hem zijn mok koffie. Melk en vier klontjes suiker, zoals hij het graag had. “Voor de liefste papa” stond op de mok, een Vaderdagcadeau van Tobias.
Marnix liep de tuin in, de winterkou overviel hem. Henk zat onverstoord in zijn hok te knabbelen aan wat stro. Het betegelde pad naar de schuur was glad door de opvriezende regen die vandaag gevallen was. De bewegingssensor bemerkte zijn aanwezigheid en zorgde voor een zwak licht, genoeg om het sleutelgat te vinden. Met de onaangestoken sigaret in de mond en de koffiemok in de linkerhand opende hij de deur met zijn rechterhand.
De eerste stap in de onverlichte schuur werd hem fataal. Vlak achter de drempel struikelde hij over de gereedschapskist die Irene die middag had neergezet. Uit evenwicht gebracht liet hij de mok uit zijn handen vallen, en zocht naar houvast. Met een klap spatte het cadeau uit elkaar. Voorover vallend zocht hij steun bij de werktafel maar de ruimte waar de tafel stond was leeg. De werktafel was verplaatst en hij smakte op de grond. Een ijzige gil volgde toen de eerste muizenval in zijn huid hapte, gevolgd door tientallen andere. Zijn gezicht, zijn handen, andere meer gevoelige delen, niets ontsnapte aan de met muizenvallen gevulde vloer. Irene was grondig geweest, hij mocht best een beetje lijden. Tijd om te beseffen wat er aan de hand was kreeg hij niet. De zware werktafel viel om en landde bovenop zijn rug. Drie van zijn rugwervels braken door de impact, evenals twee van zijn nekwervels. De punt van de tafel liet een gapend gat achter in zijn hoofd.

Charlène lag in diepe slaap en droomde van Henk, het konijn en haar klasgenootje. Tobias gaf nog wat commando´s door via zijn headset.
Irene stapte tevreden in haar onesie, schonk zichzelf een cocktail in en zette haar favoriete serie aan. ‘Heerlijk, tijd voor mezelf.’

Wie een gat graaft

De aarde voelt zo warm op deze diepte. Hoe diep komt vorst eigenlijk? Ik hoop maar dat het gat diep genoeg is.
Ik was er bijna, het scheelde zo weinig. Het pistool stond zelfs tegen zijn slaap, ik hoefde alleen de trekker nog maar over te halen. Maar nee hoor, ik moest weer in die blauwe kijkers verdrinken.
Terwijl ik op zakenreis was had die hufter liggen ketsen met Vera. Van alle vrouwen en mannen die hij kon hebben, moest hij Vera pakken. Ik had haar nog zo gezegd op te passen voor hem. Hij was een schaamteloze charmeur en nu bleek het niet eens de eerste keer te zijn dat hij over de scheef was gegaan: Rogier, Saskia, Said en nu ook Vera.
Haar lichaam was al deels ontbonden toen ze haar na 3 weken uit het water haalden. Ze was klem komen te zitten tussen de wal en haar woonboot en was onder het ijs vast komen te zitten. Nadat de dooi had ingezet was haar lichaam omhoog komen drijven. De politie ging uit van een ongeval; uitgegleden en met haar hoofd tegen de stenen kade gevallen. Haar schedel was opengebarsten, ze was in het ijskoude water terecht gekomen en verdronken. Ze had geen schijn van kans gehad.
Haar moeder had aangifte gedaan op het politiebureau nadat ze een telefoontje had gekregen van Vera’s zus Kristina, die haar vertelde dat Vera nooit was komen opdagen. De buren was niets opgevallen, ze ging meerdere keren per jaar naar haar zus in Zweden, dus het viel niet op dat ze er niet was.
Ik had al vaker te horen gekregen dat hij niet te vertrouwen was. Mijn vroegere beste vriendin Saskia had me ook gewaarschuwd voordat de relatie serieus werd, maar ik dacht dat ze jaloers was. Dat kreng probeerde elke vent te pakken waar ik een oogje op had. Dat ze naar Alkmaar verhuisde kwam mij alleen maar goed uit. We waren toch al uit elkaar gegroeid en ik zag het echt niet zitten om iedere week vanuit Roelofarendsveen naar Alkmaar te reizen voor een kopje thee en alleen maar naar haar gezever te luisteren.
Rogier en Said hielden zich wat meer op de vlakte. Ze waren het er niet mee eens dat Michel en ik gingen samenwonen, maar ze durfden niets te zeggen. Zeker niet nadat hij ze letterlijk het huis had uitgetrapt, alleen maar omdat hij tegen hun relatie was. Ik mocht daarna niet meer met ze omgaan, onder bedreiging van een geheven hand.
Het bleek een verschrikking om met hem samen te wonen. Een wolf in schaapkleding. De verpakking mocht er dan lekker uitzien, de inhoud bleek bedorven.

Boven me klinkt het gedempte geluid van Michel die hardop loopt te vloeken en te stampen. De druk op m’n borst is niet meer te houden, het gebrek aan zuurstof is verstikkend.
Het was haar ketting. Ik zag het meteen.
In zijn nachtkastje vond ik haar ketting naast zijn pistool, ik herkende het paardje. Haar gelukspaardje had ze gezegd. Een cadeau van Erik die 3 jaar geleden was overleden aan ALS.
Ik had de ketting in zijn eten verstopt en hij liep rood aan toen het ding aan zijn vork hing.
‘Cheryl, wat de neuk?’ riep hij verbaasd.
‘Ja, inderdaad! Wat dacht je dan. Die domme brunette komt er nooit achter. Ik kan lekker los gaan als ze weg is. Saskia had gelijk, ik had moeten luisteren.’
Wild briesend stoof hij overeind, pakte zijn stoel en gooide hem in mijn richting. De stoel versplinterde tegen de muur achter me.
‘Saskia? Dat geile wicht heeft gekregen wat ze verdiende. Ze kon niet van me afblijven, dan kun je het krijgen ook.’
‘Wat bedoel je? Die ketting is van Vera, niet van Saskia.’
Hier was ik niet op voorbereid.
‘Saskia, Vera, Rogier, Said, Henk. Weet ik veel. Ze hebben er allemaal zelf om gevraagd. Eerst zitten ze me op te geilen, zelfs die twee homo’s, en vervolgens laten ze me zitten met een druiper.’
Uit het veld geslagen leunde ik tegen het keukenblad. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat hij op me afkwam. Ik wist me nog net om te draaien, zijn hand greep zich vast in mijn haren. Met een stevige ruk trok hij me naar achteren en sloot zijn linkerarm om mijn hals. Snel probeerde ik naar achteren te trappen, maar meer dan zijn schenen raakte ik niet. Ik zette mijn nagels in zijn onderarm en met flinke kracht wist ik mijn hoofd uit zijn greep te krijgen en beet hard in zijn bovenarm.
Van onder mijn shirt trok ik het pistool en wees het in zijn richting. Zonder enkele ervaring met zo’n onding kwam ik best nog overtuigend over, vond ik.
‘Kijk, kijk. Doe maar stoer. Moet ik echt denken dat je op me gaat schieten, kom op. Ik ken je toch.’
Trillend op mijn benen richtte ik het wapen en haalde de trekker over. De terugslag deed me twee passen naar achter nemen.
Met een harde gil en een vloek greep hij naar zijn rechterarm en zakte jammerend door zijn knieën.
Misselijk van de kruitdamp en de spanning en met het pistool stevig in mijn handen kwam ik dichterbij en hield het tegen zijn slaap.
‘Cheryl, kom op. Dit kun je niet maken, doe het niet. Alsjeblieft, ik smeek je,’ zei hij snikkend terwijl hij omhoog keek en de tranen over zijn wangen rolden.
‘Je verdient niet beter, klootzak. De wereld zou er alleen maar beter op worden als jij er niet zou zijn.’
‘Toe nou, Ve…Cheryl. Ik hou toch van je, liefie.’
Voor ik het besefte liet hij zich tegen me aan vallen, struikelend viel ik tegen de keukenkastjes en plofte op de grond, het pistool was uit mijn handen gevallen.
Michel greep snel naar het wapen en sloeg met de kolf tegen mijn slaap. Het werd zwart voor de ogen, geen zicht meer op Michel.

Het duister zal nooit meer licht worden.
Het gewicht van een meter aarde is niet te dragen. Mijn hersenen werken nog even, een paar seconden. Genoeg om in paniek te raken, genoeg om te beseffen dat ik sterf.
Gelukkig hoef ik me niet eenzaam te voelen. Saskia, Rogier en Said liggen hier bij me.

 5,605 total views

Opgelicht

Peter scheurde met zijn sportauto door de straten van Amsterdam. Met zijn zwarte haar, gladgestreken door de vele gel, spiegelende zonnebril en sigaret in de mond reed hij soepel door het drukke verkeer en schroomde niet om regelmatig zijn claxon te gebruiken wanneer een andere bestuurder niet sportief genoeg naar zijn zin handelde.
Voetgangers draaiden hun hoofd bij elke keer dat de claxon afging en staarden de uitslover in zijn donkerrode Tesla cabrio na. Breed grijnzend keek hij het plebs aan terwijl hij de stereo nog harder zette, de muziek van Jay Z’s ’99 problems’ deed de ramen trillen als hij voorbij reed.
Vanaf de Stadhouderskade draaide hij, uiteraard met te veel wielspin, de Hobbemastraat op. Het was dan wel een jaar geleden sinds hij hier voor het laatst was, maar het voelde alsof hij nooit was weggeweest. Vorige week had hij zijn tijdelijke bewoner, Harry Vierling, gebeld vanuit Italië om door te geven dat hij zijn appartement weer nodig was. Een jaar onderduiken zou toch genoeg moeten zijn.
Dit was zijn gebied, zijn thuis: de P.C. Hooftstraat, de Nederlandse variant van Rodeo Drive. Highclass winkels, bekende Nederlanders die de straat op en neer paraderen met hun chihuahua of labradoodle om gezien te worden, aandachtsgeile acteurs die met de auto van de week door te straat rollen. Hij bewerkte ze allemaal en allemaal trapten ze in zijn spelletjes.
Opzichtig parkeerde hij zijn Tesla tussen twee geblindeerde SUV’s en stapte uit. Zijn antraciet Christian Dior pak, Italiaanse lakschoenen en roze stropdas maakte dat hij perfect paste in dit wereldje. Peter Smalling, oplichter extraordinaire.
Oplichten zat in zijn bloed, hij kon niet anders. Wat begon met een handeltje in valse bioscoopbonnen op zijn twaalfde, was uitgegroeid tot een serieuze business in Grieks onroerend goed. Een wereld waarin zoveel zwart geld in omloop was, dat Griekenland in één klap uit de crisis had kunnen zijn.
Een keiharde wereld, achter de schermen, met gesjoemel, dik gevulde blanco enveloppen onder de tafel om ambtenaren om te kopen, jezelf in de schulden werken in de hoop dat een deal goed uitpakt. Het was het risico waard geweest, nu vele miljoenen euro’s later
Contacten met de onderwereld was hem ook niet vreemd. Soms was er wat lichte drang nodig om bepaalde figuren wat enthousiaster te maken voor je deal.
Rustig paradeerde hij door de straat en bleef staan om een praatje te maken met een oude klant.
‘Van Vliet, hoe is het ermee? Bevalt het op Kos?’ vroeg hij aan Jack van Vliet, nadat hij zijn kenmerkende stevige handdruk had gegeven.
‘Kerel, ja prima. Prachtig stukje Griekenland. Jammer van die aanspoelende terroristen, maar dat had niemand kunnen zien aankomen,’ antwoordde hij met een grijns.
‘Mooi zo, ik moet verder. De groeten, hè.’ Niet te lang blijven hangen, straks stelt hij nog vragen. Peter wist wat hij verkocht had. Een stuk grond met zware vervuiling, een villa met verborgen gebreken, voor de koper ieder geval.
Hij stak de sleutel in de eiken houten deur naast Tiffany & Co, de smalle opgang was typisch Amsterdams. Van buitenaf was niet in te schatten naar wat voor weelde een enkele deur leidde. Twee jaar geleden had hij zijn buren uitgekocht en de muren laten doorbreken via een bevriende architect.
Een interieurarchitect had vervolgens, zonder budget, zichzelf laten gaan.
Peter hing zijn jasje over een veel te moderne stoel, schonk zichzelf een glas whisky zonder ijs en nam plaats in zijn hang-ei. Het briefje dat Harry had achtergelaten op de tafel onthulde niet veel nieuws: diverse telefoontjes, deurwaarders, lekker belangrijk. Hij maakte een prop van het papiertje en smeet het in de richting van de keuken.
Een harde knal maakte plots een eind aan de rust in huis.
Het slot van de voordeur was met een stormram gescheiden van het duurzame hout en de deur knalde tegen de muur.
‘Politie! Politie!’ schreeuwden de leden van het Snelle Interventie Eenheid. Het team was opgeroepen zodra de politie het telefoontje van Harry had gekregen, en stond al een uur opgesteld in twee geblindeerde SUV’s. De zes leden waren uit de auto’s gestapt toen ze zagen dat Peter zonder een enkel vermoeden de voordeur achter hem dicht deed. Met de pistoolmitrailleur in de aanslag, kogelwerende helmen en kogelwerende schermen stormden ze de woonkamer binnen.
‘Liggen! Op de grond, nu!’ blafte de leider.
Peter had niet eens de tijd om zich uit zijn hang-ei te werken en werd op de grond gedrukt door twee leden van het team, terwijl twee anderen de ruimte verkenden op mogelijke wapens.
Met de handen op de rug, zijn hoofd op de grond gedrukt door een knie van een arrestatie lid, werden de handboeien omgedaan en werd hij overeind geholpen. De rechercheurs waren ondertussen de woning binnengekomen en namen de Peter over van het team.
De P.C. Hooftstraat was ondertussen gevuld met politiewagen en een arrestantenbus. Het winkelend publiek werd door uniformen op afstand gehouden.
De oplichterspraktijken van Peter Smalling leken voorbij.
Van bioscoopbonnen tot luxe villa’s, van luxe appartement naar de gevangenis met alleen een vetplantje.